België: land van melk en honing voor Roemeense werknemers en studenten

De Roemenen zakken af naar België, op zoek naar diploma’s, jobs en een beter inkomen. Omgekeerd ontdekken meer en meer Belgische ondernemers Roemenië. Ondanks de lage koopkracht en de wijdverbreide corruptie biedt Roemenië veel ruimte en mogelijkheden voor ondernemende Belgen.

Het aantal Roemeense immigranten in Vlaanderen steeg in 2010 met 59 procent. Die groeiende immigratie ging gepaard met meer uitbuiting. Vorig jaar betrapte de sociale inspectie 326 Roemenen op zwartwerk, hoofdzakelijk in de land- en de tuinbouw. Roemenië is na Brazilië de belangrijkste bron van buitenlandse zwartwerkers in ons land.

Ons land trekt ook steeds meer Roemeense studenten aan. In 2000 telde de Université Libre de Bruxelles slechts zeventig Roemenen op haar banken, vandaag al 200. “Na Frankrijk, Italië en Luxemburg zijn de Roemeense studenten vandaag de vierde grootste groep buitenlandse studenten voor ons. Ze kiezen vooral voor geneeskunde, Europese studies en economie. Ook aan de UCL (Louvain-la-Neuve) schrijft steeds meer Roemenen in”, verklaart woordvoerder Valerie Bombaerts (ULB).

Niet eten met politici

Omgekeerd is Roemenië voor vele Belgen een land waar ze zich zakelijk kunnen uitleven. Koen Vanvinckenroye (ING) werkte eerst in Griekenland: “Daar is de corruptie veel erger dan in Roemenië. Hier kan je vlotter zakendoen met de overheid, maar je moet weten hoe die aan te pakken. Ga bijvoorbeeld niet eten met een politicus want dat is bijna een uitnodiging om iets extra’s te vragen.”

Belgisch kapitaal laat naast de snelwegen rond Boekarest shoppingcentra (Cora) en opslagplaatsen verrijzen. De groepen van Jan De Clerck (Domo) en Philippe Vlerick zijn er actief. Zo opende Vlerick zopas in Brasov een ‘business center’. Philippe Vlerick bezit in Roemenië ook UCO Tessatura (samen met de Indische Raymond-groep) en BMT dat metaalconstructies en tandwielkasten produceert. Twaalf jaar geleden stampte hij in Iasi, de universiteitsstad aan de Moldavische grens enkele divisies van BTM uit de grond. Cfo Theo Nys was daar bij betrokken: “Intussen zijn de vier afdelingen van BMT allen actief in Iasi. We kozen voor Iasi als universiteitsstad met voldoende ingenieurs en werknemers die Engels of Frans beheersen. Boekarest is een stuk duurder en het verloop is er hoger.”
Tot hiertoe opereerde BMT Roemenië als onderleverancier van de Belgische fabrieken. “Dat zal veranderen”, vertelt Theo Nys. “Eén afdeling verkoopt al rechtstreeks vanuit Roemenië. De andere divisies zullen volgen. Een deel van de productie verhuist uit Vlaanderen naar ginder. De voorbije jaren bouwden we in België af.” Met meer dan 800 werknemers is het Roemeense Iasi nu de grootste vestiging van BTM, gevolgd door Tsjechië en Kroatië.
Ook het engineeringsbedrijf Arcadis heeft een kantoor met bijna 40 ingenieurs in Iasi.

Er is al een Romania Belgium Business Club, maar in Boekarest wordt gesleuteld aan een nieuwe Belgian-Romanian Association (werknaam Beroma). De Roemeens-Belgische relaties worden verder opgewarmd.

Terug naar het coververhaal 'Roemenië loopt leeg'