Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Actua: De dag dat een EU-job haar glans verloor

Het is crisis, iedereen bespaart. Iedereen? Ja, iedereen. Zelfs de EU-ambtenaren in Brussel hangt een rigoureus spaarplan boven het hoofd. Langer werken zonder looncompensatie, een verhoging van de pensioenleeftijd, vervroegd pensioen aan banden en minder vakantie. De EU zit in met haar imago en wil niet achterblijven nu iedereen de broeksriem aanhaalt.

De EU en haar ambtenaren. Een mooie reputatie hebben ze niet. Helaas beseffen ze dat zelf nog onvoldoende. Twee weken geleden stuurde de Union Syndicale, de grootste van alle ambtenarenvakbonden, zijn verontwaardiging de wereld in over de geplande verlenging van 37,5 tot 40 uur per week.
Het bericht werd meteen gretig opgepikt door Poolse, Nederlandse en vooral Britse media. De toon was overal gelijk: schandalig dat zo’n bevoorrechte klasse aan de zijlijn blijft staan, terwijl iedereen een inspanning levert in deze crisistijden. Nigel Farage van de UK Independence Party mocht nog eens zijn gal spuwen over de geldverslindende bureaucraten in Brussel en het cliché leek alweer bewaarheid.

Het hele verhaal ziet er licht anders uit. Eind juni legde de Slovaakse EU-commissaris Maroš Šefčovič, bevoegd voor personeelszaken, een kladversie van een besparingsplan op tafel. Tegen 2017 moeten alle EU-instellingen (Commissie, Raad, Parlement, Hof van Justitie én de verschillende agentschappen) het met 5 procent minder personeel stellen. Dat cijfer wil men halen door een rem te zetten op nieuwe aanwervingen terwijl de babyboomers uitstromen via pensionering.
Om het verlies aan personeel op te vangen zullen de overblijvende ambtenaren voortaan 40 in plaats van 37,5 uur per week moeten werken zonder dat ze daarvoor extra worden betaald. Van de zes dagen vakantie om hun heimat te bezoeken, blijven er nog twee over. De normale pensioenleeftijd wordt opgetrokken van 63 naar 65 jaar. De leeftijd voor een vervroegd pensioen (met vermindering van pensioenrechten) gaat omhoog van 55 naar 58 jaar. En iedereen betaalt een ‘speciale bijdrage’ van 5,5 procent op het belastbaar basisloon. Alle maatregelen samen moeten een besparing van 1 miljard euro opleveren tegen 2020.

Hete adem van publieke opinie

Met dit - volgens de Commissie ambitieuze - voorstel probeert ze wind uit de zeilen te nemen van de lidstaten en het Europees Parlement. Onder druk van de publieke opinie sturen die aan op forse besparingen in de Europese administratie. “Op nationaal niveau nemen de regering harde maatregelen. Daarom moeten ook wij tonen dat we een inspanning leveren”, verklaart Anthony Garvili, woordvoerder van Commissaris Maroš Šefčovič.
Sinds 15 september onderhandelen de commissie en de vakbonden over de maatregelen. “Het gaat nog niet om een formeel voorstel”, zegt Garvili. “Tegen eind dit jaar hopen we klaar te zijn met de onderhandelingen en dan kan de Commissie het in een vaste vorm gieten. Dat voorstel moet naar de Raad en het Parlement. Het kan dus nog even duren.”

Wat er aan het einde van de rit overblijft van de lijst met maatregelen, is volgens Garvili puur giswerk. “We kunnen alleen vermoeden dat de gesprekken met de lidstaten niet eenvoudig zullen zijn. Zij willen zo veel mogelijk besparingen binnenhalen.” 
De vakbonden houden zich voorlopig gedeisd. Ook zij voelen de druk van de publieke opinie. Na de ongelukkige uitval van de Union Syndicale waagt geen enkele afgevaardigde zich aan een uitspraak over het spaarplan. Het is te vroeg om te communiceren, luidt het. Nu boude meningen verkondigen, zou de resultaten van de onderhandelingen kunnen beïnvloeden. Het zou ook gefundenes fressen zijn voor eurosceptici à la Farage. “En we worden al zo vaak verkeerd begrepen”, zucht een vakbondsman die liever anoniem blijft.
Dat het effect van de besparingen aan dit tempo wel erg lang op zich zal laten wachten, wijst Anthony Garvili van de hand. “Ingrepen in het personeelsbeleid werpen nu eenmaal pas resultaten af na verloop van tijd. Het voordeel is dat de besparingen ook toenemen met het verstrijken van de tijd.”

