Belgische toparchitect Vincent Callebaut: Ontwerper van futuristische steden

Een jonge Belgische architect predikt de Groene Revolutie: hij ontwerpt futuristische steden die zichzelf voorzien van energie en voedsel. Van een flatboerderij en drijvende steden tot verticale luchtschepen die hun energie halen uit drijvende zeewiercentrales: Vincent Callebaut zoekt reële oplossingen voor de overbevolking en milieuverloedering.

De Dragonfly torent 700 meter hoog boven Manhattan. Deze 'libellevleugel' is een ministad voor 50.000 inwoners. Ze telt 132 verdiepingen en 28 velden waar de flatbewoners annex tuiniers zelf hun voedsel telen. De jonge Belgische architect Vincent Callebaut (33) ontwierp deze hangende tuinen van New York. "Het is een stedelijke boerderij die de natuur terugbrengt in de stad en die productie en consumptie verenigt", vat Vincent Callebaut zijn idee samen dat hij vorig jaar presenteerde.   
Hij integreert in de Dragonfly nieuwe technieken zoals de zuivering van vloeibaar afval door planten, maar ook de omzetting van vast afval in compost en de productie van energie uit biomassa. Natuurlijk ontbreken windturbines en zonnecellen niet. "Niets gaat verloren. Alles kan gebruikt worden in een keten die zichzelf bedruipt."

Voorlopig bestaat de Dragonfly enkel als een schitterende schets van de toekomst.
Maar deze 'urban farm' is wel een radicaal idee dat aanslaat. Vincent Callebaut vertelt dat hij dicht bij een eerste, echte realisatie staat: "De Dragonfly was ons intellectueel 'manifest'. Mijn medewerkers en ik werken nu aan een kleinere versie voor Kuala Lumpur. Deze toren zal een derde zijn van de grootte van het oorspronkelijke ontwerp maar dat is nog 200 meter hoog. Elke inwoner wordt uitgenodigd om zijn eigen voeding te verbouwen. We voorzien in de toren niet alleen siertuinen maar ook moestuinen en waterpartijen. We staan dicht bij de afwerking van dit project. De bouwaanvraag zou nog voor het einde van dit jaar ingediend moeten worden."

In de leer bij grootheden

In zijn bureau in Parijs, Vincent Callebaut Architectures, werken vandaag een tiental specialisten, vooral architecten aangevuld met biologen en landschapsarchitecten. “Zoals in een koppel zijn we complementair: in discussie bereiken we samen meer. Ik zit er nu tien jaar in: ik leer permanent bij en we passen onze werkmethodes permanent bij.”
Voor een jonge architect krijgt deze jonge Belg al flink wat weerklank. In Azië  verschenen er al twee boeken over zijn werk: één aan de universiteit van Peking en één in Seoel. Vincent Callebaut maakt deel uit van de nieuwe generatie architecten die kiezen voor een slim gebruik van wind, zonlicht en water en voor een minimaal energieverbruik. Zijn utopische manier van denken ligt in de lijn van het gedachtegoed van de 91-jarige Amerikaan Paolo Soleri, het Londense bureau Arup, en de Rotterdammers van het bureau MVDRN die met gelijkaardige projecten op de proppen komen. "Ik voel me ook verwant met de Britse groep Archigram die in de jaren zestig de klassieke architecten schoffeerden met hun nieuwe samenlevingsmodellen", stelt Vincent Callebaut.
Hij leeft natuurlijk niet van nieuwe ideeën alleen: "Een derde van ons werk bestaat uit de klassieke openbare gebouwen zoals zwembaden, banken of musea. We dingen dus mee met openbare aanbestedingen. Vier jaar geleden begonnen we op eigen initiatief nieuwe architectonische vormen te ontwikkelen als antwoord op de economische en ecologische crisis die we nu beleven."

Geen vrees voor ghetto’s

Vincent Callebaut en de zijnen tekenden onder andere een drijvende stad voor ecologische vluchtelingen 'Lilypad', een zelfbedruipende torenstad 'Dragonfly' en dit jaar pakten zij uit met verticale luchtschepen die hun energie halen uit drijvende zeewiercentrales 'Hydrogenase'. 
"Met die projecten streven we geen winst na. Ze worden gesponsord door onze klassieke projecten. Gewone architecten hebben niet de tijd om zoiets uit te denken of ze durven zulke projecten niet voorstellen. We trachten het werk van de hedendaagse sterarchitecten te overstijgen: zij hanteren een bepaalde stijl, bijvoorbeeld, een minimalistische stijl. Wij gaan verder: we willen het appartement en de supermarkt van morgen uitvinden. We stellen onze consumptiepatronen in vraag en vragen ons af hoe een gezin zich moet organiseren." De ploeg is nog lang niet uitgepraat want binnen enkele maanden volgen nieuwe toekomstbeelden.

Vreest hij niet dat ook zijn torens broedplaatsen worden van sociale achterstand en criminaliteit? Vincent Callebaut spreekt plots een toon hoger: "Tijdens mijn studies in Brussel hebben we de situatie in de Parijse voorsteden onderzocht. Die wijken worden ghetto’s omdat het allemaal eenheidsworst is: ofwel troepen er alleen maar  arbeiders samen ofwel zijn het kantoorblokken, zoals in Brussel Noord of in La Défence (Parijs). Zulke wijken zijn sociaal niet leefbaar omdat de verschillende klassen er zich niet mengen. Bepaalde uren van de dag staan ze zelfs  leeg. Onze utopische projecten vertrekken van een volledig gemengd samenwonen: met zones voor winkels, ontspanning, wonen en werken door elkaar. Ook voorzien we zowel kleinere als grotere appartementen zodat er een sociale mix kan ontstaan."

