In België bleef arbeidsduur stabiel, in Frankrijk en Duitsland daalt hij sterk

In 2008 en 2009 zorgde de crisis voor een daling van de gemiddelde arbeidsduur, vooral in ons land en in Duitsland. Maar de voorbije vijftien jaar (1997-2012) bleef de gemiddelde arbeidsduur in België redelijk stabiel.

Dit was gedeeltelijk te wijten aan de toename van de werktijd van de voltijds werkenden, voornamelijk in Vlaanderen. Ook nam in ons land het aandeel hooggeschoolden toe, en hun gemiddelde arbeidsduur ligt hoger. Deze factoren remden de daling van de gemiddelde arbeidsduur sterk af in de privésector sterk af.

Die daling deed zich veel uitdrukkelijker voor in onze buurlanden: daar verminderde de gemiddelde arbeidsduur met ongeveer 10 procent. Zo voerde Frankrijk in 2002 de 35-urenweek in, en dat liet zich voelen. In Duitsland lag een andere evolutie aan de basis van deze daling: het aantal heel kleine deeltijdse jobs groeide er tussen 1996 en 2005 heel sterk aan.

Gemiddelde arbeidsduur van werknemers in België, Nederland, Frankrijk en Duitsland

(1997-2012, indexering met 1996 = 100)

 

bron: Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, Technisch verslag over de maximale beschikbare marges voor de loonkostenontwikkeling, november 2011