Carrière in koelkast voor de Spelen

Hij is volgens kenners de beste hockeydoelman van het land. En toch zat Manu Leroy bijna niet in de selectie voor de Olympische Spelen in Londen. De reden: de nationale hockeyploeg viel al enkele jaren niet meer te combineren met zijn carrière. Voor één keer kan het nu wel, met dank aan zijn werkgever. “Dit is mijn laatste kans om naar de Spelen te trekken.”

Hij heeft spannende weken voor de boeg, Manu Leroy. Als alles een beetje meezit, staat de 32-jarige businessmanager van Sporting Telenet op de Olympische Spelen in Londen in het doel bij de nationale hockeyploeg. Alleen moeten daarvoor nog een aantal voorwaarden voldaan worden, én moet hij de definitieve selectie halen. Voorlopig staat om die reden 7 juli met een dikke stift omcirkeld in zijn agenda: die dag beslist de coach welke twee van de drie doelmannen uit de voorselectie mee mogen naar Londen. “Het is inderdaad nog afwachten, maar ik heb voor de zekerheid al twee maanden ouderschapsverlof genomen, aangevuld met een maand gewoon verlof”, vertelt Manu Leroy. “Ik kon niet wachten om me voor te bereiden op de Spelen. Vanaf midden april tot eind mei heb ik halftijds gewerkt, om me fysiek voor te bereiden. Al is het niet eenvoudig geweest: een managementfunctie combineren met een zware fysieke voorbereiding – drie trainingen per week, aangevuld met één of twee fitnesssessies – is geen sinecure, weet ik nu uit ervaring. Het moeilijkste is je focussen op twee verschillende doelen. Ik wou geen van beide verwaarlozen. Maar met organisatie en zelfdiscipline viel het uiteindelijk wel mee.”

Leroy is als businessmanager bij Sporting Telenet verantwoordelijk voor alles wat er op het scherm komt en voor de aankoop van sportrechten. Hij werkt met een externe sportredactie, die hij mee aanstuurt.  Een veeleisende job die niet makkelijk met topsport te combineren is. Toch speelt Leroy in clubverband ook nog bij de Dragons uit Brasschaat, waarmee hij dit jaar de halve finales van de Euro Hockey League – de Champion’s League van het hockey, zeg maar – speelde. En in november werd hij ook nog eens vader. “Het is hectisch. Net daarom heb ik in 2005 al afgezegd voor de nationale ploeg. Het viel niet meer te combineren met mijn werk. Ik werkte toen als accountmanager bij een reclamebureau, en daar kon ik geen 15 dagen verlof krijgen voor de nationale hockeyploeg. Toch vroeg de bondscoach me in 2007 om me het hele jaar mee voor te bereiden voor de Olympische Spelen in 2008. Maar dat ging niet. Mijn werkgever wou wel enkele toegevingen doen, maar hij kon niet op alle vragen ingaan. Veel mensen begrijpen niet dat ik mijn job niet opzegde om naar de Spelen te kunnen, maar hoe zou ik dat moeten gedaan hebben? Ik was net gaan samenwonen met mijn vriendin, en zij had nog geen werk. Ik betaalde ons appartement af, ik kon niet zomaar ontslag nemen. Waarvan moest ik leven? Nu krijgen je als hockeyspeler een vergoeding voor de trainingen, toen niet. En ik wou ook investeren in mijn carrière. Het was een harde keuze, maar ik heb er geen spijt van gekregen. Ik heb me er toen bij neergelegd dat ik nooit naar de Olympische Spelen zou gaan. Niets aan te doen.”

Geen topsportcultuur

Geen Olympische Spelen voor Leroy? Zo zag het ernaar uit, maar dat was buiten de bondscoach en zijn huidige werkgever gerekend. “Ik had al ‘s met een collega bij Telenet over de nationale hockeyploeg gesproken, en het feit dat het moeilijk te combineren was met mijn werk. Die collega werd later mijn baas. Toen hij hoorde dat de bondscoach me wou oproepen voor de Olympische Spelen, heeft hij de hr-afdeling opgedragen een regeling uit te werken. Het was leuk om te merken dat Telenet zich flexibel opstelde. Dat is niet evident in België. Wij hebben absoluut geen topsportcultuur. In Nederland werken de nationale spelers bij een van de sponsors, en worden ze gekoesterd en als uithangbord gebruikt.” Niet dat Leroy wil klagen. Ook financieel zit het goed. Door de vergoeding die hij krijgt voor de trainingen van de nationale ploeg, aangevuld met het bedrag dat hij krijgt tijdens het ouderschapsverlof, is zijn Olympische avontuur haalbaar.

Sinds 1 juni kan Leroy zich helemaal op de nationale ploeg concentreren. Hij is opgelucht, zegt hij. “Ik heb anderhalve maand halftijds gewerkt, en dat was behoorlijk zwaar. Ik had wel enkele taken doorgeschoven naar medewerkers, maar de mails bleven voltijds binnenstromen. Tijdens de training kon ik niet verder werken, maar tijdens het fitnessen was ik wel bezig met het beantwoorden en doorsturen van mails op mijn iPhone. Ik wou mijn werk niet laten schieten. Ik ga mijn verantwoordelijkheid niet uit de weg. Ik wil erop toezien dat alles goed loopt. Maar zoals ik al zei: ik moest me op twee zaken tegelijk concentreren.”

Gelukkig was de timing niet zo slecht, toch niet wat Leroys werk betreft. “Verschillende contracten waarover opnieuw moest onderhandeld worden, waren half april allemaal afgerond. Ik had ook het geluk dat we het Belgische voetbal niet binnengehaald hebben, anders was het zwaar geweest (grijnst). Ook het plan van wat we volgend seizoen op het scherm brengen, is al helemaal doorgepraat met de redactie. Ik kan dus met een gerust hart vertrekken. De competities beginnen maar in augustus en vanaf 1 september ben ik terug. Of dit gevolgen heeft voor mijn carrière? Je weet het nooit op voorhand, maar ik denk het niet. Als ik terug kom in september, neem ik gewoon de draad terug op.”

Deze zomer is normaal gezien de laatste keer dat Leroy ingaat op een uitnodiging van de nationale ploeg. “In december is er een toernooi in Australië, maar dat moet ik aan me laten voorbijgaan. Ik kan moeilijk opnieuw aan mijn werkgever vragen om een speciale regeling uit te werken. Het is wellicht mijn laatste kans op deelname aan de Olympische Spelen. Bij de volgende Spelen ben ik 36 jaar en sta ik ook weer verder in mijn carrière. Het is uitgesloten dat ik dan nog een kans maak. Hoeft ook niet. Ik concentreer me volop op deze Spelen. We zijn een geduchte tegenstander in Londen. Vroeger waren de toplanden blij dat ze tegen ons mochten spelen, maar die tijd is voorbij.”