Column An Olaerts: “Sommige mensen staan precies wél goed met een groen turnpak, ook al is het 100 procent meedogenloos.”

Hij zat tegenover mij in de trein en onmiddellijk moest ik aan mijn turnpak denken uit de middelbare school. Groen, 100 procent nylon en meedogenloos. Alles zag je in dat turnpak, wat er was en wat er niet was, zweet, maandverband en nieuwe tieten. Geen spaander liet het maillot heel van je zelfvertrouwen. Het zat je zo nauw om het puberlijf dat er geen plaats meer was voor een mooi imago of een beter ik. In de turnles was iedereen verplicht compleet zichzelf. Ook al omdat onze naam op het turnpak stond geborduurd, met letters zo groot als de afmetingen in het schoolreglement. Mijn moeder had een draad genomen en was vol goede moed begonnen met een grote O, een dikke nul wat mij betrof. De s op het einde van mijn naam was een klein sissertje ergens onder mijn oksel. Een schande was het, vooral omdat wij soms in tenue de straat op moesten. De atletiekpiste lag immers naast de speelplaats van de middelbare jongensschool. Dat leverde bij wijlen fijne predicaten op zoals Smulders, ge hebt lekkere tetten.

Gelukkig bestond er in die tijd nog geen Facebook. Niet dat het qua privacy een voordeel opleverde, maar alla. Ik zat in de trein tegenover een man met naam en toenaam. Op zijn linkerborstzakje stonden twee zilveren sterren geborduurd. Op zijn rechterborstzakje stond E. Vanast. Brussel-West. 5340. Vanast was bij de politie. Iedereen kon het zien, aan zijn bottines, aan zijn hemd en zijn genaaide titel. Bovendien las hij een boek, De Afghaan van ene Frederick Forsyth, een thriller over een Britse geheim agent en een terrorist met lelijke plannen. Kortom, Vanast zat in de trein en hij gaf alles weg. In Schaarbeek nam hij de telefoon op. In Brussel-Noord stapte hij uit. Het laatste wat ik van hem zag waren twee mooie billen in een blauwe zakkenbroek, maar net zo goed had hij een groen turnpak kunnen aan hebben. Even anoniem. Even discreet. En toen moest ik hem nog door de lijsten van Facebook jagen. Want -o ja- ik ben een nieuwsgierige neus.

Het groene turnpak in gedachten was de grote vraag echter de schaamte van inspecteur Vanast. Schaamde hij zich niet? Voelde hij zich niet ongemakkelijk? Kon het hem iets schelen? Tenslotte was de politie onlangs weer op tv. In Hasselt bijvoorbeeld, waar ze blijkbaar met een hebberig korps zitten. In Leuven, waar ze Ronald Janssen misschien wat eerder hadden kunnen snappen. In Charleroi, waar ze iedere avond dezelfde drugsdealers bij de lurven hebben. En overal op de politieschool, waar er zo weinig leerlingen-agenten zijn dat iedereen een opleiding krijgt. Ook dubieuze types die het desnoods goed bedoelen maar voorts niet geschikt zijn voor een carrière bij de politie. Netjes gezegd is dat. Bovendien waren er ook klachten over de opleiding zelf, die schijnt te kort te zijn en te weinig aangepast aan de noden van de maatschappij. E. Vanast kwam van dezelfde school, maar het deerde hem niet. Hij zat tegenover mij in de trein en hij gaf geen krimp. Hij las vol zelfvertrouwen verder in De Afghaan. Sommige mensen staan precies wél goed met een groen turnpak, ook al is het 100 procent meedogenloos.