Column An Olaerts: "Van talent tot tepelhof"

Ergens in dit land, zo weet ik van een stichtend lid, is een tietencomité in de weer. Want geloof maar niet dat alle Bourgondisch bonzende bazen heer en meester zijn op werkvloer. Zij zwaaien weliswaar met allerlei, maar lang niet altijd met de spreekwoordelijke scepter. In de plaats regeert het tietencomité, tweekoppig, maar dat is toeval. De commissie levert nuttig werk.

Voor zij die zich nooit afvragen hoe lelijk ze zijn, hoe weinig manieren ze hebben en hoe groot de lust desondanks is, bestaat er een zelfregulerende instantie die preventief maatregelen neemt. We willen het die meisjes niet aandoen, zegt het tietencomité. Wij kennen onze baas. Wij weten hoe hij navigeert. Met zijn peil vooruit! Officieel heeft het tietencomité geen statuten, maar het doel is onbaatzuchtig, de bescherming van de appetijtelijke sollicitant, voor haar eigen goed.

Jazeker, soms is het jammer van de capaciteiten. We hebben hier eens een meisje op gesprek gehad, herinnert het tietencomité zich. Ze was compleet geknipt voor de job, intelligent, flexibel en ambitieus. Ze zou een troef geweest zijn voor het bedrijf, ware het niet dat zij een cup D had en dies meer: lang, golvend haar en grote, koffiebruine ogen. Het is omdat we haar zo sympathiek vonden dat we haar niet hebben aangeworven, zegt het tietencomité. We wilden haar het leed en het lid van de baas besparen. Daarom hebben we gekozen voor een mindere godin, minder mooi en minder ijverig en daarmee beter voor haar eigen carrière.

Het tietencomité wikt en weegt zorgvuldig van talent tot tepelhof. Wie te mooi is, wordt niet weerhouden. Zo simpel is het, omdat de baas nog simpeler doet. Zijn raadgever is al te vaak slechts 11 centimeter lang, wat zelden goed is voor een efficiënte gang van zaken. Het tietencomité heeft er ervaring mee, met bronstige meetings, uitgelopen lunchpauzes en evaluaties op de tast. Daarom grijpen ze in zodra de eerste kandidaat zich aanbiedt. Maar bij wijlen wringt de pragmatiek. Want zeg nu zelf, moet een mens werkelijk mottig zijn om ergens te geraken? Natuurlijk niet, maar het helpt wel. Of wat voor schoonheden treft men meestens aan in de raad van een bestuur?

Gelukkig is het verband tussen lelijk en competent niet overal sluitend. Soms zijn mormels onbekwaam en soms zijn beauty's kundig. Oef. Het tietencomité is daarvan op de hoogte. Ikzelf ook. Straks komt er nog een kwade lezersbrief van een onbeduidende kwezel die vindt dat ze haar werk - tegen alle verwachtingen in - uitstekend doet.

Esthetica is een proeve van niks en middelmatige boezems zijn hoegenaamd geen parameter inzake personeelsbeleid. Maar in een context van hitsige bazen maken ze het een stuk gemakkelijker, aldus het tietencomité. Sinds de betreffende commissie zich moeit met losbandige D's en andere prikkelende accessoires wordt er ten kantore harder gewerkt. Met dank aan het tietencomité, goed voor 1xB en 1xC, want dat is toch wat iedereen nu wil weten. Niet dan?