Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Actua: 3 hoogopgeleide jonge Tunesiërs vanuit hun thuisland over de torenhoge jeugdwerkloosheid

Meer dan de helft van alle Tunesische werkzoekenden zijn jonge gediplomeerden zoals Imed (28), Ridah (30) en Rymoucha (24). Vanuit Tunesië schetsen ze een onthutsend portret van de totale malaise bij hun generatie. “We vragen gewoon een deftige job. Dat is toch geen buitensporige eis?”

“Ik heb geen connecties. En geen geld. Dan raak je nergens aan de bak. Niet in de privésector. En niet bij de overheid. Gelukkig zijn er de buitenlandse callcenters in Tunis.” De 28-jarige Tunesiër Imed Ben Maatoug behaalde drie jaar geleden een ‘maitrise’ in Franse taal- en letterkunde, een universitaire studie van vier jaar. Twee jaar lang zocht hij vruchteloos naar een baan. Sinds februari vorig jaar beantwoordt hij aan de telefoon vragen van Franse consumenten over hun bouwprojecten, voor een Frans callcenter in de hoofdstad Tunis. Als militant bij de Union Générale Tunisienne des Etudiants kent hij als geen ander het lot van de vele duizenden hoogopgeleiden in zijn land. Zijn goeie vriend Ridah Ben Mansour (30) heeft hetzelfde diploma Franse taal- en letterkunde op zak. Nu en dan mag hij opdraven in een… callcenter. “Ik ken jonge doctoren in de chemie die 200 euro per maand verdienen in een callcenter. Twee keer niks. Maar toch dromen heel veel jonge Tunesiërs van zo’n job. Dit land telt zo’n 120.000 jonge werklozen, over alle disciplines heen. Van jonge artsen over geografen tot architecten. Het gevolg van een maffieus economisch beleid ter persoonlijke verrijking van een paar families rond de intussen uitgeweken president Ben Ali. Tewerkstelling is in Tunesië gebaseerd op nepotisme en corruptie. Ik geef u een concreet voorbeeld. Wie les wil geven aan een openbaar lyceum, moet slagen voor een zogezegd objectief nationaal examen. Wel, je kan daarvan zelfs niet eens je resultaten inkijken.”

Jobs voor een hongerloon

Niet toevallig ontketende de zelfmoord van zo’n goed opgeleide Tunesische jongere de huidige Jasmijnrevolutie in het Noord-Afrikaanse land. De 26-jarige Mohamed Bouazizi vond ondanks zijn diploma geen werk en had dan maar een kraampje in groenten en fruit opgezet. De politie nam zijn waar in beslag omdat Bouazizi niet over de juiste vergunningen beschikte. De moegetergde jongeman stak zichzelf in brand op 17 december 2010. Op 3 januari jongstleden bezweek Bouazizi aan zijn verwondingen. Imed Ben Maatoug spreekt over een regelrechte identiteitscrisis bij vele Tunesische jongeren. “Mohamed Bouazizi staat symbool voor de complete malaise bij een hele generatie. Wij vragen gewoon een deftige job. Dat is toch helemaal geen buitensporige eis, maar een basisrecht? We hebben dringend nood aan meer buitenlandse investeerders, die rekruteren op basis van competenties en niet op basis van connecties. De overgrote meerderheid van m’n vrienden is werkloos. Velen studeren nog iets bij, in de hoop dan wél een baan te vinden. Je stelt jezelf continu in vraag, noem het gerust een identiteitscrisis. Ik ken genoeg geografen, dokters of architecten die in cafés werken. Of op straat groenten en fruit verkopen. Sommigen bewaken ‘s nachts gebouwen. Ze worden per dag of per uur betaald.” Zelfs in de toeristische sector, nochtans hét uithangbord naar de buitenwereld, is het huilen met de pet op. “Ik heb in de toeristische sector gewerkt, zonder enig contract of sociale zekerheid. Ik kreeg een schamele commissie op klanten die ik binnenhaalde voor massages in centra voor watertherapie. Dat soort kleine jobs, daar kan je niets mee aanvangen.” 

De onlusten in Tunesië braken niet toevallig uit in de stad Sidi Bouzid, in de gelijknamige centraal gelegen regio. Volgens de nieuwszender Al-Jazeera is daar ruim een kwart van de mannelijke pas afgestudeerden werkloos, en maar liefst 44% van de jonge vrouwen. Officieel schommelt het algemene werkloosheidscijfer in Tunesië rond de 13 à 14%. De werkloosheid onder pas afgestudeerden ligt nog een pak hoger: 25%, aldus de Wereldbank. Het in augustus gepubliceerde rapport 'Global Employment Trends for Youth' van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) leert dat de jeugdwerkloosheid in geen enkele andere regio ter wereld hoger is: slechts vier op de tien jonge mannen werken in Noord-Afrika, onder de vrouwen minder dan twee op de tien. En het gaat dit jaar van kwaad naar erger. Terwijl wereldwijd de jeugdwerkloosheid terugloopt, zijn het Midden-Oosten en Noord-Afrika de enige plekken waar het leger jonge werklozen nog zal aanzwellen.

