Column An Olaerts: "Een beroep is nu eenmaal geen waterdicht statuut. Kappers dragen soms een pruik.”

Zij was professioneel uitgerust met een bundel gekleurde lapjes en een spiegel. Bovendien had zij voor iedereen een kaftje meegebracht met types van mensen: appelen, peren, cello's en bonenstaken, netjes geordend volgens lichaamsbouw.

Aansluitend waren er seizoenstips en aandachtspunten.

Op het programma stond een avond kleur- en stijladvies, onder collega's. Het was een matig plan en de hapjes brachten nauwelijks soelaas. De bijeenkomst zat vol ellendige eufemismen zoals volle billen in plaats van dikke kont en sportief type in plaats van geen klasse. Iedereen ging op zoek naar het beste in iedereen en deed verder alsof collegialiteit makkelijk met vriendschap te verwarren valt.

Het grootste minpunt van de avond was echter de aanwezige professioneel. Die zag er allesbehalve professioneel uit. Ze was de simpele buurvrouw van Trinny en Susannah. En dan nog. Maar toen was het al te laat om nog te ontsnappen. Het ezeltje en de spiegel stonden op tafel. De lapjes lagen over een stoel. Het gezelschap zat op de sofa. Met schuimwijn en ingehouden energie. Tenslotte had het professionele mens laten vallen iets van energieën te kennen. Het bracht onrust onder de gelederen. Iedereen dacht hetzelfde: Van dat mens hebben wij geen lessen te krijgen. Al wilde niemand op lelijke gedachten worden betrapt door een halve paranormaal. Daarom was het belangrijk om alle negatieve straling af te nijpen.

Enfin, het was dus haar job om commentaar te hebben om mijn rok. Die was te kort om bij mijn knieën te passen. En ter hoogte van mijn boezem raadde zij nepen aan. Die kon ik desnoods zelf aanbrengen met een steekje. Ik vond dat zij zich in haar toestand niet moest bemoeien. Ze zag eruit gelijk de kwezel die in een parochiezaal altijd aan de tafel met de drankbonnetjes zit. De stiliste kwam zonder stijl.

Het kon niemand wat schelen hoe professioneel ze was. Of ze naar de avondschool was geweest, certificaten had behaald en zelfs werd betaald om een avond onder collega's te verknoeien. Het bewees niks. Een beroep is nu eenmaal geen waterdicht statuut. Kappers dragen soms een pruik. Dokters steken bij wijlen een sigaar op. Olympische atleten verplaatsen zich in hun vrije tijd per SUV. En leidinggevenden slapen thuis misschien in een hondenmand.

Zo erg is dat niet per se. Er mag gerust een verschil zijn tussen wie iemand is en wat voor werk hij doet. Maar in het geval van de stiliste zonder aanwijsbare stijl leidde het tot twijfel en ergernis. Het één vrat het ander aan tot er van haar professionalisme niets meer overeind bleef. Gelukkig was er schuimwijn. En zo zakte het gezelschap langzaam weg in de sofa. Tot de professioneel afscheid nam. “Zo”, zei ze, “nu weet iedereen wat hij morgen moet aantrekken om een dynamische indruk te maken op het werk. Al kan je mijn advies ook omkeren. Want met de foute kleren is het morgen makkelijker om een doktersbriefje te verdienen.” Jazeker was zij professioneel uitgerust, met een bundel gekleurde lapjes en een spiegel.