Actua - Afgestudeerd en nu?

Daar staat u dan: het lang verhoopte diploma op zak, klaar voor een nieuwe stap in het leven. Maar hoe vindt u nu de baan of sector die u op het lijf geschreven is? En in welke mate moet u daarbij rekening houden met factoren zoals loon, conjunctuurgevoeligheid of opleidingskansen?


 
Kiezen is verliezen. Het is een waarheid als een koe, maar ze gaat ongetwijfeld ook op voor de carrièrekeuzes die u maakt. Sprookjes bestaan niet, en de baan waarin u een riant loon, een mooie slee, een hippe smartphone en een uitgebreid opleidingspakket moeiteloos combineert met een 35-urenweek moet wellicht nog worden uitgevonden. Gaat u als jonge twintiger resoluut voor een vlotte combinatie werk-gezin, dan is de kans groot dat u loonverwachtingen of doorgroeimogelijkheden naar beneden moet bijstellen. En wie de deur van de universiteit of hogeschool achter zich dichtslaat, moet natuurlijk ook inhoudelijke keuzes maken: kiest u voor een sector waarin u de volgende jaren min of meer ‘safe’ zit of volgt u uw hart, en kiest u resoluut voor een job waarvan u stiekem al jarenlang droomt? En dan nog: bestaan er nog wel zekerheden vandaag? Blijft pakweg de biotechnologie ook de volgende decennia een sector met toekomst, of is ook dat koffiedik kijken in deze almaar sterker geglobaliseerde wereld? Last but not least: uw loonbriefje. In welke sectoren liggen de startlonen het hoogst, en met welke baan kan u maar beter op zoek gaan naar een gefortuneerd lief? De Vacature-redactie lijst vijf prangende vragen voor u op. Meer nog, we proberen er ook een antwoord op te verzinnen, maar finaal blijft u aan zet.
 

1. Ga ik voor mijn droomjob of is economisch realisme beter op zijn plaats?


Ignace Glorieux (VUB), die als hoogleraar sociologie ook flink wat onderzoek verrichtte naar de transitie van school naar werk, pleit voor een pragmatische aanpak. “Zomaar afgaan op de conjunctuur lijkt me alvast geen goed idee, al was het maar omdat die economische conjunctuur heel snel kan veranderen. Jongeren die net hun diploma op zak hebben, zijn sowieso altijd nog wat op zoek. Laat hen dus vooral doen wat ze graag en goed doen, op voorwaarde uiteraard dat ze op dat vlak ook voldoende getalenteerd zijn, maar doorgaans hangen die twee wel samen. Het is ook vrij normaal en gangbaar dat mensen in een bepaalde sector beginnen en tien jaar later iets totaal anders doen. Meestal hebben ze die periode nodig om met hun pootjes op de grond te vallen, en te ontdekken waar hun toekomst echt ligt. Dat geldt wellicht nog meer voor die jongeren die een universitaire opleiding hebben gevolgd. Op enkele uitzonderingen na zijn dat opleidingen die een heel brede en algemene vorming aanbieden, en waar je dus heel wat richtingen mee uit kan. Wij leiden bijna nooit op naar een specifiek beroep toe, en dat is maar goed ook. Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat je helemaal geen rekening moet houden met de economische context, maar toch. Het is zonneklaar dat iemand die vandaag droomt van een carrière in de autosector het behoorlijk lastig zal hebben, omdat de jobs in die sector in ons land almaar dunner gezaaid zullen zijn. Daar staat dan tegenover dat net die mensen die bijzonder gemotiveerd zijn om in een bepaalde branche aan de slag te gaan, soms tegen alle economische knipperlichten in, het wellicht toch zullen maken. Net omdat ze zo gedreven zijn en daardoor vaak heel goed zijn in hun vak. Vergeet ook niet: als je afgestudeerd bent, zelfs met een universitair diploma, dan begint het eigenlijk pas echt. Ga dus af op je gevoel, en doe wat je graag doet.”
 