Niet gewacht op de crisis

De woordvoerder verwijst naar het ingrijpende besparingsplan uit 2004 dat tot vandaag 3 miljard euro heeft opgeleverd en tegen 2020 nog eens voor 5 miljard aan besparingen moet zorgen. “Anders dan de lidstaten hebben wij niet gewacht op een crisis om ons huis op orde te zetten”, pocht Garvili.

De hervorming van het personeelsstatuut in april 2004 heeft inderdaad nieuwe bakens uitgezet voor wie bij de EU in dienst gaat. Maar ze volledig toeschrijven aan grote vooruitziendheid, is bij de haren getrokken. De Europese instellingen kregen er dat jaar in een klap tien nieuwe leden bij. Het ambtenarenapparaat telde 35.000 mensen, vandaag zijn dat er 55.000. Het budget voor administratie bedroeg toen 4,5 procent van de totale EU-begroting, vandaag is dat 6 procent (8,46 miljard). Bovendien was het de eerste belangrijke hervorming van het personeelstatuut sinds 1968. Vooruitziend? Nou ja. Niet hervormen zou zelfmoord geweest zijn.

Einde van de gouden carrières

Wat de hervorming wel heeft gedaan is, definitief komaf maken met de gouden carrières die van de EU een van de aantrekkelijkste werkgevers ter wereld hadden gemaakt. Om te beginnen ging de pensioenleeftijd omhoog van 60 naar 63 jaar en werd de vervroegde uitstap opgetrokken van 50 naar 55 jaar (met een verlies van 3,5% per niet gewerkt jaar). De loonaanpassingen die tot dan via een taai en jaarlijks onderhandelingsproces tot stand kwamen, gebeuren voortaan automatisch, op basis van de levenskost in acht landen (Denemarken, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Italië, Spanje, Nederland, België, Luxemburg). De methode is niet helemaal onbesproken. In 2009, op een moment dat een goed deel van Europa kreunde onder de besparingen, hadden de EU-ambtenaren recht op een loonsverhoging van 3,7 procent, als gevolg van de hoge inflatie in de periode juli 2008 – juni 2009. De lidstaten tekenden bezwaar aan, maar het Hof van Justitie verwierp dat. In het nieuwe besparingsvoorstel van de Commisie wordt de landenkorf daarom uitgebreid met Zweden en Portugal.

Maar het is het snoeiwerk in de instaplonen voor nieuwkomers dat ongetwijfeld zijn stempel heeft gedrukt op de toekomstige EU-carrières. In het oude systeem kreeg een beginnende tolk 4.580 euro (graad LA8), terwijl nieuwelingen na 1 mei 2004 zich tevreden moesten stellen met 3.578 euro (graad A5). Van de acht salaristrappen in elke graad, bleven er vijf over, telkens te bereiken na twee jaar en een positieve evaluatie. Promotie werd voortaan een geduldoefening.
De ambtenaren op de lagere niveaus zijn ook verleden tijd. In de plaats van de oude D-categorie (gebruikelijk voor chauffeurs en zaalassistenten) kwamen tijdelijke contracten zonder ambtenarenstatuut. En de B- en C-categorie gingen op in het AST-label, dat alle administratief personeel overkoepelt. Tegelijk steeg in alle categorieën het aantal tijdelijke contracten, meestal jaarlijks tot driejaarlijks hernieuwbaar voor een maximum van zes jaar. Als gevolg van de maatregelen daalde de koopkracht van EU-ambtenaren in de periode 2004-2010 met 4,2 procent, terwijl overheidsambtenaren in de lidstaten gemiddeld 1,8 procent moesten inleveren.

Aantrekkingskracht ebt weg

In dit plaatje wordt duidelijk dat de oude EU-job veel van zijn glans heeft verloren. Intern leidt dat tot afgunst of demotivatie bij werknemers die zich als tweederangs behandeld voelen. Maar naar de buitenwereld zit Europa stilaan met het probleem dat minder pas afgestudeerden een job bij de instellingen ambiëren. Vooral jonge Britten, Duitsers en Fransen zijn nog moeilijk te overhalen om zich in Brussel te vestigen. Wat de tot eigenaardige situatie leidt dat lidstaten zowel klagen over de hoge ambtenarenlonen, als over het feit dat er te weinig van hun landgenoten werken voor de Commissie. Vandaar dat EU-commissaris Šefčovič heeft uitgesloten dat de 16 procent extra salaris die elke EU-ambtenaar krijgt om het leed te verzachten dat hij ver van huis woont, in de toekomst zal verdwijnen.  “Het blijft een moeilijke evenwichtsoefening tussen besparen en competitief blijven op de arbeidsmarkt”, zegt Anthony Garvili.

Tekst: Wouter Debroeck