Column An Olaerts: “Kijk niet naar de kansen van de slijmballen. Kijk vooruit en loop door.”

Ik zit met blote billen op de inox ribbels van het aanrecht en mijn moeder schrobt mijn knieën met een washandje. “Met die andere mensen heb ik geen zaken”, zegt ze. Het is een van mijn vroegste herinneringen en een van de belangrijkste bewijsvoeringen uit mijn jeugd. Héél veel van mijn kleine wensen werden op dezelfde manier doodgeknuppeld. “Met die andere mensen hebben wij geen zaken.” Kous af. Het kon mijn moeder niet schelen wie wat wél mocht, wél deed en wél kreeg. Haar dochter niet en daarmee uit.
Meer dan dertig jaar later bezig ik nog altijd hetzelfde argument. Kijk niet opzij. Niet naar de oprit van de buren. Niet naar het contract van de collega's. Niet naar de kansen van de slijmballen. Niet naar de carrière van de brulboei. Kijk vooruit en loop door. Zelf. Ook als ik niet krijg wat ik verdien. Met die andere mensen heb ik geen zaken. Ik heb het van mijn moeder. Maar deze  week dus even niet.

Het gaat over ene mijnheer Mariani. Ik dacht eerst dat hij een charmezanger was met een Mexicaanse hoed, die zong van L'amour est une bouquette de violettes en van Maman, c'est toi, la plus belle du monde. Maar dat was verkeerd. Die troubadour heet Mariano, met een o en niet Mariani met een i. Pierre Mariani met een i is een goede kennis van Sarkozy en tevens grote baas van een bank. In die hoedanigheid heeft mijnheer Mariani vorig jaar een melodieuze premie binnengehaald van 600.000 euro. Het bracht zijn inkomsten voor 2010 op een totaal van bijna 2 miljoen euro. Onder het moedermotto Met andere mensen hebben wij geen zaken kan het mij niet bommen. Ten eerste heb ik vorig jaar niks te kort gehad. En ten tweede ziet mijnheer Mariani er niet uit alsof 600.000 euro hem beterschap zullen brengen. Tenslotte zag hij er in 2009 ook al schraal en ongelukkig uit. Bovendien gaat het niet goed op zijn werk. De bank waarvan hij baas is, is opgerold.

En toch wil ik ineens graag een bus inleggen naar Parijs om het eens flink te gaan zeggen. Ik roep op om rupsbanden te breien, soep te maken en boterhammen te smeren. Wie wil, kan zich aansluiten bij het protest tegen de bonus van de ceo. Nochtans houd ik mij bij voorkeur ver van naijver. Het is geen fijn gevoel om een ander iets niet te gunnen. Bovendien levert het niks op. Alleen is dit geen jaloezie, maar verontwaardiging. Omdat het crisis is. Omdat mensen zich zorgen maken. Omdat mensen hun werk verliezen. Omdat de banken ineens belastinggeld willen. En omdat zulks niet past bij het salaris, de pensioenstorting én de bonus van mijnheer Mariani.

Dan mag de raad van bestuur nog zeggen dat de bezoldiging strookt met alle Europese regels. Als er een koe op de E40 staat, blijf je toch ook geen 120 rijden. Maar voor heerschappen met veel verantwoordelijkheid is de wet blijkbaar een kinderpark om gelijk peuters te gaan in zitten. Het is de mens pijnlijk in het klein.  Op sommige dagen wou ik dat er niks veranderd was, dat ik nog altijd met mijn blote billen op het geribbelde inox kon zitten en dat mijn moeder zou zeggen: “Met die andere mensen hebben wij geen zaken.”