Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Actua: Krijgt u opslag in 2011?

Door de crisis was loonsverhoging de voorbije twee jaar minder evident dan ooit. Maar er is goed nieuws: dit jaar zetten iets meer bedrijven terug de deur open voor salarisverhoging in 2011, zo blijkt uit een rondvraag van Vacature.

Loonsverhoging is een delicaat onderwerp, dat hoeven we u niet vertellen. Toch is er nu meer ruimte voor opslag dan precies een jaar geleden, toen de crisis zich nog volop liet voelen. Uit een enquête die Vacature onlangs uitvoerde bij 2.499 werknemers blijkt dat 22% te horen kreeg dat ze niet op een loonsverhoging moeten rekenen. Vorig jaar was dat nog 40%.  35% van de ondervraagde evaluatoren mag een loonopslag beloven aan werknemers. Vorig jaar lag dat cijfer nog maar op 24%. Duidelijke cijfers, maar in welke sectoren ligt een salarisverhoging het meest voor de hand? “Het is moeilijk een sluitend antwoord te geven op die vraag”, zegt Brecht Decroos van Hudson. “Ik denk niet dat er een scherpe lijn te trekken is tussen bepaalde sectoren als het over loonstijgingen gaat. Het hangt vooral af van bedrijf tot bedrijf en hoe goed die het doen. Maar als je kijkt naar specifieke functies, dan krijg je wel een iets duidelijker beeld. De kans is reëel dat bedrijven meer inspanningen doen voor profielen die schaars zijn, zoals ingenieurs en it’ers. Hetzelfde geldt voor mensen die sterk presteren of een cruciale rol spelen in de organisatie. Tijdens de crisis werd al op die profielen gefocust, en nu de crisis voorbij lijkt te zijn, voel je dat er nog steeds ruimte wordt gecreëerd om in die mensen te investeren. Het is plausibel te denken dat loonsverhogingen eerder naar dat soort profielen zal gaan. Maar tegelijk moet je daar aan toevoegen dat veel bedrijven nu nog de kat uit de boom kijken wat het budget voor loonsverhogingen betreft: ze wachten af wat de finale loonindexatie zal geven.”

Loonhandicap

Een ander opmerkelijk gegeven uit de enquête: meer dan een kwart van de werknemers (27%) zegt in de enquête van job te zullen veranderen als er in 2011 (weer) geen opslag in zit. “Dat percentage mag je volgens mij met een korreltje zout nemen: tussen zeggen en doen is er een groot verschil”, zegt Brecht Decroos. “Ik zou wel eens willen weten hoeveel van die 27% effectief van job veranderen als ze geen loonopslag krijgen. Zo’n uitspraak is vaak een drukkingsmiddel bij loononderhandelingen: ‘Als ik niet meer krijg, ben ik weg’. Je moet dat relativeren, met andere woorden. Bovendien is dat percentage niet eens zo héél hoog, als je weet dat er redelijk wat jonge mensen bij zitten. Als die door de crisis twee of drie jaar na elkaar niets bijgekregen hebben en ze werken sowieso al aan een relatief laag startloon, dan is de zin om op te stappen uiteraard heel groot.”

Op dit moment zit het interprofessioneel overleg in de eindfase. Zullen bedrijven niet meer loonsverhoging toekennen dan daar voorzien wordt? Johan Bortier, directeur van de studiedienst van Unizo: “Dat is afwachten, maar we hopen dat bedrijven de nodige omzichtigheid aan de dag leggen bij het toekennen van loonsverhogingen. Allereerst hebben we een loonhandicap van 3,9% tegenover onze buurlanden, toonde de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven aan. We moeten vooral kijken naar wat er in Duitsland gebeurt en daar moeten we zo dicht mogelijk bij aansluiten. Bovendien zitten we met een toenemende inflatie, waardoor de loonindexatie ook hoog zal liggen. De CRB schat de verwachte loonindexering voor 2012 en 2013 op 3,9%, wat niet min is. Hoge loonkosten kunnen bedrijven zuur opbreken, dat is in het verleden al gebleken. Ik druk me nu in algemene bewoordingen uit, maar uiteraard moet je elk geval individueel bekijken.”