Ondertussen werd Vincent Callebaut uitgenodigd door de organisatoren van de Wereldtentoonstelling in Shanghai om in zes paviljoenen zijn projecten op groot formaat te presenteren. Dat blijft niet zonder gevolgen. Vincent Callebaut: "Alle gemeentebesturen uit China bezoeken de tentoonstelling. Sinds mei, de maand van de opening van de Wereldtentoonstelling, ontvingen we al uitnodigingen om gebouwen voor te stellen. Momenteel werken wij vanuit Parijs bijna enkel voor Aziatische landen. Als jonge architect krijg je gemakkelijker aandacht buiten je moederland, waar de grote dinosaurussen de markt domineren."

"China moet vandaag snel en veel bouwen, zoals Europa in de jaren zestig. Het land maakt dezelfde fouten door identieke flatgebouwen duizendmaal te herhalen in eenzelfde wijk. Maar enkele steden kloppen bij ons reeds aan om urbanisatieplannen te tekenen. Ook namen grote projectontwikkelaars uit Vietnam en Taiwan al contact. Zij beschikken over grote terreinen. Er is enorm veel belangstelling voor onze projecten in de nieuwe groeilanden, die nog veel meer moeten bouwen dan Europa en die hun oor te luisteren leggen bij jonge architecten. Ze verwachten van ons projecten die vertrekken vanuit utopische ideeën, maar die dan concreet worden uitgewerkt. Voor de grotere projecten werken we meestal met grote lokale architectenbureaus. Want elk land heeft andere reglementen over bouwen, materialen, brandveiligheid, urbanisatie. Dit spel zijn we nu aan het leren."

In zee met biologen

In zijn boek 'Archibiotic' mengt Callebaut architectuur met biologie en technologie. "We trachten de ruimtelijke expansie van de steden te beperken door in de hoogte te werken. We kiezen voor compacte steden." Hij noemt het zelf 'eco-positieve architectuur' met nieuwe herbruikbare materialen ('cradle-to-cradle') die instaat voor de eigen energieverwekking (elektriciteit, verwarming en voeding).
Is hij wel zeker dat de technieken die hij in die projecten hanteert, op punt staan? "We zien gebouwen niet als gadgets. De verticale architectuur is bijzonder ingewikkeld. We vertrekken van bewezen technieken, zoals de passieve bouwstijl  die in de jaren zeventig en tachtig op punt is gezet. Ook trachten we een brug te slaan tussen het fundamenteel onderzoek en de toegepaste architectuur. We werken samen met een reeks onderzoekers van over de hele wereld, zoals professor Dickson Despommier van de Columbia University (New York) die al twintig jaar op zoek is naar bruikbare formules van ‘vertical farming’. We zijn ook een beetje onderzoekers op het vlak van architectuur. Zo hebben we In Parijs een klein ‘antismog’-project waarbij we gevels met platen van titaniumdioxide bekleden die CO2 uit de lucht halen."

Vincent Callebaut heeft sterk het gevoel dat Europa achterop hinkt. "Onze ontwerpen krijgen veel minder weerklank in Europa dan in de nieuwe groeilanden. Niet dat Europa zich niet vernieuwt, maar trager en vooral via de gevestigde waarden. Je moet je hier volledig bewezen hebben, voor je de kans krijgt iets nieuws te presenteren. In het buitenland word je sneller ernstig genomen.”

Tot slot, wat vindt hij van Vlaanderen op architecturaal vlak? “Ik hou enorm van Antwerpen als oude stad en als wereldhaven. Maar Vlaanderen bouwt zichzelf vol: iedereen leeft in de eigen ‘schoendoos’ die netjes in de rij staat aan een grote verkeersader. Alles is er gebaseerd op het individuele vervoer. Men zou de reeds ingevulde ruimte beter moeten benutten en de steden compacter maken. Ik vind het bizar dat het historische centrum van Parijs volop bewoond is, terwijl het Brusselse centrum waar ook waardevolle gebouwen staan, leegloopt. Dan vind ik Hongkong een beter voorbeeld."

Wie is Vincent Callebaut?

° 1977: geboren in La Louvière
° 1995 - 2000: studies architectuur aan het Institut Victor Horta (La Cambre/ULB) in Brussel
° 2000 - 2004: stage bij twee Europese grootheden: Odile Decq, de directrice van een bekende architectenschool in Parijs, en Massimiliano Fuksas, waarvoor hij mee tekende aan Zenith, de nieuwe spektakelzaal in Straatsburg  
° 2005: samenwerking met Claude Vasconi: “In dit bureau werkte ik mee aan het passieve bankgebouw voor Dexia in Luxemburg dat op de oude site van Arcelor Mittal staat."
° Sindsdien heeft hij een eigen bureau in Parijs, Vincent Callebaut Architectures, met een tiental medewerkers.
° Hij publiceerde al enkele boeken en was zelf het onderwerp van twee boeken die allebei in Azië verschenen, in Seoel en in Peking.

Tekst Erik Verreet - Illustratie/foto  zie website WWW.VINCENT.CALLEBAUT.ORG
Copyright bij de illustraties: VINCENT CALLEBAUT ARCHITECTURES  

Ga terug naar het dossier

Verschenen in Vacature Magazine van 16/10