Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Bart Becks: "Dé carrière bestaat niet meer"

Er zijn maar weinig landgenoten die op vlak van innovatie en ondernemingszin internationaal zo serieus geworden worden als Bart Becks. En er zijn er nog minder die met hun eigen carrière het levende bewijs vormen van wat ze zelf al enige tijd beweren: dé carrière bestaat niet meer. We reizen, jobhoppen en starten bedrijfjes aan de lopende band.

Stellen dat Bart Becks (40) er een afwisselend bestaan op nahoudt, is een understatement. We ontmoeten hem in hartje Brussel, in een loft in de Dansaertstraat. Becks is net terug van een trip naar Singapore en Hongkong, verblijft nu enkele weken in eigen land en verkast dan met vrouw en zoon opnieuw naar Los Angeles, waar hij een groot deel van de tijd woont. “Ik zat nog op de middelbare schoolbanken toen ik als webontwikkelaar mijn eerste bedrijfjes uit de grond stampte en al in Europa rondtrok om gelijkgezinden te ontmoeten. Reizen en mensen ontmoeten is voor mij een soort tweede natuur, ik sta daar amper nog bij stil. De meeste twintigers vandaag denken daar net zo over. Toen ik afgestudeerd was als handelsingenieur heb ik daarna een MBA gevolgd in Luik. Om mijn Frans wat op te krikken, maar voor ik het zelf goed en wel besefte, kon ik bij Fnac in Parijs aan de slag. Een zalige tijd, want Fnac is in Frankrijk min of meer een cultureel instituut. Al heeft het enige tijd geduurd alvorens ook mijn moeder besefte wat ik nu precies deed: zij dacht dat ik journalist was bij Knack (lacht). Toen een van de toenmalige directeurs daar plots vertrok, werd ik tot hoofd van de internetdivisie gebombardeerd. Ik was 24 en kreeg een baan op directieniveau aangeboden die me op het lijf geschreven was, net op het moment dat de internettechnologie op de rand van de doorbraak stond.”

Een paar jaar later zwaai je een mooie carrière bij Fnac vaarwel, vervolgens vertrek je als ceo bij Belgacom Skynet en finaal houd je het ook voor bekeken als vicepresident innovatie & nieuwe media bij mediagroep SBS. Geen vooraf uitgestippeld carrièrepad voor jou?

“Ik ben in mijn carrière al enkele keren voor gek verklaard, dat klopt (grijnst). Maar als je het gevoel hebt dat je werk af is, wordt het tijd om te vertrekken. Ik ben altijd een beetje een ‘intrapreneur’ geweest binnen de bedrijven waar ik aan de slag was. Dingen veranderen en in vraag stellen, aan de kar trekken, dat zit in mijn karakter. In die zin is het dus niet bepaald verrassend dat ik nu opnieuw ondernemer ben geworden, eerst met SonicAngel (dat hij samen met Maurice Engelen uit de grond stampte om jonge muzikanten aan startkapitaal te helpen, nvdr) en nu ook met FilmAngel.tv en Angel.Me. Intrapreneurschap, ondernemingszin binnen bedrijven, is een facet van ondernemen dat in ons land wat onderschat wordt. In het buitenland zijn het vaak die mensen die als een soort interne katalysator voor groei functioneren, of die later investeren in kleine groeibedrijfjes. Het waren bijvoorbeeld de intrapreneurs van Base die Mobile Vikings op de kaart hebben gezet, of de interne ondernemers bij Telenet die ons helpen om FilmAngel te lanceren.”

Je hebt al flink wat watertjes doorzwommen: heb je de indruk dat twintigers en jonge dertigers vandaag anders aankijken tegen werk en carrière dan jouw eigen generatie? Staan de twee generaties anders in het leven?

“Wat ik bij veel jong talent merk is dat zij niet langer vasthangen aan ‘een’ carrière of een leven. Bij de generatie voor mij, zij die nu de lakens uitdelen in heel wat bedrijven, lag dat nog heel anders: wie daar driemaal van baan veranderde, was een jobhopper. Nu zie ik jonge mensen bedrijven oprichten of veranderen van werk zoals een filmproducer: drie maanden hier, een jaar daar. Die generatie vertoont veel minder loyaliteit naar het bedrijf op zich, zij kiezen op basis van projecten of inhoudelijke argumenten. Bedrijven kunnen maar jong talent aantrekken als ze die nieuwkomers in eerste instantie ook inhoudelijk kunnen overtuigen.”

Dat is slecht nieuws voor de koekjesbakker of de vijzenfabrikant, waar die missie of ziel net iets lastiger terug te vinden is?