2. Welke sectoren deelden de voorbije jaren in de klappen, en laat ik mij hierdoor beïnvloeden?


Van de zorgsector over de biotechnologie tot industriële recyclage en afvalverwerking: u kent ze ongetwijfeld ook, de lijstjes met sectoren die de komende jaren de wind in de zeilen zullen hebben. Althans, daar lijken nogal wat specialisten het over eens, al blijkt het in de praktijk niet zo eenvoudig om daar ook wetenschappelijk onderbouwde voorspellingen rond te doen. Heel anders ligt het voor het voor die sectoren die de voorbije jaren systematisch in de klappen deelden. En waar naakte cijfers die neergang meteen ook illustreren. Neem nu de secundaire sector, de industrie zeg maar. Daarin gingen in Vlaanderen tussen het eerste kwartaal van 2008 en het eerste kwartaal van 2010 ruim 32.000 banen verloren, een daling van de totale tewerkstelling met ruim 6 procent (Bron: Trendrapport Vlaamse Arbeidsmarkt 2010). De textiel en automobielindustrie waren de subsectoren die het zwaarst in de klappen deelden, terwijl de nutsectoren water en energie het dan weer veel beter deden dan de rest van de secundaire sector. In de tertiaire sector bleef het banenverlies in diezelfde periode heel beperkt, met als enige negatieve uitzondering de uitzendsector. Of we daaruit nu ook conclusies kunnen trekken voor de volgende jaren?
Wouter Vanderbiesen van het steunpunt Werk & Sociale Economie (KUL) nuanceert: “Ik denk niet dat je de lijn zomaar kan doortrekken, maar er zijn natuurlijk wel enkele vaststellingen waar je niet omheen kan. De zorgsector en de openbare sector bijvoorbeeld zullen de komende jaren zeker nog verder groeien, niet in het minst omwille van de vergrijzing. Omgekeerd valt te vrezen dat de tewerkstelling in de meeste industriële sectoren wel zal blijven afnemen, met uitzondering van de echt hoogtechnologische subsectoren, al blijft het moeilijk om dit echt wetenschappelijk te staven.” De grote trends van de voorbije jaren zullen zich dus wellicht ook doorzetten, aan u de keuze of u zich hierdoor ook wil laten leiden.

3. Waar vind ik de beste balans tussen werk en privé?


Wat jongeren willen van een werkgever, behalve een goed loon en een aangename werkomgeving? Juist: een goeie balans tussen privé en werk. En waar kan u dan beter zitten dan bij de overheid? Dat wil toch een hardnekkig cliché, al wijst ook een onderzoek bij enkele overheidsdiensten door Cap-Sciences humaines uit 2008 in die richting: 36,5 procent van de ondervraagde personeel koos voor de overheid omwille van de mogelijkheid om werk en privé makkelijk op elkaar af te stemmen. Annie Hondeghem van het Instituut voor de Overheid van de K.U.Leuven: "Ja, er is zeker iets van aan. De overheid voorziet allerlei mogelijkheden om werk en privé makkelijker op elkaar af te stemmen: glijdende werkuren, 4/5 werken, 35 vakantiedagen per jaar bij de Vlaamse overheid, thuiswerken, allerlei soorten verlof zoals ouderschapsverlof en verlof voor palliatieve zorg. De overheid heeft een goeie reden om zich daar in te onderscheiden: tegenover de privésector kan ze niet uitpakken met een bedrijfswagen, bonussen en andere voordelen. Onder meer de FOD Sociale Zekerheid speelt daar een voortrekkersrol in, maar ook bij de Vlaamse overheid heb je het project Anders Werken, waarmee thuiswerken mogelijk is. We hebben overigens zelf ook onderzoek gedaan in 2002, waaruit bleek dat het betere evenwicht tussen werk en privé voor afgestudeerden aan universiteiten en hogescholen een reden was om bij de overheid te gaan werken. Er is geen enkele reden waarom dat nog niet altijd zo zou zijn."

