Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Analfabeet wordt ingenieur of tandarts

Een straatarme, analfabete grootmoeder in amper enkele maanden tijd opleiden tot een ingenieur, dokter of leraar? Gekkenwerk, zo lijkt het. En toch is dat het revolutionaire en succesvolle opzet achter het Barefoot College van de Indische sociale activist Bunker Roy. “De traditionele ontwikkelingshulp is arrogant en lost de armoede niet op.”

De ogen van Sajit 'Bunker' Roy (66) schieten nieuwsgierig heen en weer. Hij bevindt zich op de European Business Summit 2012 in Brussel, waar hij een lezing komt geven over The Barefoot College, de school van en voor armen die hij veertig jaar geleden bijna letterlijk uit de grond stampte. “Misschien ben ik wel op de verkeerde plaats vandaag”, zegt hij. “Veel geld valt er niet te verdienen met Barefoot College, dus misschien zullen sommige mensen ontgoocheld zijn. Maar als ik nog maar enkele mensen kan overtuigen van mijn aanpak, is mijn aanwezigheid hier al geslaagd. Al kan het natuurlijk ook dat ze me uitjouwen. Dat mag. Een beetje tegenstand hoort er bij als je een goed idee hebt.” Hij glimlacht. Roy zegt het natuurlijk niet zomaar. Met The Barefoot College huldigt hij een aanpak die botst met heel wat Westerse ideeën en opvattingen over ontwikkelingshulp. Meer zelfs: Roy hekelt openlijk de westerse manier van denken over ontwikkelingshulp. “Paternalistisch en inefficiënt”, zegt hij. “Noem mij één project van de Wereldbank dat niet na amper één jaar glansrijk mislukt is. Veel zullen het er niet zijn. Het is ook logisch: het uitgangspunt van klassieke ontwikkelingshulp is heel arrogant: het rijke Noorden dat denkt dat zijn kennis superieur is. Daar klopt niets van. Integendeel, jullie kunnen heel veel leren van het arme Zuiden. Alleen: het interesseert jullie niet.”

Grootmoeder én ‘solar engineer’

Sterke taal, maar Roy heeft de resultaten om die hard te maken. Barefoot College, vertelt hij, is het enige college in India dat bestuurd wordt door arme mensen die minder dan 1 dollar per dag verdienen. Het doet in de eerste plaats beroep op de kennis en vaardigheden die de plattelandsbewoners al hebben. Er zijn in totaal 24 scholen in India die op de leest van Barefoot College geschoeid zijn. En sinds zeven jaar is het concept ook actief buiten India. In de eerste plaats Afrika, maar ook Bhutan, Afghanistan en Bolivia. En ook daar slaat de aanpak aan, zegt Roy trots. Zo is Barefoot College actief in 40 landen. Sinds de oprichting 40 jaar geleden werden zo’n 15.000 mensen opgeleid tot ingenieur, dokter, tandarts, architect of leraar. Zo’n half miljoen mensen zijn via hen voorzien van zuiver water, zonne-energie, onderwijs en gezondheidzorg. Eén van de succesvolste projecten is die waarbij Afrikaanse grootmoeders zonder scholing opgeleid worden tot ingenieurs die hun dorpen voorzien van zonne-energie. Ze zijn de enige ‘solar engineers’ in heel Afrika, benadrukt Roy: “Ingenieurs met een klassiek diploma gaan niet naar Afrikaanse dorpen. Ze blijven in de stad of trekken naar het buitenland.” Net daarom richt Barefoot College zich in de eerste plaats op vrouwen, en reikt het ook geen diploma’s of certificaten uit. “Als we dat zouden doen, zouden veel mensen naar de stad trekken. Daar kunnen ze hun diploma meer te gelde maken. Vooral mannen doen dat. Ze willen hun gezin onderhouden en gaan waar ze het meeste geld kunnen verdienen. Maar dat is niet waar wij mee bezig zijn. We willen die plattelandsvlucht een halt toeroepen, door de levenskwaliteit buiten de steden te vergroten. Mannen zijn sowieso rustelozer dan vrouwen. Het is makkelijker om vrouwen op te leiden.”

