Belgische afvalverwerking breekt door in China

Grote steden zijn hun natuurlijke biotoop. Voor waterzuivering, afval- en slibverwerking. Of hoe het Belgische bedrijf Waterleau mee het afval verwerkt van een groene Chinese grootstad Zhangjiagang.

“De afvalverbrandingsinstallatie in Zhangjiagang is tot nu toe onze grootste realisatie in het domein van afvalverwerking”, vertelt Herman Sioen (45), directeur van de afdeling afval- en slibverwerking van het Leuvense bedrijf Waterleau. “Dit is ook een sterke referentie, want alle nieuwe groeilanden kijken op naar China. We verkennen momenteel de Braziliaanse markt. Onze Chinese contracten openen daar sneller de deur. De Brazilianen, die nu op zoek gaan naar afvalverbrandingsovens, weten dat China vandaag een sterk concurrentiële markt is. De bedrijven die vandaag in China verkopen, bezitten de modernste technologie. Want de Chinezen maken echt wel hun huiswerk. Ze nemen de tijd en ze zijn volledig op de hoogte van wat wij aanbieden, hoewel ze dat meestal niet laten voelen.”

In 2009 werd de oven opgestart, die jaarlijks 300.000 ton afval kan verwerken. “Dat is ruwweg de afvalberg van een miljoen inwoners of ongeveer de capaciteit die Brussel nodig heeft. Gent heeft een installatie van 100.000 ton en Isvag in Wilrijk verwerkt 120.000 ton. De installatie levert ook elektriciteit aan één gezin op zeven in Zhangjiagang.”
Ze is nu een jaar in productie. Herman Sioen: “Ik was er vorige maand: de klant is zeer tevreden. Zoals we hoopten ligt de capaciteit van de installatie 10% hoger dan gevraagd in de offerte. We hebben dus de beoogde resultaten behaald.”

Geen hondendrollen

“In Zhangjiagang vind je geen papier of hondendrollen op straat”, weet Herman Sioen. Twintig jaar geleden was dit een vissersdorp op de Yangtze dat nu is uitgegroeid tot een stad meer dan één miljoen inwoners. Zhangjiagang positioneert zich als een nette, groene stad, waar zelfs de bloemen elke dag gesproeid worden. Omdat Zhangjiagang amper 150 km van Shanghai ligt, is het in Chinese ogen een voorstad van Shanghai.
In 2006 schreef de stad een openbare aanbesteding uit voor de bouw en het exploiteren van een afvalverbrandingsinstallatie. Het Chinese bedrijf Golden State won de aanbesteding. “Wij kennen dat bedrijf al tien jaar. Na wat discussie koos Golden State voor Waterleau om de technologie te leveren. Begin 2007 kregen wij de bestelling, goed voor 3,5 miljoen euro.”

Meestal levert Waterleau projecten sleutel-op-de-deur af, maar dat was niet het geval in Zhangjiagang. Herman Sioen: “Zo’n eerste referentie binnenhalen was extreem moeilijk. Het was niet alleen een zaak van kostprijs, we hadden ook een lokale partner nodig. Afval en water zijn projecten van de overheid. Daar speelt altijd een politieke factor mee. Onze lokale partner, Golden State, bezit die politieke introducties. Daarnaast werkt Golden State al jaren met ons samen op het vlak van waterzuivering. Er was dus wederzijds vertrouwen. Wij leveren uiteindelijk knowhow, die om veel uitleg vraagt. Dat komt neer op lesgeven: hoe maak je de installatie en hoe onderhoud je ze. Voor Golden State was het de eerste afvalinstallatie die ze zelf bouwden. Ze zochten een organisatie die de hele knowhow kon leveren, zonder de toestellen. Die wensten ze lokaal te kopen. Wij hebben veel informatie doorgespeeld, onder meer details voor de bestelbons, kortom bijna alles behalve onze software.” Herman Sioen beseft best dat Waterleau veel kennis uit handen geeft: “Dat gevaar bestaat. Toch heeft Golden State intussen al gepolst of we met hen een tweede project willen doen. Ze zijn dus tevreden over de samenwerking. Maar we mogen niet stilzitten en zullen onze technologie verder moeten ontwikkelen.”

