Actua - Ontslagen ex-Opelarbeiders vinden nauwelijks de weg naar Volvo en Audi

De Belgische autosector schakelt weer een versnelling hoger. De verkoopcijfers zitten in de lift en Volvo en Audi werven volop aan. Goed nieuws dus voor de 2.600 mensen die vorig jaar op straat belandden na de sluiting van Opel Antwerpen. Op papier zijn zij de ‘perfect match’ voor die openstaande jobs, uit de cijfers blijkt dat allerminst: Volvo en Audi hebben samen amper 95 van die 2.600 aangeworven. Waarom vinden ex-Opelmensen zo moeilijk de weg naar andere autoconstructeurs?

Uit de boot

“Jammer genoeg constateer ik dat onze mensen heel moeilijk binnengeraken bij Volvo”, stelt vakbondsman Rudi Kennes (ABVV). “Ik ken verschillende goede Opel-werkkrachten die bij Volvo niet door de selectieproeven zijn geraakt. Het probleem is dat hun ervaring in de solliciatieprocedure van Volvo te weinig gehonoreerd wordt. Ze leggen de kandidaten erg moelijke en vooral veel te theoretische proeven op. Het is logisch dat wie al dertig jaar van de schoolbanken af is, minder goed scoort op een examen dan een schoolverlater. Zo vallen er mensen uit de boot van wie ik gewoon wéét dat ze prima zouden meedraaien op de vloer. Omdat ze bewezen hebben flexibel te zijn. Bij Opel werden op één lijn vijf verschillende modellen gemaakt. Het zijn heus geen vakidioten die enkel Astra’s kunnen maken.”

Volgens Rudi Kennes spelen ook andere motieven mee. “Dat is natuurlijk moeilijk te bewijzen, maar Opel Antwerpen stond bekend als een sterk gesyndiceerd bedrijf, met werknemers die voor hun rechten opkwamen. Misschien zijn ze bij Volvo bang voor kritische, mondige medewerkers?”

Dat de selectietesten te moeilijk zouden zijn, ontkennen ze bij Volvo in alle toonaarden. “Aan de hand van psychotechnische proeven op de computer meten wij eigenschappen als snelheid, nauwkeurigheid en assimilatievermogen. Het is niet dat wij de kandidaten voor productiejobs aan theoretische examens onderwerpen”, reageert Heidi Robbe, verantwoordelijk voor rekrutering en selectie bij Volvo.

“In de eerste helft van dit jaar hebben wij 400 openstaande vacatures kunnen invullen, dat bewijst toch dat de lat niet té hoog ligt? Maar het is inderdaad zo dat ervaring in een andere autofabriek niet noodzakelijk garandeert dat het ook bij ons lukt.”

Robbe maakt zich sterk dat het productieproces bij Volvo complexer is. “Wij produceren meerdere modellen op één lijn, we maken verschillende types per model, enzovoort. Niet iedereen kan met die variatie om.”

Kerktorenmentaliteit

Inge Rijcken van outplacementbureau Galilei staat samen met haar collega’s in voor de begeleiding van alle bij Opel ontslagen arbeiders van boven de 45. Het gaat om 900 mensen, waarvan er een 250-tal ondertussen weer aan de slag zijn. “Het gros van de mensen die wij begeleiden zijn ervaren maar uitvoerende productiemensen. Het aandeel technisch geschoolden is beperkt.” Rijcken begrijpt tot op zekere hoogte de mismatch tussen de gewezen Opel-medewerkers en Volvo.

“Het klopt inderdaad dat de productiesystemen bij Volvo iets gesoficieerder zijn en dat de techniciteit van de jobs wat hoger ligt, waardoor meer kennis vereist is. We zien trouwens over het algemeen dat de technisch hogeschoolden en de onderhoudstechnici meer kans maken op een nieuwe job, niet alleen bij Volvo maar ook elders.” Verder speelt ook de leeftijd van vele Opel-oudgedienden in hun nadeel. “Bedrijven staan nu eenmaal  niet te springen om 50-plussers aan te werven. Dat geldt voor de industrie in het algemeen”, aldus Rijcken.

Een andere mogelijke verklaring is dat de ex-Opel mensen te weinig mobiel zouden zijn. De ‘kerktorenmentaliteit’ zou hen parten spelen. “Feit is dat de afstand soms groot is,” zegt Robbe. Volvo legt dan wel bussen in om werknemers op te halen, maar dat vervoer is beperkt tot Oost-Vlaanderen. “Voor iemand die ten noorden van Antwerpen woont, is het wel een hele onderneming om iedere dag in Vorst of in Gent te gaan werken,” vindt Rijcken.
 
