Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Actua: Te weinig 'krijgers' in onze krijgsmacht

Anno 2011 telt de Belgische krijgsmacht 37.000 zielen, in 2013 zullen er dat vermoedelijk 34.000 zijn. Maar ondanks die getalsterkte hebben we te weinig volk voor de buitenlandse missies. “België heeft te weinig echte soldaten.”

De Belgische F-16’s scheren over Libië, onze soldaten instrueren de Afghanen of ontmijnen delen van Zuid-Libanon. Ze leveren mooi werk, maar specialisten zeggen eensluidend dat onze krijgsmacht op te weinig actieve soldaten draait. Professor Luc De Vos van de Koninklijke Militaire School bezocht vorig jaar zijn oud-studenten in Libanon: “Ik stelde er vast dat drie op vier Belgische militairen daar al vijf buitenlandse opdrachten had gedaan. De recordhouder had er zestien. Ons land heeft permanent ongeveer 1.500 man operationeel in het buitenland. Die worden regelmatig vervangen. In totaal doen 10.000 militairen al het werk in het buitenland, terwijl de krijgsmacht 37.000 mensen telt.”


“Ook ik stel vast dat die 37.000 er te veel zijn en omgekeerd, dat België te weinig echte soldaten heeft”, zegt Emmanuel Jacob, secretaris-generaal van de soldatenvakbond ACMP. Het leger is eigenlijk onderbemand voor de operaties die het nu uitvoert. Die missies volgen elkaar aan zo’n tempo op dat vooral specialisten, medici en ‘special forces’ zwaar onder druk staan.”

21.000  
landcomponent 12.560
luchtcomponent 5.725
marinecomponent 1.588
medische component 1.800

Ballast?


Luc De Vos schat dat de krijgsmacht draait op ruim 20.000 gedreven medewerkers: “Daarnaast zijn er ongeveer 15.000 die qua leeftijd of qua mentaliteit niet meer mee kunnen. Het is deze groep die permanent over zijn pensioen praat.” Die ballast zit vooral bij de oudere militairen. “Hét probleem van het Belgische leger is de gemiddelde leeftijd: die schommelt rond 41 jaar. In de andere Europese legers bedraagt die 33 jaar en in het Amerikaans leger is de gemiddelde leeftijd 28 jaar. Franse, Britse en zelfs Luxemburgse militairen schuiven vlot door naar andere overheidsdiensten of naar privébedrijven.”

Binnen het huidige ‘Transformatieplan’ wil het Belgisch leger zijn personeel op een natuurlijke manier met enkele duizenden terugdringen én verjongen. “Het overschot aan onderofficieren is een erfenis uit het verleden. Maar daarnaast werden de wapensystemen veel technischer: we hebben dus technici nodig voor de bediening en voor het onderhoud ervan. Daarom hebben de luchtmacht en de marine relatief meer onderofficieren”, verduidelijkt majoor Didier Calmant, die mee instaat voor de rekrutering. “De oudere militairen gaan op 56 jaar met pensioen. Daarnaast verschuiven onze mensen naar de politie en callcenters van de nooddiensten. Om die verjonging op te vangen, zullen we onze jaarlijkse rekruteringsinspanningen moeten verhogen van 1.500 naar 2.500.”

Maar mijn gesprekspartners van de krijgsmacht spreken tegen dat er een groep van ‘minder nuttige’ militairen zou zijn. “Om een vliegtuig in de lucht te krijgen heb je een dertigtal specialisten nodig. Onze krijgsmacht opteert om die kennis zo veel mogelijk binnen de kazernemuren op te bouwen”, geeft Didier Calmant tegengas. “De Amerikanen, voorbeeld, besteden daarentegen heel veel uit. McDonald’s, bijvoorbeeld, verzorgt in bepaalde kazernes de catering.” Daarnaast vervult het leger verschillende permanente opdrachten binnen de Navo of de Rapid Reaction Force van Europa. Ook houdt een groep para’s zich steeds klaar om binnen de vier uur naar een crisisgebied tevertrekken om landgenoten te repatriëren. Verder trainen Belgische militairen andere legers in Afrika en voorziet het leger in enorm veel voortgezette vorming. “Velen zeggen dat ze nog nooit zoveel gestudeerd hebben als in het leger.Officieren blijven geen vijf jaar op dezelfde functie”, getuigt kapitein Margot Van Waeyenberghe van de communicatiedienst van de landcomponent.