Westerse arrogantie

In het Westen wordt Barefoot College met argusogen bekeken, zegt Roy. Vooral door klassieke ontwikkelingsorganisaties. “Onze aanpak past niet in de westerse theorieën, maar ze werkt in de praktijk. Meer interesseert me ook niet. De westerse experts moeten maar uitvissen hoe het in theorie werkt. Onze ingenieurs weten niet hoe de onderdelen werken of hoe zonne-energie precies wordt opgewekt, maar ze kunnen wel in een half uur een gedemonteerd zonnepaneel in elkaar steken. Geloof me: vraag dat aan een westerse, hoogopgeleide ingenieur en hij kan het niet. Arrogantie, zoals ik al zei. Honderd jaar geleden, toen er geen dokter, ingenieur of architect was, wat deden mensen toen, denk je? Jawel: mensen losten hun problemen op. Maar het Westen heeft daar geen oog voor. Het bekijkt niet wat we vandaag met die kennis en vaardigheden kunnen aanvangen. Je kan die kennis upgraden en mixen met moderne technologie. Dat is cruciaal. De conventionele ontwikkelingshulp lost de armoede niet op, omdat ze geen gebruik maakt van de kennis en de vaardigheden die er zijn. Die aanpak is heel simplistisch en betuttelend: geef geld en stuur consultants naar arme gebieden. Ze hebben er geen idee van hoe het eraan toegaat daar, schrijven een rapport en zetten iets op touwen dat niet werkt. Het kan nochtans ook anders: ontwikkelingshulp die voorwaardelijk en transparant en met de volle betrokkenheid van lokale gemeenschappen gebeurt. Maar net dat ontbreekt. Het is zeker niet transparant. Je weet niet waar het geld naartoe gaat en wat ermee gebeurt. En kritiek wordt ook niet aanvaard. Mensen zouden veel meer vragen moeten stellen. Vervelende vragen. Hoe vervelender, hoe beter.”
De kritische geest van Bunker Roy, zoon van een ingenieur, is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Hij kreeg een elitaire opleiding aan onder meer het St-Stephen’s College in Delhi, waar hij Engels studeerde. Normaal gezien een springplank naar een mooie carrière, maar toen hij midden de jaren zestig geconfronteerd werd met de hongersnood in sommige streken van India besloot hij het over een heel andere boeg te gooien. Het bestrijden van armoede werd zijn levensmissie. “Ik wou absoluut iets teruggeven aan de maatschappij, maar mijn moeder was er niet blij mee. Toen ik met Barefoot College begon, heeft ze twee jaar niet met mij gesproken: daarvoor had ze niet die dure privéschool betaald. Ik ben begonnen met waterputten maken, als arbeider. Ik heb dat vijf jaar lang gedaan. Als je dat te weten wil komen hoe dorpelingen leven en werken, moet je er gaan wonen in plaats van een cursus sociaal werk te volgen. Ik heb heel veel armoede gezien, maar ook mensen met veel mogelijkheden. En daar spelen we nu op in.”
De aanpak van Barefoot College is heel eenvoudig. De schoolgebouwen zijn primitief en, zeker naar westerse normen, van alle luxe gespeend: aarden vloeren, geen stoelen en als uitrusting enkel een pc en/of een gsm. Dure leslokalen en dito apparatuur zijn niet nodig, vindt Roy. Als je mensen iets wil bijbrengen, moet je het doen in omstandigheden die hen vertrouwd zijn. “Ken je Jeffrey Sachs (Amerikaanse ontwikkelingseconoom, andersglobalist en armoedebestrijder, nvdr)? Hij geeft aan één enkel dorp maar liefst 2,5 miljoen dollar. Dat is het westerse idee van ontwikkelingshulp ten voeten uit. Veel geld geven, zonder veel kennis van zaken. Met dat bedrag zou Barefoot College honderd dorpen kunnen voorzien van zonne-energie, 100 grootmoeders trainen en bovendien ook het kerosineverbruik terugbrengen met 1, 5 miljoen liter. Jullie mentaliteit is verkeerd. Mensen uit Griekenland vroegen of we Barefoot College ook niet bij hen zouden kunnen introduceren. Ik zei: ‘Nee, je moet eerst je manier van denken veranderen. Ben je bereid een analfabete grootmoeder de zonne-energie in je dorp te laten verzorgen?’ Tuurlijk niet. Dat is in Griekenland ondenkbaar. Je moet dingen durven opofferen. Daarom gaan we op zoek naar de allerarmste landen. Daar werkt onze aanpak het best: daar heb je veel laaggeschoolden en is de levenskwaliteit laag. Daar zoeken mensen naar oplossingen, proberen ze zich te verbeteren zonder afhankelijk te worden van anderen.”

Faalangst

Roy vertelt dat Westerse ingenieurs, dokters, architecten en andere specialisten hun oren niet kunnen geloven als hij hen vertelt dat Barefoot College in amper enkele maanden tijd opleidt. Hij lacht geamuseerd. “Waar staat geschreven dat je geen ingenieur of architect kan worden als je analfabeet bent? In India wordt 10 procent van de huizen al gebouwd door mensen zonder professionele kwalificatie. Het is helemaal niet moeilijk om mensen die niet kunnen lezen of schrijven op te leiden. We brengen ze in een situatie waarin ze alles op hun eigen ritme kunnen oppikken. Ze krijgen les van andere analfabeten, zodat ze aangesproken worden door iemand die hun situatie kent. Mensen kunnen veel leren met hun handen, gewoon door te kijken wat anderen doen. De volharding en de wilskracht hebben ze sowieso al. Het komt er voor die mensen vooral op aan om hun angst kwijt te spelen. De angst dat ze het niet kunnen omdat ze analfabeet zijn. Sommigen doen er iets langer over, maar ze raken er. Het mooiste bewijs dat het werkt. Al heb ik daar nooit aan getwijfeld. Het is zoals Mark Twain ooit zei: “Never let school interfere with education.” Formele opleiding wordt overschat. Het leert je helemaal niets over medelijden, tolerantie, geduld en volharding. Net die dingen die belangrijk zijn. Het leert je zelfs af om moed te hebben. Mensen willen niets doen waarin ze mogelijk falen. Ze willen het risico niet lopen om vernederd te worden. Hoe hoger in het onderwijssysteem, hoe minder moed ze hebben. Wij pakken het daarentegen heel praktisch aan. We maken van de analfabete plattelandsbewoners sociale entrepreneurs, mensen met een zakelijke geest. Ze willen groeien, groter worden. Zo zie je: misschien ben ik hier op dit congres nog niet zo’n vreemde eend in de bijt.”

 

Bio Roy Bunker

Geboren op 2 augustus 1945 in Burnpur

Zijn vader was een ingenieur, zijn moeder een handelsvertegenwoordiger voor India in Rusland.

Studeert van 1962 tot 1967 aan het prestigieuze St-Stephens College in Delhi, waar hij ook zijn latere vrouw, Aruna Roy, leert kennen. Zij wordt later ook een bekende activiste. Ze hebben geen kinderen en zijn sinds 1983 uit elkaar.

Richt in 1972 Barefoot College op.

In 2010 verkozen tot één van de 100 invloedrijkste mensen ter wereld door Time Magazine.