Actua: M/V-loonkloof: smaller, maar niet gedicht

Niet de Britse Dolle Mina’s, maar 187 werkvrouwen dwongen in 1968 bij de Britse werkgevers een gelijk loon af voor gelijk werk. De film ‘Made in Dagenham’ vertelt dit ontroerende verhaal. Maar is de loonkloof zoveel jaar later nu bijna gedicht?

28 mei 1968: in de Fordfabriek van Dagenham stikken 187 vrouwen omhulsels voor autozetels. Geklasseerd als ‘ongeschoold’ worden ze slechter betaald dan de mannelijke kuisploeg. De directie reageert weinig diplomatisch op hun vraag om als geschoolde arbeiders ingeschreven te worden. De arbeidsters van Dagenham verharden hun staking. Ze trekken veel aandacht met hun spandoek onder de Big Ben: ‘We want sex.’ De Londenaars kijken beteuterd wanneer ze het spandoek verder ontrollen: ‘We want sexual equality’. De dames eisen eenzelfde loon voor eenzelfde werk. Na enkele dagen sluit de hele fabriek met 50.000 mannen bij gebrek aan zetelbekleding. De socialistische minister van Tewerkstelling, Barbara Castle, nodigt de actievoerders uit op de thee en sympathiseert. Ze onderhandelt en kan de toegestroomde pers vertellen dat de dames uit Dagenham 92 procent van het loon van de mannen zullen ontvangen. Twee jaar later, in mei 1970, laat zij de ‘Equal Pay Act’ stemmen.

Waalse FN-vrouwen staken

Dit waargebeurde verhaal is nu ook op het witte doek te bewonderen. ‘Made in Dagenham’ brengt de strijd van de vrouwen voor een hoger loon op een warme en humoristische manier in beeld. “Grote ondernemingen haatten toen het idee dat ze vrouwen evenveel zouden moeten betalen als mannen”, herinnert acteur Bob Hoskins zich. “Er stond een klein artikel over de staking ergens achteraan een krant. Waarom staat dit niet op de cover, dacht ik toen? Want de dames verdienen een gelijk loon. Toen het filmscript werd aangeboden, heb ik direct toegehapt.”

In België was de vrouwelijke strijd voor een hoger loon al iets eerder uitgebarsten. De staking in de wapenfabriek van FN Herstal was voor ons land en voor heel Europa belangrijker dan de staking in het Britse Dagenham.

Twee jaar vroeger dan de Britse dames, op 16 februari 1966, legden 3.800 arbeidsters in Herstal het werk neer. Ze eisten 5 frank meer per uur. Op dat moment verdienden ze 30 procent minder dan hun mannelijke collega’s. Het was een lange, harde actie met een grote internationale uitstraling en vele solidariteitsacties. Ze staakten drie maanden. Uiteindelijk kregen ze 2,75 frank per uur meer, merkelijk minder dan de filmdames uit Dagenham. Maar deze staking maakte duidelijk dat het Verdrag van Rome (1957) dode letter was gebleven. Artikel 119 van dat verdrag beloofde vrouwen en mannen eenzelfde salaris voor hetzelfde werk. De staking in Herstal dwong de heren van het Europese parlement het M/V-verschil op hun agenda te plaatsen.

Sindsdien is er veel gebeurd. Tussen 1960 en 2008 daalde de loonkloof voor arbeiders in de industrie van 41% naar 17% (voltijdsen en deeltijdsen samen), lezen we in het jaarlijkse rapport ‘De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België’. Hildegard Van Hove van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen en medeauteur van dat rapport: “Deze vooruitgang is te danken aan enkele factoren. De vrouwen zijn vandaag veel beter opgeleid. Ook is de segregatie tussen mannelijke en vrouwelijke beroepen minder groot dan in de jaren zestig. De film ‘Made in Dagenham’ geeft hier een accuraat beeld van de vroegere situatie: één afdeling met alleen vrouwen. De enige mannen die er binnenkomen zijn managers of vakbondsafgevaardigden.”

Loonkloof slinkt

Midden januari blokletterde De Standaard ‘Jonge vrouw verdient per uur meer dan man’. Vrouwen tussen 25 en 40 jaar hadden in 2009 ongeveer hetzelfde beroepsinkomen per uur als hun mannelijke leeftijdsgenoten, aldus een studie van de Studiedienst van de Vlaamse regering.

