Column An Olaerts: “Met een bedpan in de hand gaat men niet naar promotieland.”

Als alles goed gaat, zie je ze eigenlijk niet. Behalve in slappe erotische fantasieën. Daarin hebben ze nooit een onderbroek aan en altijd een jasje met drukknopen.

Soms zie je ze ook in een betoging op tv. Rond deze tijd zouden ze zeker een sinterklaas meesleuren, in een doodskist op een aanhangwagen. Hun ongenoegen mag graag ludiek zijn, zonder spoor van vernieling tussen Brussel Noord en Brussel Zuid. Nog nooit hebben ze vuiligheid voor het ministerie uitgestort. Geen stront, geen ingewanden, geen verdriet. Zo zijn ze niet. Ze zijn een thema met carnaval, bij gebrek aan inspiratie en in geval van harige kuiten.

Zolang alles goed gaat, hoeven ze niet lovenswaardig te zijn. En dat niemand doet alsof het anders is. Als je nichtje verpleegkunde studeert, roept dat zelden grote bewondering op. Het is wat het is en dat vinden wij al veel. Tenslotte vindt een verpleegster nooit iets uit. Technologisch is haar meerwaarde nul. Economisch ook. De financiële markten raken niet in paniek van een verpleegster. 

Maar wie een hart heeft zou moeten weten dat een hart soms stokt, stopt gelijk een bus voor een verstrooid scholiertje, er desnoods toch overheen gaat. En heb je een darm? Onthou dan dat een darm soms bloedt. Een lever kan flink steken. Nieren halen soms hun target niet. En je aders, zo betrouwbaar zijn je aders ook niet. Ach, het zal ons niet bezwaren. Zolang het goed gaat hoeft niemand om te vallen van een carrière in de verpleegkunde. Het volk van de beroepsoriëntatie knikt vast driftig mee: nee. Ambitieuzen maken andere keuzen. Met een bedpan in de hand gaat men niet naar promotieland.

Komt omdat het werk zo essentieel is dat het vanzelfsprekend lijkt. In de verpleegkunde is het moeilijk pieken. Het komt altijd op hetzelfde neer: help de mens. Met zijn gortige sap. Met zijn hortende stoelgang. Met de dood onder het bed.

Pas als het hele klassement wordt overhoop gehaald, is daar ineens de verpleegster. In het écht. Met haar luizenloopbaan. Want wat doet ze anders dan doen wat dokters zeggen. Hun functie is uitvoerend, pur sang, zonder dat het executive mag heten. Bespaar ons heer, de pluimen op haar hoed. Ik heb het een ziekenhuismanager ooit horen toegeven. Verplegend personeel dat zelf meent te moeten nadenken, is geen troef. Trouwens, ze zijn zich zelf erg bewust van hun plaats in het plaatje. “Voor deze spuit moeten we iemand anders bellen. Daarvoor hebben wij niet lang genoeg gestudeerd”, zeiden ze. En toch zijn er momenten dat het werk van een verpleegster op geen enkele manier kan worden onderschat. Als je met je met je blote kont ligt te bibberen op een wegwerplaken. Als er kots op je wang hangt. Dan.

Dan gooit professionaliteit zijn gangbare vel af. Het vel van snel meer voor minder. Het mag een verpleegkundige niet interesseren. Een zieke is geen klant. Op verdriet staat geen prijs. Sterven is niks nieuws. Probeer zo maar eens professioneel te zijn. Ik wist niet dat het kon, tegelijk hartelijk en professioneel zijn. Maar jeetje, wat waren die vrouwen oprecht van beroep. Eigenlijk wou ik dat ik het niet had gezien.