Column An Olaerts: “Hoi zijn drie letters die met verve een hele toekomst kunnen verknoeien”

Hoi. Er zijn klachten over hoi. Het beginsel deugt niet. Zet het boven een brief en de mislukking zit in de bijlage. Professoren houden er niet van.

Stagebegeleiders en hr-managers ook niet. Spreek belangrijke mensen aan met hoi en ze krijgen het op hun zenuwen. Hoi past niet bij hun stand. Het pakt ze op hun eigenwaarde. Hoi is te joviaal, te jeugdig, stom tout court. Hoi getuigt van geen stijl. Piepeloi erachter, is nog erger. Maar hoi alleen volstaat ook. Hoi bewijst iets. Hoi bewijst alles. Dat de schrijver des een pummelachtig sujet is, iemand die denkt dat er met hoi deuren zullen opengaan. Hoe stom kan een mens zijn. Hoi zijn drie letters die met verve een hele toekomst kunnen verknoeien. Hoi, schaf het af, alstublieft.

Als iemand mijn laatste hoi wil hebben, graag. Ik heb hem deze week gevonden in een kaftje met briefpapier uit de jaren ‘80. Het was hip in de tijd, links twee vakjes met enveloppen, rechts een dozijn vellen papier. Van Snoopy, van de Troetelberen of iets met klavertjes. Soms ook geparfumeerd. Op één blaadje na is het kaftje onaangeroerd. Hoi staat er, met een komma. Daarna niets meer. Ik weet waarom. Ik heb het papier gespaard voor het schoonste schoonschrift, de liefste ontvanger en de meest wonderbaarlijke woorden. Voor mijn briefpapier was geen gelegenheid goed genoeg. Te lang gewacht op de perfectie, dat krijg je ervan: niets. Het is er nooit van gekomen.  Het enige wat er nu nog is, is één hoi en een kaftje met briefpapier van Snoopy, treurnis, typisch voor een hoi.

Dertig jaar later heb ik hetzelfde aan de hand met een Mont Blanc. Het zou me een plezier zijn! Meteen een Meisterstück misschien, een échte met een gouden punt, gegraveerde krulletjes en inkt in middernachtsblauw. Het gewenste model kost 1.000 euro. Ik zou er graag mee schrijven, een stukje serenade misschien van Slauerhoff, iets dat al bewezen heeft dat het goed is.

Ik ben niet aan den drank,
Geen zwarte moord
Bevlekt mijn ziel, die blank
Jou toebehoort.

Of iets van Wislawa Szymborska, het mens met de Nobelprijs dat op haar sokken toch tamelijk boosaardig kan zijn.

Ik leef wel, begrijp me goed.
De race tegen mijn jurk gaat voor,
ze is alleen zo koppig, ongehoord!
Alsof ze alles overleven moet!

Maar om nu zelf iets te bedenken. Ik heb het nooit gedurfd, zeker geen hoi en al helemaal niet met een Mont Blanc. Kortom, voor de zekerheid schrijf ik met potlood, met reclamestylo's en met stiften uit de GB. Maar intussen worden er Mont Blancs verkocht met hopen, veel meer dan er fatsoenlijke zinnen worden bedacht. Precies of er zoveel mensen zo mooi kunnen schrijven. Sommige Mont Blancs worden alleen maar gebruikt om knollen van letters te draaien, om louche contracten te ondertekenen en om leugenachtig van weledelgeleerde heer te gebaren. Hoeveel dure vulpennen moeten hun eigenaar de achting bezorgen die zij uit zichzelf niet bezitten? Aan hoeveel eminente aanspreektitels hebben zij genoeg? Eerlijk gezegd, dan heb ik bij wijlen liever een hoi in balpen, goedkoop en pretentieloos, desnoods op briefpapier van Snoopy. Aju paraplu.