“Werkgevers kunnen twee loonsverhogingen geven: verhogingen, die vooraf afgesproken zijn in een cao, en verhogingen die geen rekening houden met die afspraken”, zegt Greet Vandendriessche, woordvoerder van de christelijke vakbond ACV. “Die laatste worden meestal gegeven aan kaderleden, die hun loon individueel onderhandelen. Wij proberen zoveel mogelijk afspraken vast te leggen, maar we kunnen niet beletten dat bedrijven loonsverhogingen geven die boven de afgesproken barema’s gaan. We zijn daar als vakbond niet gelukkig mee, dat spreekt voor zich. Voor ons gelden de afspraken voor alle werknemers.

Ander thema in de enquête van Vacature: evalutiegesprekken. Die blijken in het overgrote deel van de bedrijven voor te komen: 69% van de ondervraagden krijgt jaarlijks minstens één keer een gesprek, 5% meer dan vorig jaar. Evaluatiegesprekken vinden gemiddeld iets minder dan 2 keer per jaar plaats. Of er al dan niet evaluatiegesprekken op touw gezet worden, is afhankelijk van sector en vakdomein. Zo gaan ict’ers, ingenieurs, en mensen uit de financiën en consultancy meer op evaluatiegesprek dan professionals uit andere vakgebieden. Mensen in een managementfunctie worden dan weer meer geëvalueerd dan uitvoerende bedienden. Dat een evaluatiegesprek een verplicht nummertje zou zijn, wordt door de evaluatoren zelf tegengesproken: volgens 9 op 10 van hen is het een nuttig instrument om medewerkers te evalueren. Ten slotte is er nog een kanttekening bij de toegenomen ruimte voor loonopslag in 2010: terwijl er meer ruimte is voor loonsverhoging werd dit jaar wel minder gezocht naar alternatieve beloningen. Dit jaar geeft 38% van de evaluatoren aan dat ze voor alternatieven kozen, vorig jaar was dat nog 51%.

3X OVER ‘BOTER BIJ DE VIS’

Hoe weet je of je opslag kan vragen?

Een hamvraag voor veel werknemers: hoe kan je weten of er in jouw bedrijf loonopslag mogelijk is? En kan je dat zomaar vragen aan een leidinggevende? “Veel hangt af van de communicatie van de werkgever”, zegt Brecht Decroos van Hudson. “Sommige bedrijven zijn heel transparant, maar ik denk dat dat een minderheid is. Ik vrees dat veel medewerkers pas op het moment van de salarisstijging zelf horen wat het wordt. En wat meer is: veel leidinggevenden zijn er evenmin van op de hoogte. Je kan als werknemer wel op de man af de vraag stellen aan jouw leidinggevende, maar ze moeten vaak zelf het antwoord schuldig blijven. Het probleem is dat veel werknemers dat dan interpreteren als ‘hij of zij wil er me niets over zeggen’, maar zeker op dit moment zit het budget voor salarisstijgingen bij veel bedrijven nog in onderhandelingsfase. Ik verwacht niet dat veel bedrijven de lonen helemaal gaan bevriezen, zoals de voorbije jaren. Maar de indexatie speelt ook een rol en vaak moet je tot het laatste moment wachten om de finale indexatiestijging te kennen en wat er bovenop die indexatie beschikbaar is voor loonstijgingen.”

Wanneer vraag je best opslag?

Vragen of er opslag in zit, kan je op de man af vragen, maar je bent maar beter voorzichtig met het moment waarop je dat doet, aldus Decroos. “Het is delicaat om dat bij het begin van het evaluatiegesprek te doen, omdat het de sfeer en het accent van het gesprek verschuift naar een financieel verhaal, en dat is niet altijd constructief. Je kan het eventueel opwerpen op het einde van een evaluatiegesprek, maar idealiter doe je dat los van zo’n gesprek. Je spreekt doorheen het jaar wel eens met een leidinggevende, en dan kan je zelf kiezen wanneer je dat aanbrengt. Je moet er niet over praten in januari als alles al vastligt, dan is het te laat.”

