Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Cecile (27): "Als we ooit kinderen hebben, zal vooral mijn man tijd moeten vrijmaken"

Cécile Vigneron is amper 27, maar klopt al werkweken van 55 tot 60 uren. Niet voor het geld of omdat het zo nodig moet, maar omdat ze nu eenmaal graag werkt. En dat zorgt voor spanningen op het thuisfront.

De weekagenda van Cécile Vigneron zit ’s morgens relatief eenvoudig in elkaar: om vijf uur uit de veren, om zes uur in de auto, een uurtje later op het werk. Als allereerste, daar kan ze min of meer gif op innemen. Vijf dagen op vijf. ’s Avonds ligt het net iets ingewikkelder. Rond zes uur zwaait ze de deur op kantoor achter zich dicht, doorgaans als voorlaatste. Driemaal per week gaat het dan vanuit Anderlecht meteen huiswaarts richting Namen. Tweemaal per week krijgt de werkdag nog een verlengstuk in de vorm van een doorgedreven hr-opleiding aan de andere kant van Brussel.

“De avonden dat ik geen cursus volg, probeer ik om 19 uur thuis te zijn. Dat heb ik zo met mijn echtgenoot afgesproken”, klinkt het haast verontschuldigend. “Mocht het alleen van mij afhangen dan zou ik ’s avonds liever nog wat langer doorwerken, maar dat zag mijn echtgenoot niet meer zitten. Zodra ik thuis ben, schiet ik de keuken in om het eten te bereiden, daarna volgen doorgaans ook nog de was en de plas. Tussendoor volg ik wel nog mijn mails op, en regelmatig neem ik ’s avonds ook nog wat werk mee naar huis. Daarna is het hoog tijd om onder de wol te kruipen.”

"Mijn man zag het niet zitten"

Mocht u er toch nog aan twijfelen: Cécile heeft geen kinderen. Ze is pas drie jaar getrouwd, en belandde acht maanden geleden bij haar huidige werkgever, het Duitse Weishaupt. Als hr-administrator moet ze er het hr-beleid voor de zeventig medewerkers in België aansturen en vormgeven. “Van opleiding ben ik vertaler, maar via mijn eerste job ben ik in de hr-sector beland. Vooral het gevarieerde takenpakket – je bent zowel met cijfers als met mensen bezig - beviel me daarbij zo goed dat ik vandaag niets anders meer zou willen. Toen ik hier werd aangeworven, wist ik van bij het begin dat dit min of meer pionierswerk zou worden. Het hr-beleid moest nog grotendeels worden uitgetekend, en die uitdaging sprak me echt aan.”

Haar echtgenoot, dat was een ander paar mouwen. “Hij zag die nieuwe uitdaging al van bij het begin totaal niet zitten”, geeft Cécile grif toe. “Dagelijks minstens twee uur onderweg, in combinatie met een veeleisende baan, hij heeft daar stevige twijfels bij. Niet in het minst omdat hij fundamenteel heel anders in elkaar zit dan ik. Hij werkt van 9 tot 5, en is daar heel gelukkig mee. Hij snapt totaal niet waarom iemand werkdagen van tien of twaalf uur zou willen kloppen.”

Geen slavendrijver

Alvorens u spontaan al te hardvochtige conclusies gaat trekken over Célines werkgever, moeten we de puntjes op de i zetten: Weishaupt is geen hedendaagse Duitse slavendrijver. Het is een bedrijf waar de doorsnee werknemer om negen uur aankomt en om vijf uur ’s avonds netjes weer de deur achter zich sluit. Meer nog, toen Céline er een contract ondertekende, heeft niemand haar uitdrukkelijk gevraagd om ellenlange werkdagen te kloppen.

“Misschien heb ik wel eens vermeld dat ik niet echt een 9-to-5 mentaliteit heb, maar niemand verwacht hier van mij dat ik zoveel uren werk. Ergens komt het me goed uit dat ik zo vroeg begin, omdat ik dan minder last heb van de files en tussen 7 en 9 ook goed kan doorwerken. Het werkvolume is de voorbije maanden stevig toegenomen, maar eigenlijk heeft dat heeft weinig of niets met mijn baan als hr-administrator te maken. Enkele maanden geleden heb ik er zelf nog werk bijgevraagd, en na een opleiding ben ik nu ook preventie-adviseur geworden. Dat was een functie die hier vroeger nog niet echt werd ingevuld, en ook daar kruipt veel werk in, zeker omdat ik min of meer van nul moest starten. Ik heb toen vanuit de directie ook uitdrukkelijk de vraag gekregen of de combinatie van beide jobs nog haalbaar zou blijven, maar ik zag er geen graten in om zoveel uren extra te moet presteren.