Is dit een fundamentele doorbraak? Walter van Dongen, auteur van deze studie over de kwaliteit van het leven, relativeert: “Op basis van een beperkte enquête bij 1.100 Vlamingen kregen we een zicht op het beroepsinkomen per uur. Maar dat is slechts één van de indicatoren, die men voorzichtig moet interpreteren, want een inkomen dat deelnemers opgeven bij een enquête, laat geen exacte uitspraken toe. Algemeen blijkt uit de enquête dat de vrouwen hun beroepspositie wisten te versterken. Die trend zagen we al in onze studies van 2003, met als opvallend gegeven dat het netto beroepsinkomen per uur van jonge vrouwen niet zoveel verschilt van dat van mannen. Die evolutie zet zich door. Want eerst hadden de vrouwen van 20 tot 30 jaar een inkomen per uur dat gelijke tred hield met de jonge mannen. Die leeftijdsgroep is nu verruimd en bestrijkt jonge vrouwen van 25 tot 40 jaar. Vrouwen houden het dus langer uit op de arbeidsmarkt in een volwaardige positie. Maar dit is een langzaam proces dat van generatie tot generatie een stukje verbetert. Zo kiezen vrouwen nog steeds minder voor de opleidingen en beroepen die tot de hogere salarissen leiden.”

“Voorbij de 40 jaar duikt de kloof weer op: een aantal vrouwelijke 40-plussers stopt met werken en een aantal beperkt de werkweek, met de gekende gevolgen voor hun promotiekansen en hun anciënniteit. Dus vanaf die leeftijd wordt het uurinkomen van mannen groter. Wil men de loonkloof echt dichten, dan zullen nog meer vrouwen een beter diploma moeten behalen, beroepsactief worden en blijven, gemiddeld meer uren presteren, voor de beter betaalde beroepen moeten gaan en hogere functieniveaus bereiken.”

Assertiever onderhandelen

“De loonkloof verkleint”, stelt ook Gert Theunissen van het onderzoekscentrum ‘Personeel en Organisatie’ van de faculteit economie in K.U.Leuven. “Enkele maatschappelijke evoluties dragen daar toe bij. De belangrijkste is natuurlijk de vervrouwelijking van het hoger onderwijs. Ook geeft de overheid met wetten en het eigen loonbeleid het goede voorbeeld. Verder is de mentaliteit sterk gewijzigd. Vrouwelijke werknemers grijpen sneller geboden kansen. Daarnaast voeren meer werkgevers een sekseneutraal personeelsbeleid zodat meer vrouwen naar hogere posities kunnen doorschuiven. De bedrijven kunnen het zich niet meer permitteren talentrijke vrouwen niet aan te nemen. Die trends zetten zich door.”

Durven vrouwen wel genoeg over hun salaris onderhandelen? “Dat is wat dubbel”, reageert Hildegard Van Hove. “Studies wijzen uit dat de vrouwen die hun salaris op tafel durven leggen bij sollicitatiegesprekken of evaluatiemomenten, daar een negatief, wat agressief imago aan overhouden. Maar de situatie verbetert: jonge vrouwen durven er naar informeren, maar er is nog ruimte voor verbetering.”

Het is wel opmerkelijk dat de loonkloof dieper wordt in de hogere regionen van onze bedrijven. Gert Theunissen: “Dat merken we ook in buitenlandse studies: hoe groter de onderhandelingsruimte over het loon, hoe meer verschil. Lager op de ladder is er minder speling. Vrouwen hanteren andere onderhandelingstechnieken dan mannen. Ze hechten meer belang aan glijdende werkuren en andere voordelen. Maar dit verandert ook: jonge vrouwen reageren assertiever op een salarisaanbod. Dat effect zullen we over tien jaar in de cijfers zien wanneer die vrouwen zijn doorgestoten naar de hogere managementniveaus.”

De loonkloof in de sectoren

(verschil lonen van mannen en vrouwen per sector, berekend naar voltijds equivalente lonen)

De voorbije 50 jaar is het verschil in salaris tussen man en vrouw sterk verminderd: in 1960 verdiende een vrouw in de Belgisch industrie gemiddeld 41% minder per uur dan een man; in 2008 was dit verschil nog 17%. 

Sector

Loonkloof (in %)

1. socio-culturele sector

2,1%

2. Toerisme en vrije tijd

6,4%

3. Horeca

7,2%

4. Bouw

7,3%

5. Metaal

8,9%

6. Informatica

9,0%

7. Media en reclame

10,5%

8. Overheden van Gewesten en Gemeenschappen

11,3%

9. Onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

13,8%

10. Handel

14,9%

11. Federale overheid

17,9%

12. Selectie en interim

18,0%

13. Gezondheidszorg

18,7%

14. Farma

19,0%

15. Chemie

20,4%

16. Energie en water

21,0%

17. Welzijnszorg

21,3%

18. Consulting en zakelijke dienstverlening

21,9%

19. Textiel

22,0%

20. Banken en verzekeringen

23,4%

Algemeen

14,3%

(bron: Luc Sels, e.a., De samenstelling van de loonkloof in België, juli 2010)