Column An Olaerts: “Ik wist niet wat ik zag. Ik wist niet wat het bewees. Dat ik een slechte linkerhersenhelft heb wellicht en dat ik een oud mens ben”

Ik heb in mijn leven nog maar één sudoku opgelost. Het was een kleintje met vier vakjes in plaats van tien en beestjes in plaats van cijfers. Ik was er blij om, al was het geen kunst. Bovendien bewees het hoe het met mijn linkerhersenhelft is gesteld: slecht. De wereld heeft er niks aan. Ik zal nooit iets uitvinden dat werkt. Niets met hefbomen, tandwielen, stekkers of atomen. Als Wilson De Pril dit leest (natuurlijk niet) rolt hij vast met zijn ogen. Wilson De Pril is de baas van Agoria en in die hoedanigheid pleit hij voor meer technologisch inzicht, meer technologisch geschoolden en nuttiger diploma's. Letterkundigen doen de trein niet rijden. Letterkundigen laten zich rijden. Op het werk van een ander. Ik besef dat, ook zonder de klachten van Wilson De Pril. Hij heeft gelijk overigens. Technologie moet er zijn. Hoe meer hoe beter. Het is makkelijker leven met machines en het is heerlijk om sudoku's op te lossen.

Jammer genoeg ben ik nooit verder geraakt dan een kindersudoku, in het krantje van Studio 100 ook nog, tussen de raadsels van Maja de Bij en de zeven fouten van Piet Piraat. Het biedt geen meerwaarde en het voegt niets toe, zeker niet op mijn leeftijd. Voor mijn persoonlijke ontwikkeling zou ik de Studio 100-krant beter niet lezen. Ik moet trouwens altijd zuchten van de mopjes van Amika. Tijdverlies is het. Je leert er niets van. En toch doe ik het iedere week. Vooraan staat een lezersrubriek met onderbelichte foto's van kleuters met Mega Toby-maskers en groetjes aan bomma en bompa uit Lier. Die beloont de redactie vervolgens met boterhammendozen van K3 en pennensets van Anubis. Daarna komen strips, doolhoven, puzzelspelletjes en verbind-de-cijfers-wat-zie-je-tekeningen, die eveneens totaal niet voor mij zijn geconcipieerd. En toch ben ik fan. Ik weet niet waarom. Slechte linkerhersenhelft misschien. Terwijl Wilson De Pril Maja de Bij waarschijnlijk niet eens ként. Laat staan dat hij zich zou wagen aan sudoku's met beestjes in plaats van cijfers. Daar is hij te professioneel voor.

Professionelen lezen Vacature, de rest bladert door de kinderkrant. Tegen beter weter in. Maar onlangs viel er bij Studio 100 toch iets te leren over de arbeidsmarkt, dankzij de personages van Galaxy Park, een nieuwe jeugdserie over zes teenyboppers met een vakantiejob in een bungalowpark. Verbind elk karakter met de juiste jobtitel en de bijbehorende jobomschrijving, stond er. Het was gesneden koek van koffiemeisje tot spelanimator. Alleen de front desk manager was iets raars. Plopperdeplopperdeplop, hr-jargon in een kinderkrant! Ik wist niet wat ik zag. Ik wist niet wat het bewees. Dat ik een slechte hersenhelft heb wellicht én dat ik een oud mens ben. Want voor mij is een front desk manager gewoon iemand die aan de receptie zit, een receptionist dus. En voor mij moeten alle mensen beleefd zijn, niet alleen degenen die aan de receptie zitten. In de Donald Duck was dat vroeger wel anders. In de Donald Duck stond trouwens nooit grote mensenpraat. Wilson De Pril was toen nog een klein mannetje en niemand wist wat een sudoku was. Toen kon ik ook nog alles.