Ook vanop de werkvloer heb ik op dat vlak overigens nooit commentaren gekregen, positief noch negatief. Toegegeven, het is wellicht een goede zaak dat ik in mijn functie eigenlijk geen rechtstreekse collega’s heb. Niet enkel omdat er dan misschien wel negatieve reacties zouden komen op mijn werkijver, maar net zo goed omdat ik besef dat ik ook moeilijk in team zou kunnen werken. Ik zou me te vlug ergeren aan de anderen.

Intussen heb ik er nog een derde taak bijgekregen. We zijn hiernaast een nieuwbouw aan het neerpoten en ik beantwoord nu ook alle technische vragen vanop de werf en organiseer de coördinatievergaderingen voor dat project. Daar had ik zelf nu eens niet om gevraagd, maar goed, ik had ook gewoon nee kunnen zeggen toen de directie bij mij kwam aankloppen. En dat heb ik niet gedaan, omdat ik vermoedde dat het er nog wel bij kon (lacht).”

2 dagen ziek in 5 jaar

Vijftien tot twintig overuren per week, dat loop aardig op, maar Cécile maalt er niet om. “Die uren worden sowieso niet uitbetaald, en ik kan ze achteraf evenmin opnemen in de vorm van extra verlofdagen, maar dat is voor mij hoegenaamd geen punt. Ik zou er letterlijk ziek van zijn mocht ik hier netjes mijn 39 uren kloppen en niets meer. Ik doe dit voor mezelf, niet voor mijn bankrekening. Ik werk heel graag, voel me hier volledig in mijn sas en heb een mooi loon: wat wil je dan nog meer?”

Of ze dan geen schrik heeft om er op een dag eens volledig onderdoor te gaan, keihard met het hoofd tegen de muur te lopen? “Sinds ik vijf jaar geleden begon te werken, ben ik al welgeteld twee dagen afwezig geweest. Die dagen was ik echt zo ziek dat ik mijn bed niet uit kon. Ergens ben ik te plichtsbewust, dat besef ik, maar dat heeft er altijd wel wat ingezeten. Ook op school was ik al een strevertje.”

Veel werkuren, spanningen thuis

Cécile steekt niet onder stoelen of banken dat de lange werkdagen thuis wél voor flink wat spanningen zorgen. “We zijn tot een soort van overeenkomst gekomen. Maar we zien elkaar heel weinig, in die zin is het misschien beter dat we een formele afspraak gemaakt hebben. Sowieso staat mijn werk bij mij op nummer één, en mochten we ooit kinderen hebben dan zal vooral hij daar tijd voor moeten vrijmaken.”

Daarmee is het hoge woord er uit: kinderen. “De kinderwens komt van mijn man, zelf ben ik op dat vlak geen vragende partij. Tegelijk begrijp ik hem ergens wel: hij ziet mij amper in de week, misschien kunnen kinderen die leemte wat opvullen. Het fundamentele probleem is natuurlijk dat we allebei een heel uiteenlopende visie hebben op werk: hij bekijkt dat puur utilitair, als een instrument om geld te verdienen, terwijl ik daar heel veel genoegdoening uit haal. Ik krijg thuis vaak genoeg te horen dat ik getrouwd ben met mijn werk, maar ik lijd daar hoegenaamd niet onder.

Ik wil het gewoon ver schoppen en carrière maken. Mijn ultieme droom is een baan als hr-verantwoordelijke binnen een grote multinational. Het risico dat dit alles op termijn tot nog meer conflicten of tot een verscheurende keuze leidt, is niet denkbeeldig, dat besef ik natuurlijk ook. Hoe het dan verder moet mochten we ooit kinderen hebben, dat weet ik zelf ook niet, want deeltijds werken is voor mij echt geen optie. En ja, soms vraag ik me wel af of ik sommige keuzes later niet zal betreuren, of ik op termijn nog wel vrienden of zelfs een gezin zal overhouden, maar vandaag wil ik gewoonweg geen ander leven.”

Tekst Filip Michiels - Foto Griet dekoninck

Verschenen in Vacature Magazine op 05/02/2011