Adviseurs voor lokale ingenieurs

In 2007 en 2008 waren de ingenieurs van Waterleau aan de slag in Zhangjiagang. “Wij hadden een engineeringopdracht voor de oven en de ketel, plus de werfopvolging en de training. Alles is vlot verlopen, alleen hebben buurtbewoners actie gevoerd tegen hun onteigeningsvergoeding die ze te laag vonden. Ze blokkeerden vier maanden de werf. Daar hadden wij niets mee te maken, maar we verloren er wel een half jaar mee”, vertelt Herman Sioen. Ook de communicatie verliep niet altijd vlot. “Chinese ingenieurs spreken geen Engels. We werkten dus veel met tolken, af en toe staken Vlaamse collega’s die Chinees spreken een handje toe. Wij functioneerden daar als adviseur voor de Chinese werfleiders. Soms negeerden die ons advies onder het motto ‘in China doen wij dat anders’. Het project in Zhangjiagang was echt een kolfje naar de hand van het soort ingenieurs dat wij zoeken. Het zijn teamspelers die weten hoe om te gaan met klanten. Ze spreken enkele talen en zijn bereid elk jaar enkele maanden naar het buitenland te gaan.”

Hoe meer megasteden, hoe meer business voor Waterleau. Herman Sioen: “Grote steden zijn onze natuurlijke markt. In elke grootstad wordt eerst het waterprobleem aangepakt. Indien de stad later voldoende economisch sterk staat, zal ze investeren in slibverwerking en daarna in afvalverwerking met elektriciteitsopwekking. Let op, afvalverwerking is niet van nature winstgevend. De verwerker moet een subsidie krijgen, want de inkomsten uit de opwekking van elektriciteit volstaan niet om de installatie te betalen. In China is de verhouding nu één yuan per hoeveelheid geleverd afval (‘gate fee’), die de stad betaalt,  tegen één yuan opbrengst uit elektriciteit. In België draagt de consument relatief meer bij.”

De grotere Chinese agglomeraties zijn nu rijp voor afvalverwerking. Daarnaast plant China nog de bouw van meer dan honderd steden. “We zien inderdaad nog plaats voor groei. In Brazilië, in Rusland, in Afrika, moeten de steden nog beginnen met waterzuivering. Zelfs de Verenigde Staten lopen dertig jaar achter op het vlak van afvalverwerking. Buiten West-Europa en Japan is de markt van afvalverbranding nergens rijp. In steden als Sao Paolo, Caïro en Mumbai wordt afvalverwerking stilaan een noodzaak, want die steden botsen op hun geografische grenzen.”

Megaprojecten

Herman Sioen zit bijna twintig jaar in de milieutechnologie. Deze Gentse burgerlijk ingenieur begon bij Seghers Engineering. “Daar leerde ik Luc Vriens kennen, die in 1999 Waterleau opstartte. Toen in 2006 duidelijk werd dat Waterleau ook in slib en afval ging, stapte ik over.” Waterleau telt vandaag 280 ingenieurs. Met zijn twintig medewerkers is de afvalafdeling kleiner dan de afdelingen voor water- of luchtzuivering.
De twintig medewerkers van de afvalafdeling verdelen momenteel hun tijd over vijf projecten: een project om slib te drogen in Medina (Saoedi-Arabië), hetzelfde project in Mekka draait al, een wervelbedcentrale die de vrijgekomen energie recupereert in Pitesti (Roemenië) die slib verwerkt en voor Indaver, een project van 20 miljoen euro voor de verwerking van medisch afval. “Het vijfde project is een nieuwe opdracht in de regio Shanghai voor een verbrandingsinstallatie met drie lijnen, goed voor 250.000 ton per jaar”, vult Herman Sioen aan.
Waterleau heeft grootse plannen: “We willen comfortabel groeien. Tegen 2014 wil het hele bedrijf een omzet realiseren van 150 miljoen euro, terwijl we dit jaar zo’n 75 miljoen zullen halen. Met een jaarlijkse groei van 15 procent kunnen we op vijf jaar verdubbelen. Voor de afvalverwerking rekenen we nog op enkele bestellingen.”

Tekst Erik Verreet - Foto Michel Wiegandt (van Herman Sioen, Waterleau)

Terug naar het dossier

Verschenen in Vacature Magazine op 16/10/10