4. In welke sectoren vangt u het beste startloon?


Net afgestudeerd en klaar voor een eerste job: mooi, maar uiteraard wil u ook weten hoeveel u kan verdienen als u pas op de arbeidsmarkt terechtkomt. Starters met een universitair diploma verdienen - niet echt verrassend - het meest in de chemie, energiesector en farmaceutische industrie. Sectoren die niet toevallig ook in de top staan als het gaat over sterkste loonstijging tussen 2009 en 2010 (respectievelijk 2,3%, 2,1% en 2%). En jawel, het zijn sectoren die het ook op vlak van extralegale voordelen goed doen. Maar ook hier doet de overheid het opnieuw goed, door plaats 4 en 6 voor haar rekening te nemen. Gerd Theunissen van de onderzoeksgroep Personeel en Organisatie van de K.U.Leuven: "Voor hoogopgeleide starters zijn de loonverschillen tussen de sectoren uit de top-10 sowieso klein. De overheid is zeer competitief, maar kan niet de extralegale voordelen of bonussen aanbieden die u elders wel vindt. Wat dat betreft zijn er enkele sectoren die het beter doen dan andere (met name chemie, energiesector, de farmaceutische sector en de bank- en verzekeringssector, nvdr). De overheid en de social profit blijven daar achter. Maar ik kan me inbeelden dat het loon voor veel starters niet de doorslaggevende en zeker niet de enige factor is om hun keuze te maken."

Sector  
Bruto maandsalaris
Chemie, aardolie en pastiek   
2.610 euro
Energie- en watervoorziening
2.520 euro
Farmaceutische industrie
2.510 euro
Overheden van Gewesten en Gemeenschappen 2.500 euro
Metaalverwerking en machinebouw 
2.490 euro
Federale overheid  
2.480 euro
Gezondheidszorg 
2.470 euro
Telecom 
2.440 euro
Voeding, drank en rookwaren 
2.430 euro
Bouw, weg- en waterbouwkunde 
2.430 euro
Bankwezen en verzekeringen 2.430 euro

                               
(bron: K.U.Leuven/ Vacature Salarisenquête, november 2010)

 

5. Waar kan ik het meest bijleren op de werkvloer?


Een aantrekkelijk loon, de nieuwste gsm en een blitse bedrijfswagen: allemaal mooi, maar als starter wil en hebt u ook nog wat bij te leren. Zeker als u van plan bent door te groeien. Dus kijkt u maar beter uit in welke sector ude beste opleidingskansen krijgt. En die blijken bij sommige sectoren niet helemaal te zijn wat ze moeten zijn. Onlangs verscheen in het Belgisch Staatsblad een lijst van sectoren die in 2009 ondermaats scoorden op vlak van opleidingen. Daarbij onder meer de betonindustrie, houtnijverheid, papier- en kartonindustrie en tabaksbedrijven. Anja Corstjens, product manager opleidingen bij SD Worx: "Die lijst is er gekomen nadat er in 2007 en 2008 een wetgeving in het leven geroepen werd die bedrijven meer verantwoordelijkheid toeschuift voor het opleiden van hun personeel. Ze worden er zelfs voor bestraft als er in de sector niet voldoende inspanningen voor geleverd worden: de werkgevers uit de sectoren die gebuisd zijn moeten meer werkgeversbijdragen betalen. Op basis daarvan weet u dus al welke sectoren het zeker niet goed doen. Wie het dan heel goed doet? Exacte cijfers hebben we niet, maar over het algemeen zit je voor opleidingsmogelijkheden het best bij de sectoren die het ook op veel andere vlakken - zoals verloning, extralegale voordelen, ... - goed doen. Ik denk in de eerste plaats aan de petrochemie, de chemie en de farmacie. Je mag sowieso aannemen dat door de wetgeving het bewustzijn bij veel bedrijven groeit en nog zal groeien."
Niet alleen die 'klassieke' sectoren doen het overigens goed. Ook de overheid scoort goed, omdat ze op dat vlak het verschil kan maken met de privésector.

Tekst: Dominique Soenens, Filip Michiels