Column An Olaerts: “Geen vrede overigens die zo ongemeend kan stinken als de lieve vrede”

Eerst en vooral, dit is geen autobiografisch schrijven. Ik heb -heus waar- een heerlijke familie, inbegrepen een heerlijke schoonfamilie. Ze lezen met zijn allen gretig mee. Van mijn tante in Marokko, over het zevende knoopsgat, helemaal tot aan de achterneven en hun buurvrouwen.

Het zijn stuk voor stuk sympathieke lieden. Mijn familie is een plaatje, met warme chocolademelk, crèmekleurige kabeltruien en een labrador op het strand. De rest heb ik louter van horen zeggen. Er schijnen namelijk ook families te bestaan waarvan niet alle leden even deugdelijk zijn. Families met feestjes die alleen maar verplichte numero's zijn, met genodigden die hun kunstgebit mee overgeven omdat er teveel whisky in de zelfgemaakte cocktailsaus zat, bijvoorbeeld. Feestjes ook die, bij gebrek aan smoes, op voorhand al worden verziekt door geheime vergaderingen en ellendige voorwaarden à la Als die komt, kom ik niet en Ik sta niet in voor mijn daden als ik naast die moet zitten.

Overigens voegen verwanten soms graag de daad bij het lelijkste woord. Want -knoop het in uw oren- als u ooit wordt vermoord dan is de kans groot dat u nu alvast met de moordenaar bent getrouwd of er op zijn minst al Kerstmis mee hebt gevierd. Statistieken liegen niet. Als u familie bent is de kans groter dat u elkaar de kop in slaat. Gelukkig hoeft het zo'n vaart niet te lopen. Er zijn ook familieleden die elkaar gewoon proberen te dulden en dat al veel vinden. Sommigen doen alsof ze hardhorig zijn. Anderen zwijgen voor de lieve vrede. Geen vrede overigens die zo ongemeend kan stinken als de lieve vrede. Maar soit, voor een mooie erfenis moet een mens soms wat over hebben. Inhalige schoonzonen, betweterige nonkels, moppentappende nonkels, oompjes met rare voorkeuren en losse handjes, valse nichten, drankzuchtige zussen en broers die vergeten zijn wie ze vroeger waren: niet beter dan de rest. In sommige huisgezinnen wonen zelfs onbeleefde vaders, leugenachtige moeders en kinderen die pikken. Allemaal onder hetzelfde dak.

Zulke families schijnen te bestaan. Ze komen op tv. Ze staan in de krant. En ze doen mee in spreekwoorden zoals Ieder huisje heeft zijn kruisje. Er zijn van die dagen dat het nutteloos is om zich af te vragen waar het woord precies vandaan komt: nageslacht. Vooral als één of andere kleinzoon zijn grootmoeder in een vuilniszak heeft buitengezet.

Maar mijn familie dus niet, die is helemaal anders. Bij ons zijn alle feestjes een plezier. Bij ons loopt geen enkel communiefeest uit de hand. Bij ons houdt iedereen het fatsoenlijk op de koffietafel. Bij ons is iedere tante even tof. En bij u waarschijnlijk ook. Net als bij alle topmanagers die zeggen dat hun 10.000 werknemers één grote, hechte familie zijn. Familie is het nieuwe streven op de werkvloer. Aanstormende professionelen komen naar het werk voor de familiale sfeer. Logisch dat bazen er hun hr-beleid op willen afstemmen. Maar voorts is het vast niet autobiografisch bedoeld.