“Voor buitenlandse operaties voegen we delen van bestaande eenheden samen tot een nieuw ‘detachement’. Dat moet leren samenwerken. De soldaten bereiden zich voor op een reeks verschillende opdrachten: van patrouille lopen, over burgers beschermen tot het uitdelen van voedsel. De hele groep moet dit gestroomlijnd kunnen uitvoeren. Alles bij elkaar neemt die voorbereiding vier maanden in beslag. De operatie zelf duurt vier maanden. Na de operatie gaan de meeste militairen met verlof. Grof geteld staat één operatie voor een militair gelijk met een cyclus van een jaar.”

Jongeren haken snel af


“Qua inzetbaarheid haalt ons leger een vrij goed gemiddelde. Ierland en Denemarken zijn iets actiever, maar daar haken de jongeren nog sneller af”, stelt vakbondsman Emmanuel Jacob. Niettemin verlaat één op de vijf jonge rekruten het Belgische leger binnen het eerste jaar na zijn aanwerving. Het jaar nadien ziet de lichting nog eens een paar honderd jongeren wegvallen. Emmanuel Jacob gelooft dat voldoende jongeren interesse hebben voor een job bij Defensie: “Ze willen weg omdat ze niet aangepast zijn aan het militaire milieu of omdat ze ver van huis worden opgeleid, in de kazernes van Leopoldsburg of Marche-les-Dames.”
“Nochtans trachten we tijdens de sollicitatieprocedure zo transparant mogelijk de toestand te beschrijven, zodat de kandidaten later niet schrikken”, reageert Didier Calmant. “Nogal wat nieuwelingen haken af op de fysieke trainingen. Daarnaast moet je in groep kunnen leren leven”, vult kapitein Margot Van Waeyenberghe aan. Ook zij moest de eerste maanden op de tanden bijten. “Het duurt veertien maanden om de basisvaardigheden van opereren in eenheid aan te leren en om voldoende fysieke fitheid op te bouwen. Dan pas is de nieuwe rekruut klaar voor operaties binnen de landmacht.” Volgens insiders leidt het chronische geldgebrek tot een zeker immobilisme en het beperken van de manoeuvres.

Naar een tweede loopbaan


Twee jaar geleden werkte de krijgsmacht een concept uit voor een gemengde loopbaan. “Want het leger heeft meer jonge mensen nodig. Na tien jaar actieve dienst zou er een oriëntatiegesprek plaatshebben waarbij de militair kiest voor actieve dienst, een meer zittende functie of outplacement naar een functie buiten het leger. We streven naar een statuut waarbij niet iedereen blijft zodat er meer plaats komt voor jonge mensen”, verklaart Didier Calmant. Het plan wacht op een nieuwe regering om het uit te voeren. Emmanuel Jacob gelooft in dat concept: “Na een vijftal buitenlandse opdrachten kan de militair opteren voor een tweede loopbaan binnen het leger. Dit plan voorziet zo’n overstap na tien, elf of twaalf jaar. Ik zou de militair meer keuzevrijheid geven over wanneer hij overstapt en zelfs of hij wel moet overstappen. Ik geloof dat minister De Crem in dezelfde richting denkt.”

De ‘transformatie’ die het personeelsbestand tegen 2013 van 37.000 naar 34.000 moet terugvoeren, is dus slechts een eerste stap in de goede richting.