Bart De Smet (29), softwareprogrammeur op het Microsoft-hoofdkwartier

Van het computertje achteraan in het klaslokaal in Zottegem naar het hoofdkwartier van Microsoft. ‘Software development engineer’ Bart De Smet (29) maakt al vijf jaar lang zijn stoutste jongensdromen waar, opklimmend in de hiërarchie van de softwaregigant. “Zevenhonderd andere teams binnen Microsoft zitten te wachten op een 2.0-versie die ik aan het schrijven ben.”

Sinds vijf jaar werkt Bart De Smet (29) als software development engineer op de hoofdcampus van Microsoft in Redmond (Seattle, VS). “Mijn appartement is in de buurt van enkele onderzoekscentra. Daar neem ik ’s ochtends rond tien uur de shuttle naar de campus zelf. Voor elf uur zijn de meeste software-ingenieurs toch niet aanwezig. Als ik rond zeven uur naar huis rijd, zoek ik eerst een restaurant. Daarna durf ik terugkeren naar de Microsoftgebouwen bij mij in de buurt, om nog wat te werken. Dat is geen vaste gewoonte. Maar als een probleem me te pakken heeft, kan het vlot vier uur ’s ochtends worden. De voorbije weken was dat schering en inslag.”

Toen hij in oktober 2007 in Redmond arriveerde, belandde Bart bij het team van een grafisch systeem. “Maar dat was niet echt mijn ding. Het draaide erg veel om het esthetische. Mij boeit de basissoftware. Ik ben meer een DOS-persoon.” In januari 2010 veranderde hij van team. “Zo’n wissel verloopt zeer vlot: je meldt je chef dat je wil veranderen. Enkele weken later is het zover.”

Vandaag draait hij mee in het vijfkoppige ‘cloud programmability-team’ van het databasesysteem SQL Server. Op zijn kaartje staat: ‘functional programmability geek’. Pardon? “Dat betekent dat we vragen krijgen van specialisten die programma’s willen schrijven voor databanken bedoeld voor internet. Bijvoorbeeld, u wil via Twitter weten wie de populairste bands waren op Pukkelpop. Of u heeft andere vraag via Twitter, namelijk welke impact een Europese top op de Belgen heeft. Dat zijn twee verschillende vragen, gericht aan de Twittergebruikers in ons land. Hoe kan je die vragen gezamenlijk intelligent beantwoorden? Ons team zoekt daar manieren voor. We zoeken oplossingen om met een minimum aan lijm twee stukken software netjes met elkaar samen te laten werken. En dat zo eenvoudig dat gebruiker niet door heeft dat hij ‘state of the art‘-technologie gebruikt.”

“De component waar ons teampje nu twee jaar aan werkt, wordt binnen Microsoft meer en meer gebruikt. De facto ben ik de expert van dienst voor die component geworden, ik schrijf aan een snellere 2.0-versie ervan. Zevenhonderd andere teams zitten erop te wachten.”

Goeroe van 69

Bart De Smet werkt doodgraag op Microsoft-campus. “Deze omgeving ligt me. We krijgen enorm veel vrijheid. We werken met softwareonderdelen die soms twintig jaar oud zijn, maar op de campus is er altijd iemand te vinden die de dat onderdeel tot in de finesses kent. Die is steeds bereid om je het hoe en waarom te vertellen. Dat kost dikwijls niet meer dan een wandeling naar een ander gebouw op de campus.” Microsoft heeft 40.000 werknemers in de buurt van Seattle.

Zijn held is David Cutler (69), die in 1989 Windows NT heeft geschreven. “Hij is de meest ‘senior developer’ bij Microsoft. Hij heeft codes geschreven waarop uw computer nog steeds draait. Cutler werkt nu aan de XBox en is een interne goeroe. Ik zal heel tevreden zijn mocht ik op mijn zeventigste ook nog met evenveel passie doen wat ik nu doe.”

Bart De Smet prutst al sinds zijn negende aan computers, eerst in het college van Zottegem. In het vijfde studiejaar stond daar een computer achteraan de klas. Wie eerst klaar was met zijn sommen, mocht die op de computer gaan controleren. “Ik was altijd de eerste. Ik besefte dat die computer meer kon. Ik begreep amper Engels, maar ging in de bibliotheek enkele boeken over programmeren in Basic ontlenen. Ik tikte de code over en zag hoe de computer daar op reageerde. Na een tijdje schreef ik enkele enkelvoudige programma’s om priemgetallen of oppervlakten te berekenen. Dat was een leraar opgevallen. Tijdens een wedstrijd heb ik die programma’s voorgesteld. Op mijn veertiende won ik zo een eerste prijs.” Er volgden er nog. Hij kaapte onder meer een volledig pakket Visual Basic 6.0 weg, “de voorloper voor de programmeertaal C (lees: ‘c sharp’, of do kruis, nvdr), waar ik me later in specialiseerde. Die taal werd rond 2000 ontwikkeld, ik ben toen onmiddellijk op die wagen gesprongen.” Zo kwam Bart De Smet op de radar bij Microsoft.

Hij haalde eerst een licentiaat in de informatica in Gent, om er daarna twee masterjaren bij te voegen, zodat hij nu ‘burgerlijk ingenieur computerwetenschappen’ is. “Mijn laatste drie studiejaren was ik voor Microsoft een zogenaamde ‘most valuable professional’: ik hielp onafhankelijk mensen met problemen in C# en was heel actief op een technische blog. Dat trok de aandacht van technici in Redmond. Die hebben me in 2007, een half jaar voor ik afstudeerde, uitgenodigd. Op 11 februari, op mijn verjaardag, nam ik het vliegtuig terug naar huis, met een contract op zak.”

Al bijna 'senior'

Vijf jaar met positieve evaluaties brachten Bart van ‘59’, het afstudeerniveau, naar ‘62’. “Ik zit nu net onder het niveau van een ‘senior’. Dan zal van mij verwacht worden dat ik als expert andere teams help. Dat doe ik al. Ook zal ik meer presentaties voor klanten moeten houden. Ook dat doe ik al sinds mijn 20e. Ik houd ook van lesgeven, zeker over software waar ik bij betrokken ben. Misschien daarom dat ik op een conferentie verkozen ben tot ‘favoriete spreker’.”
De treetjes omhoog op de functieladder maken dat De Smets maandsalaris netto intussen in de buurt van 6.000 dollar (4.600 euro) zit. “Op het einde van het jaar komt daar nog een bonus bij die schommelt tussen 5 en 15 procent. Soms krijg je aandelen. Omdat we veel patenten schrijven in ons team, volgen daarvoor ook bonussen.”

Hij blijft nog jaren bij Microsoft. Maar hij sluit een terugkeer naar Europa niet uit. “Ik hou van onze kunststeden. Gelukkig heb ik het voorbije jaar mijn hartje kunnen ophalen door presentaties in Praag, Barcelona, Londen en Berlijn. Maar ik blijf binnen de softwareontwikkeling. Microsoft heeft ook een groot researchcentrum in Cambridge. Sommige ‘senior’-medewerkers mochten zelfs een eigen ontwikkelingscentrum openen in hun geboorteland. Of lesgeven aan de universiteit van Gent? Er zijn zo veel mogelijkheden.”