Wat er ook van zij, in totaal zijn er nu een 60-tal ex-Opel mensen bij Volvo aan de slag. Dat is niet veel, geeft Robbe toe, maar even frappant is dat er ook maar 100 hebben gesolliciteerd. “Ook op de jobbeurzen waar wij de voorbije maanden aanwezig waren, was de opkomst van ex-Opel mensen veel minder massaal dan wij verwachtten. En de VDAB heeft de vele openstaande vacatures bij Volvo meermaals onder de aandacht gebracht van werkzoekenden, ook specifiek de voormalige Opel-medewerkers. Maar ook die inspanning heeft weinig resultaat opgeleverd.” Mogelijk hebben de negatieve ervaringen van de niet-geslaagden anderen afgeschrikt om de testen af te leggen. “Via de sociale netwerken gaat zo’n nieuws rond als een lopend vuurtje”, weet Rudi Kennes.   

Gouden handdruk

Of ligt het misschien aan het imago van de autosector, dat te lijden heeft gehad onder de moeilijke jaren die achter ons liggen? Gaan de ex-Opelmedewerkers liever in andere sectoren aan de slag? “Velen vonden een job elders in de metaalsector,” weet Kennes. “Anderen konden terecht in de logistieke sector. Er zijn er ook die bewust hebben ingeleverd op loon, in ruil voor werk dicht bij huis, zonder shiften of nachtwerk.”

Volgens de meest recente cijfers waarover Kennes beschikt, hebben nog maar 600 van de 2.600 Opel-oudgdienden op dit moment een nieuwe job. Vraag is of die 2.000 anderen wel zo hard op zoek zijn naar een nieuwe baan? Misschien was de uitstapregeling iets te comfortabel? Voor jongere werknemers was een vrijwillige vertrekpremie voorzien. Werknemers vanaf 50 jaar konden kiezen tussen een uitstapregeling met een substantiële ‘gouden handdruk’ of brugpensioen.

Eén derde koos voor dat laatste. Die regeling houdt in dat ze van Opel maandelijks een vast bedrag uitbetaald krijgen, bovenop hun werkloosheidsuitkering van de RVA. Op die manier blijft het verschil met hun laatste nettoloon beperkt. Hoeveel de totale uitkering precies bedraagt, varieert van persoon tot persoon, maar het bedrag van 1.900 euro netto per maand dat onlangs circuleerde, kan in bepaalde gevallen kloppen, bevestigt vakbondsman Kennes.

Werkloosheidsval

Je kan je uiteraard afvragen of mensen dan nog gemotiveerd zijn om opnieuw de mouwen op te stropen, zeker als de kinderen het huis uit zijn en de lening is afbetaald. “De werkloosheidsval speelt hier zeker,” weet Rijcken. “Waarom zouden ze voor 100 euro per maand méér iedere dag gaan werken? vragen sommigen zich af. Vergeet ook niet dat veel van die mensen jarenlang zwaar werk hebben geleverd in de autosector. Ze zitten met fysieke of mentale klachten en vinden dat ze het recht hebben om uit te blazen. En of ze opnieuw aan de slag gaan of niet, voor het wettelijk pensioen dat ze krijgen vanaf 65, scheelt het geen eurocent. Dat is in een outplacementtraject dan ook een van onze belangrijkste taken: hen sensibiliseren om hun blik opnieuw richting arbeidsmarkt te richten. Het wordt al te vaak vergeten dat je als bruggepensioneerde wel degelijk beschikbaar blijft voor de arbeidsmarkt, tenzij je 58 jaar bent of er 38 jaar beroepsactiviteit op hebt zitten. Wij proberen hen zoveel mogelijk te wijzen op de extraatjes die werken toch nog meebrengt: een dertiende maand, vakantiegeld, aanvullend pensioen,...”

Ook belangrijk om weten: de bruggepensioneerde die weer aan het werk gaat, behoudt dat aanvullend bedrag van Opel. Die cumul is toegelaten sinds het Generatiepact. “Het was een van die maatregelen die bruggepensioneerden moesten motiveren om opnieuw een job te zoeken,” legt Rijcken uit. “Maar dat motiveren zou makkelijker zijn als de financiële incentive wat groter was.”

Tekst: Karin Eeckhout