Column An Olaerts: “Ik stierf zowat van zijn lijfgeur. Een aanslag op mijn improvisatievermogen was hij.”


Omdat ik de meeste dagen thuis zit met slechts 26 letters en de herhalingen van Thuis om mij gezelschap te houden. En omdat ik heb gemerkt dat veel mensen ontgoocheld zijn als ze mij na lezing in het écht ontmoeten. Ik schijn leuker te typen dan te zijn. Daarom. De eerste les improvisatie begon met een kennismakingsronde. Ik legde uit waarom ik mij had ingeschreven. Om extra-professionele redenen dus. En ik was niet de enige. Er waren nog mensen die zich om professionele redenen hadden aangemeld. Sterker nog, sommigen waren regelrecht gestuurd. Ze moesten de cursus volgen van hun baas.

Zijn broek was te kort, zijn schoenen deugden niet en zijn haar lag pruikachtig stil op zijn hoofd. Je kent dat soort mensen. Ze vinden dat ze mooi haar hebben van zichzelf en wassen het daarom maar één keer per veertien dagen. Talg doet de rest. Dat van hem was zwart met de sporen van de kam er nog in. Het had de coupe van kunstenaar, halflang tot onder zijn oor. Zijn hemd was zwart, zijn jas was te warm voor de tijd van het jaar en zijn handen waren zacht. Je kent dat soort handen, zelfverklaard intellectueel, roze, nooit gebruikt, klam. Het eerste wat ik daarna dacht was: Oh nee, als ik daar nu maar geen improvisatieoefening mee moet doen.

“Ik heb het moeilijk met alteraties”, sprak de man met de broek en het vieze haar. Plechtig. Hij had zich duidelijk voorbereid. Of wat zat er anders in het kaftje? Een lijst met moeilijke woorden? De lerares vroeg wat hij bedoelde met alteraties. Bleek het om telefoons, mails en klanten met rare vragen te gaan. En ook een beetje over het wafelassortiment van de automaat in de gang. De man wist niet hoe hij op zulke onverwachte gebeurtenissen moest reageren. Of toch niet passend. “Ik krijg de zenuwen bij veranderingen”, zei hij. “Volgens mijn oversten moet ik de variaties van mijn werkdag adequaat leren tolereren. Daarom ben ik hier.” Ik bleef denken aan wat ik al eerder dacht: Oh nee, als ik nu maar geen rollenspel moet doen met die mens.

De eerste opdracht was een rijtje maken volgens abc. Ter kennismaking. De cursisten moesten zichzelf rangschikken op voornaam. Ik hoopte dat de man met de broek en het haar Zultan heette, Zacharias of Zozef. In ieder geval was ik niet van plan om me met zijn rigor mortis te bemoeien. Ik stierf zowat van zijn lijfgeur. Dat hij bewoog was voldoende. Een aanslag op mijn improvisatievermogen was hij. Of hoeveel manieren bestonden er om staande te blijven in de damp die opsteeg uit zijn wezen. Hij heette Eddy maar hij rook alsof hij Bob was, zo penetrant.

Het was nauwelijks tien uur 's morgens in het kasteel voor creativiteit en zelfexpressie, maar voor mij hoefde het precies al niet meer. Ik wenste dat ik thuis gebleven was met mijn normale alfabet. En ik wenste ook dat de oversten van Eddy hun problemen zelf hadden opgelost in plaats van de mufste hunner werknemers af te vaardigen naar een cursus improvisatie. Overigens typ ik op sommige dagen slechter dan ik in werkelijkheid ben, heb ik extra-professioneel geleerd van Eddy in de eerste les.