“Misschien wel, al past hier ook enige nuance: niet alle jonge werknemers denken zo. Maar nooit eerder was het zo eenvoudig om je als getalenteerd individu te verkopen, wereldwijd zelfs als het moet. Mijn vlucht naar Singapore heb ik twee dagen voor vertrek geboekt. Twintig jaar terug moest je daarvoor een maand vooraf een reisbureau binnen stappen. Dat heeft verregaande consequenties, ook op de arbeidsmarkt. Jong talent dat uitgekeken is op zijn baan, post iets via sociale media en een week later hebben ze bij wijze van spreken een nieuwe job. Doorgaans zijn het ook niet langer de multinationals die bij ons nog voor nieuwe jobs zorgen, integendeel. We mogen al blij zijn als er bij die bedrijven geen banen sneuvelen. Vandaag zijn vooral de ‘micro-multinationals’ aan zet, innovatieve kmo’s die nieuwe werkgelegenheid scheppen of die de handen in elkaar slaan om nieuwe projecten te ontwikkelen.”

Wat maakt dan dat jongeren anno 2012 veeleisender geworden zijn en hun carrièrepad veel minder lineair bekijken?

“De technologische ontwikkeling heeft alles veel haalbaarder en toegankelijker gemaakt. Hoe zou je vroeger een internationale job hebben versierd, of je talent in de etalage hebben geplaatst voor honderden potentiële werkgevers tegelijk? Via een gele briefkaart?”
“Dé carrière zoals we die vroeger kenden, bestaat ook niet meer: op je dertigste junior, op je veertigste manager, op je vijftigste directeur en dan misschien ook nog ceo en voorzitter van de Raad van Bestuur. Sommigen hebben dat traject nu al op hun veertigste achter de kiezen. Bedrijven kunnen daar maar beter op inspelen, bijvoorbeeld door zich meer te oriënteren op het product en de bedrijfscultuur. Jongeren hebben steeds minder vaak een traditioneel uitgestippeld carrièrepad voor ogen. Flexibiliteit is het nieuwe ordewoord.”

Lopen we hier in België op dat vlak niet achter op de VS?

“Dat wel, het gaat hier nog een stukje trager. Ondernemers zijn daar helden, niet enkel in Silicon Valley maar overal. Als je hier een grote conferentie rond telecom opzet, bots je daar haast zeker op de gedelegeerd bestuurders van alle grote telecombedrijven. In de VS zijn het doorgaans niet de ceo’s maar de oprichters die het mooie weer maken. Kerels die vers van school komen en een bedrijfje hebben opgericht worden daar met de grote trom binnengehaald. Alleen al in San Francisco tellen we vandaag 18.000 start-ups, bedrijfjes die jonger dan drie jaar zijn. Tja, dan weet je het wel natuurlijk.”

“Tegelijk zie ik in België een echt golf van jonge ondernemers opstaan, dat had ik hier al jaren niet meer vastgesteld. Kmo’s waren hier altijd al stevig vertegenwoordigd, maar het groeipotentieel voor pakweg een bakker of iemand die een restaurant begint is niet zo groot als dat van technologiestart-ups. Veel van die jonge gasten trekken nu haast noodgedwongen naar de oceaan over, omdat ze daar kunnen meegroeien op het ritme van de bedrijven waar ze hun technologie op enten, genre Facebook of Twitter. Xavier Damman, de oprichter van Storify, kan enkel maar meegroeien met Twitter en Facebook, hij zit in hun ecosysteem. En dus is hij naar Silicon Valley getrokken en heeft hij daar een kantoor gehuurd in het gebouw waar Twitter ook zit. Dat is het mooie en ook het unieke daar: al die technologiebedrijfjes voeden elkaar en maken elkaar ook groter.”

Facebook telde net 1 miljard dollar neer voor de overname van Instagram, een bedrijfje waar drie man en een paardenkop werkt: loert de bubbel niet opnieuw om de hoek?

“Natuurlijk is dat gigantisch veel geld, maar je moet dat in de juiste context plaatsen. Facebook beschouwde Instagram als een groot gevaar, omdat mensen zich op het net almaar visueler gaan gedragen en de groei van het aantal Instagram-accounts ronduit indrukwekkend was: ze versturen mobiel  steeds meer foto’s. Als je je grootste concurrent voor minder dan 1 procent van de eigen beurswaarde kan uitschakelen, dan heb je een goede zaak gedaan. Het klopt dat er in onze ogen soms absurd veel geld wordt betaald voor sommige start-ups, maar er is ook heel veel geld beschikbaar.”

Worden wij er wel beter van als een golf van beloftevolle Belgische ondernemers massaal de oceaan overtrekt?

