Column An Olaerts: “Ineens dacht ik aan Fatima en de groene bolletjes in haar vlecht. Misschien heeft ze toch een firmawagen.”

Bovenaan zat een witte elastiek met een knoop. Beneden zaten twee groene bolletjes. Daarna kwam een zwart krulletje. Fatima had een lange vlecht, bruine ogen en een grote neus.

Haar haar liep langs twee kanten naar ieder oor, precies de golven van een kinderzee. Dat weet ik nog. Dat ze slim was, ook. Dat ze heel hard met de bal kon gooien en dat ze soms de slappe lach kreeg. Dat weet ik allemaal nog. Ik zat bij Fatima in de klas. En bij Rachida. En bij Nurtun, die je altijd een oranje hand gaf als we een kring moesten maken in de turnles. Ik zat nu eenmaal op die soort school. In dat soort stad. Maar eigenlijk heb ik dat nooit in de gaten gehad, tot ik ging verder studeren in een andere stad.

Een wereldstad was dat, zo werelds dat ik er jarenlang de exoot ben geweest. Niet om mijn malle zelf, ook al kon ik in de tijd behoorlijk mal doen van mezelf. Het ging altijd om mijn tongval. Limburgs. Traag. Allerlei. Als het maar lollig was. Echt waar, mijn tanden vallen uit van het lachen als ik nog zo'n mop hoor. Van de Tipp-ex en de hond met de 26 lettergrepen. Bovendien had ik geen weerwerk. Negorijen als Nijlen, Retie, Beerse en Dessel, waar de humor vandaan kwam, daar had ik nog nooit van gehoord. Het ontbrak me compleet aan alle oordelen, de gewone zowel als die van daarvoor. Intussen heb ik desomtrent de nodig kennis vergaard: Er loopt geen autostrade tot daar. En niemand had er ooit bij Fatima in de klas gezeten. Of bij Rachida. Of bij Nurtun.

Niet dat ik toen vijf minuten aan Fatima heb gedacht. Daarvoor heb ik mijn leven te lang vanzelfsprekend gevonden. Je was niet van de stomsten en dus zei zuster directrice dat je maar Latijn moest gaan doen. In het middelbaar kreeg je kop noch staart aan de wetenschap dus schreef je je maar in voor letteren en wijsbegeerte. Nadien was één studentikoze brief genoeg om werk te krijgen. In de media ook nog. Het ging hard en het ging gelijk niks. Eigenlijk bestonden er alleen maar klachten over de overschakeling van lief 1 naar lief 2. En verder luisterde ik wel eens naar Clawfinger tegen het onrecht in de samenleving. Nigger schreeuwden ze, nigger, nigger, nigger. Mijn engagement was globaal en Fatima was ik vergeten.

Fatima verdween in juni 1987. Geen idee waarheen, maar de statistieken zeggen dat het normaal is. Fatima is na de lagere school waarschijnlijk niet naar het algemeen secundair onderwijs gegaan. Nog minder waarschijnlijk is dat ze naar de universiteit ging. Wél waarschijnlijk is dat ze om werk te krijgen meer dan één brief heeft moeten schrijven. Er is vast geen kwaadaardigheid mee gemoeid, maar een wonderbaarlijk plan is het evenmin. Dat bedacht ik toen ik vorige week de klasfoto's zag van het eerste leerjaar. Nog altijd in die soort school, in dat soort stad, maar dan dertig jaar later. Op alle rijen ging het van Rafia, Hafsa, Hasat en Yigit. Volgens de statistieken hebben ze zes jaar om te verdwijnen. En toen dacht ik ineens aan Fatima en de groene bolletjes in haar vlecht. Misschien heeft ze toch een firmawagen.