Hoe pak je het best aan?

Christel Van Wouwe, reward specialist van het kenniscentrum van SD Worx: “De communicatie over een salarisopslag ligt meestal in handen van de directie van een bedrijf. Een eventuele loonsverhoging komt vaak ter sprake op het eind van een jaarlijkse evaluatiegesprek. Dat is ook logisch. Als je alle doelstellingen bereikt hebt en het bedrijf heeft het goed gedaan, dan ligt het voor de hand dat je die krijgt. Maar sowieso kan je als werknemer de vraag over een mogelijke salarisstijging stellen. Het is voor veel werknemers een taboe, maar het is jouw job en jouw leven. Een ‘nee’ heb je, een ‘ja’ kan je krijgen.” Brecht Decroos: “Er is niets mis mee om je als medewerker te informeren, je eigen overtuigingen weer te geven en mee te geven wat je verwacht. Zelfs als de leidinggevende niet meteen kan antwoorden, dan kan hij dat nog altijd meenemen in het overleg.”

Enkele cijfers

22% kreeg dit jaar te horen dat ze niet op een loonsverhoging moeten rekenen volgend jaar.
35% van de ondervraagde evaluatoren mag een loonopslag beloven aan werknemers.
27% zegt van job te zullen veranderen als er in 2011 (weer) geen opslag in zit.

Werknemersvertrouwen blijft erg wankel

Amper de helft van de Belgen heeft veel vertrouwen in de situatie op de arbeidsmarkt en in zijn bedrijf. Dat blijkt uit een gezamenlijk onderzoek van SD Worx en Vacature.

Via een online bevraging werd bij duizend Belgen gepeild naar hun mening over de arbeidsmarkt, de organisatie waar ze werken en hun eigen kansen. Het werknemersvertrouwen geeft een beter zicht op de verloop- en retentieproblematiek, de tevredenheid en betrokkenheid bij een organisatie en de persoonlijke ambities en capaciteiten van medewerkers.

Ondanks de gunstigere economische berichten ligt het algemene vertrouwen van de Belgische werknemers amper op 6 op 10 in het derde kwartaal. Bij de werkzoekenden daalt deze score tot 4,8 op 10.

Mannen vertrouwen het zaakje iets meer dan vrouwen (6,1/10 tegen 5,8/10). In Vlaanderen ligt het werknemersvertrouwen wat hoger: op 6,3/10, terwijl het in Brussel en Wallonië op 5,6/10 ligt. Wel gelooft een flinke meerderheid onder de hoger opgeleiden en de kaderleden (6,9 op 10) in hun kansen op de arbeidsmarkt.

Ook voltijdse werknemers hebben een groter vertrouwen dan deeltijdse (6,1 op 10 tegenover 5,3 op 10). Dat uit zich vooral in een groter persoonlijk vertrouwen en in meer vertrouwen in de arbeidsmarkt.

De bedrijven en de organisaties kunnen ook niet op het ongebreidelde vertrouwen van hun medewerkers rekenen: slechts 52% van de werknemers vindt zijn management geloofwaardig en eerlijk. De helft is van oordeel dat het management voldoende kansen biedt aan de medewerkers. En amper 45% zegt dat binnen zijn onderneming iedereen gelijk en met respect wordt behandeld. De groep die weinig vertrouwen toont in zijn organisatie, gelooft ook minder in de eigen kansen op de arbeidsmarkt. Maar er is ook een andere groep: zo gelooft drie op vier kaderleden (76%) in zijn kansen op de arbeidsmarkt.

Deze bevraging vindt drie keer per jaar plaats. In maart, september en december zullen Vacature en SD Worx telkens de stand van het werknemersvertrouwen bekend maken. Deze steekproef was representatief voor de Belgische beroepsactieve bevolking en bevatte zowel werkenden als werkzoekenden.


Bron:
Enquête Vacature, onlangs uitgevoerd bij 2.499 werknemers

Tekst: Dominique Soenens