“Ze koste wat kost hier willen houden, is kortetermijndenken. Op langere termijn kunnen zij, als ze daar succes hebben en cashen, naar België terugkeren en hier beloftevolle start-ups financieren. Zo is het ook in en rondom San Francisco gegroeid. De oprichters van PayPal bijvoorbeeld hebben intussen al 15 succesvolle nieuwe bedrijven opgestart en mee geïnvesteerd in 300 andere. En dat is het beste wat ons ook kan overkomen: enkele Vlaamse snotters die ginds succesvol zijn, hun boeltje verkopen en met de opbrengst daarvan dan hier beloftevolle start-ups financieren en hen met raad en daad bijstaan. Laat de jonge pioniers dus maar een succesverhaal neerschrijven, de plaats maakt mij minder uit.”

Als je die veel van die succesverhalen hoort, lijkt de boodschap duidelijk: je stopt maar beter met studeren en stampt een bedrijfje uit de grond.

“Dat zijn vooral de leukste verhalen. Er is niet één recept. In de VS worden universiteitsstudenten wel aangemoedigd om ervoor te gaan. Bij ons zijn vroegtijdige schoolverlaters schoolmoe, daar zijn ze gemotiveerd om iets te beginnen. Weet je wat ik nu heel fascinerend vind? ‘Career dropouts’: mensen die hun carrière in de bedrijfswereld vaarwel zeggen en een start-up beginnen. Zoals ik gedaan heb. Ik denk zelfs dat we binnenkort ook de eerste ‘pensioendrop-outs’ mogen verwachten. Als je 50 bent en je haat je job, dan kan je nog iets anders gaan doen. Zeker als we moeten werken tot we 65 of 70 jaar oud zijn. Er is zoveel nood aan inzicht in internationaal zakendoen en onderhandelen, en die mensen hebben die kennis. Laten we die dus ook gebruiken.”

In België bestaat er - in tegenstelling tot de VS - een stevig sociaal vangnet. Kan dat ons gebrek aan ondernemingszin verklaren? Want waarom zou je een goedbetaalde job en bedrijfswagen opgeven om een onzeker bestaan te leiden als ondernemer?

“Wie in België faalt wanneer hij een bedrijf start, wordt dan wel financieel opgevangen, maar qua maatschappelijk aanzien ben je voor de rest van je leven een nul. Ik wist onlangs echt niet waar ik het had toen ik minister Schauvliege hoorde beweren dat er volgens haar niet echt veel waarde zat in ‘crowdfunding’ (financiering door het grote publiek via donaties online, nvdr) als financieringsinstrument voor starters. Dat is haast te gek voor woorden. Barack Obama heeft crowdfunding in zijn economische relanceplan staan, als middel om het ondernemerschap te stimuleren. Toen ik in Singapore was, wilden ze alleen maar van me weten hoe dat systeem juist werkt. Dan kom je in België en dan hoor je zoiets. Persoonlijk vind ik nog niet zo erg, ik red me wel op een andere manier. Maar stel je voor dat je een jonge ondernemer bent en je hoort die uitspraak: dan geef je er toch stante pede de brui aan? Goed, het is onwetendheid bij Schauvliege. Er zijn talloze voorbeelden van zéér succesvolle crowdfunding. Babblewatch, een start-up die vergeefs geld probeerde los te weken bij durfkapitalisten, haalde zo in vijf dagen tijd 3,8 miljoen dollar op bij het grote publiek. Ga daarvoor maar eens bij de banken aankloppen vandaag!”

Hoe verklaar je dat plotse succes?

“Het antwoord is technologie: het kost niets meer om met enkele muisklikken een gigantisch groot publiek te bereiken. Daarnaast zijn er massa’s mensen met goede ideeën die op zoek zijn naar geld. Ook in België. De voorbije twee jaar moest je niet bepaald bij de banken zijn als je op zoek was naar startkapitaal. Integendeel, zij deden zelf aan crowdfunding (grijnst). Je hebt natuurlijk nog de business angels (grote durfinvesteerders die start-ups financieren, nvdr), maar hun middelen zijn ook niet onbeperkt. Crowdfunding is net een middel om dat investeringsmodel te democratiseren. Het is een heel knappe manier om in te spelen op sociale media. Je betrekt mensen rechtstreeks bij wat je doet. Plus: je bouwt als film-, muziek- en modemaker vooraf je fanbase uit, wat ook altijd mooi meegenomen is natuurlijk.”

Is crowdfunding dan het zakelijke model van de toekomst?