Onderwijs en arbeidsmarkt haaks op elkaar

Verscheidene specialisten beamen dat Tunesië meer dan de andere landen in die regio heeft geïnvesteerd in een toegankelijk en betaalbaar hoger onderwijs. Maar de 24-jarige Rymoucha Riahi, afgestudeerd in 2007 in vertalen en internationale relaties (een universitaire studie van drie jaar), vat het probleem treffend samen. “Het hoger onderwijs en de Tunesische arbeidsmarkt staan haaks op mekaar. Ik werk in een callcenter omdat ik met m’n diploma nergens anders aan een baan raak.” Elk jaar studeren er 80.000 Tunesiërs af aan de universiteiten, maar de slecht ontwikkelde diensteneconomie kan ze hoegenaamd niet absorberen. De Tunesische economie wordt nog altijd gedomineerd door landbouw, olie en toerisme. Sectoren die slecht betalen en hoofdzakelijk laaggeschoolden rekruteren. Buitenlandse investeringen in Tunesië blijven vooral geënt op goedkope arbeid, zoals in de textielsector. De economische groei hangt al te zeer af van één markt, met name de Europese Unie. Toeristisch Tunesië mikt op Europeanen met gemiddelde en lage inkomens. Kortom, niet bepaald een economische strategie die volop banen schept voor knappe koppen. Het aandeel hoogopgeleiden onder de Tunesische werkzoekenden steeg dan ook van 20 procent in 2000 naar 55 procent in 2009. Lahcen Achy, econoom en specialist Noord-Afrika bij de denktank Carnegie Endowment for International Peace, beklemtoont bij Al-Jazeera het belang van een betere economische strategie. “De Tunesische overheid moet mikken op kennisintensieve bedrijven, op technologische innovatie.”

Nog volgens Achy biedt het gebrek aan transparantie en de onduidelijke wetgeving vooral lokale ondernemers weinig bescherming. Kmo’s raken daarenboven moeilijk aan fondsen, waardoor er een rem op privéinvesteringen en dus ook jobcreatie staat. Bovendien gaapt er een grote kloof tussen de hoofdstad Tunis en de relatief rijke kustregio’s, die het gros van alle investeringen naar zich toe trekken, en het verpauperde binnenland. Imed Ben Maatoug: “Schone stranden, dat is het clichébeeld wat de Tunesische overheid graag mee uitpakt. Maar achter die postkaart schuilt op vele plekken grote miserie. De infrastructuur en levenskwaliteit in het binnenland is ronduit bedroevend.”

Exodus naar het buitenland

Tot overmaat van ramp keren steeds meer hoogopgeleide Tunesische jongeren hun thuisland de rug toe. Ridah Ben Mansour: “Honderden jongeren vertrekken elke maand. Illegaal, via de zee. Om eender welk soort werk te zoeken in Libië of Italië.” Rymoucha Riahi beaamt: “Ik ken heel wat vrienden die recent naar Italië, Canada en de VS zijn vertrokken.” De maatschappelijke gevolgen van die torenhoge jongerenwerkloosheid zijn nauwelijks te onderschatten. Wie geen of een instabiel inkomen heeft, kan niet op eigen benen staan. Imed Ben Maatoug: “Kijk naar mij. Ik werk deeltijds in een callcenter en verdien daar 200 euro per maand mee. Ik huur een flat in Tunis met m’n broer. In Tunesië bekijken ze iemand die op zijn 28ste nog niet getrouwd is met een scheef oog. Daar zal wel iets mis mee zijn, denkt men dan. Maar hoe kan ik trouwen, mijn leven is erg instabiel.”

Ondanks alle miserie en de weinig florissante werkvooruitzichten zijn Imed, Rymoucha en Ridah niet van plan Tunesië te verlaten. Ridah Ben Mansour klinkt erg strijdvaardig aan de telefoon. “Ik blijf, om zelf mee onze toekomst uit te bouwen. Tunesië is onze ‘patrie’. We laten haar lot niet langer in de handen van enkelen rusten.”

Cijfers

120.000

Tunesië telt 120.000 jonge werklozen, over alle disciplines heen. Van jonge artsen over geografen tot architecten.

80.000

Elk jaar studeren er 80.000 Tunesiërs af aan de universiteiten, maar de slecht ontwikkelde diensteneconomie kan ze hoegenaamd niet absorberen.

55%

Het aandeel hoogopgeleiden onder de Tunesische werkzoekenden steeg van 20 procent in 2000 naar 55 procent in 2009.

Foto: Hervé Lequeux