“Ik weet niet of we dat ook in andere, minder creatieve sectoren kunnen toepassen. Het is te vroeg om dat te zeggen. De vraag komt tot nu toe vanuit de markt. We zijn begonnen met Sonic Angel op een moment dat de muziekindustrie in crisis verkeerde en er iets moést gevonden worden. Daarna kregen we van film- en documentairemakers de vraag om zoiets ook voor hen te doen. En nu doen we hetzelfde met start-ups. Crowdfunding is een manier om budget op te halen, maar je kan er ook andere systemen aan koppelen. Bij Angel.me heb ik ook mensen gevraagd om start-ups te begeleiden. Crowdfunding is het starten van een ecosysteem dat meer mogelijk maakt. En het loopt enorm goed. Voor Angel.me hebben we al 180 aanvragen van jonge starters, terwijl ik amper reclame heb gemaakt.”

Het probleem bij crowdfunding is natuurlijk dat je ook minder controle hebt. Het grote publiek dat bijdraagt, heeft niet altijd de expertise om projecten echt inhoudelijk te beoordelen?

“Zoals ze die bij Fortis hadden, bedoel je? (grijnst) Nee, dat heb je altijd een beetje. Het grootste voordeel is natuurlijk dat je zelf bepaalt hoeveel je geeft, zonder dat je er je broek aan scheurt. Je kan bijvoorbeeld 10 euro bijdragen: wat kan je dan verliezen, als je weet dat je al zeker een single en andere extra’s krijgt? Bij Tom Dice hebben onze ‘aandeelhouders’ al drie maal hun inzet teruggekregen. Maar daar gaat het in essentie zelfs niet om: je draagt bij aan iets dat je zelf de moeite waard vindt. Je krijgt het gevoel ‘ik was er bij vanaf het begin’. Je krijgt avant-premières, meet & greets, … . Mensen willen best investeren in die ervaring.”

De les die bedrijven daaruit kunnen trekken: macht is meer dan ooit aan consumenten. En ze moeten meer dan ooit converseren met hun klanten. Een ‘conversation company’ zijn, zoals dat vandaag dan hip heet.

“Ja, maar is dat zo anders dan vroeger? Ik denk het niet. Het grote verschil is dat je door de technologie veel beter kan nagaan wat er over je bedrijf verteld wordt. Als je wil weten wat er over je gezegd wordt, moet je gewoon je naam ingeven op Twitter. En als bedrijf moet je daar natuurlijk ook rekening mee houden, maar dat moest je vroeger ook al. Alleen kan het nu sneller en beter. Vroeger duurde het weken vooraleer je wist hoe klanten en consumenten reageerden op een product. Nu weet je het al na 5 minuten.”

Jijzelf pendelt tussen Californië en België. Wat belet je om definitief naar daar te verkassen?

“Mijn familie, vooral. We hebben het bedrijf ook hier opgestart. Ik vind het pendelen heel fijn, maar ik doe het nog maar een jaar of drie. Ik vind de Amerikaanse mentaliteit van dingen aanpakken enorm leuk. Die sluit heel goed aan op hoe ik zelf ben. Maar aan de andere kant vind ik de Europese savoir-vivre ook heel aangenaam.”

Veel mensen zijn pessimistisch over Europa en ons Europese model. Deel je dat pessimisme?

“Ik zie de zaken doorgaans positief in, maar ik heb er toch wel schrik voor, ja. De voorbije jaar hebben we niets anders gedaan dan Griekenland te redden, nu moeten we hetzelfde doen met Spanje. Binnenkort volgt misschien Italië. Van economische relancemaatregelen en stimuli voor ondernemerschap is in Europa al een hele tijd geen sprake. Er wordt veel gesproken over hervormingen, en er gebeurt ook wel wat, maar het gaat allemaal behoorlijk traag. Sommige Belgische politici die ik spreek, staan daar wel voor open. Maar de klok tikt.”

Bio Bart Becks

Bart Becks (13 januari 1972, Bilzen) is een Belgische internet- en mediaondernemer. Na zijn tijd bij Fnac werd Becks ceo van Belgacom Skynet, waardoor hij aan het hoofd stond van de internet-, digitale media- en interactieve tv-initiatieven van de Belgacom Groep. In 2006 werd hij vice-president innovatie en nieuwe media van SBS Broadcasting Europa. Hij keerde terug naar België om socialenetwerksite Netlog verder op de internationale kaart te zetten. In 2009 startte Becks samen met Maurice Engelen een nieuw muziekinitiatief, SonicAngel (de stal van onder andere Eurosong-artiest Tom Dice), gebaseerd op crowdfunding. Becks, die intussen alweer twee nieuwe bedrijfjes uit de grond gestampt heeft, woont de helft van het jaar met vrouw en zoon in Los Angeles.

Heb jij een vraag voor Belgiës bekendste internetondernemer?

Chat met überentrepreneur Bart Becks op vrijdag 4 mei tussen 12 en 13 uur.