9 experts over de marktwaarde van 10 diploma’s

Waarom zit een afgestudeerd regisseur een jaar later nog zonder werk, terwijl een ingenieur electromechanica al wordt geheadhunt tijdens de examens? En in welke sectoren speelt de crisis een rol? 9 experts analyseren het potentieel van 9 diploma’s.

 

1. Diploma: master chemie: 0% werkloos, 1 jaar na studies

Jan Goossens, manager hr en talentmanagement bij BASF, is uitstekend geplaatst om te weten waarom chemici niet lang werkloos zijn. “Bij BASF staan voortdurend 100 tot 150 vacatures open. Op alle niveau’s: zowel voor burgerlijk ingenieurs scheikunde als voor mensen met een middelbaar diploma in een chemische richting. De vraag stijgt, terwijl er de afgelopen tien jaar alsmaar minder studenten in die richtingen afstuderen. De spanning op de arbeidsmarkt neemt dus toe. Ik zie daar twee redenen voor. Ten eerste wordt in de chemie nog altijd veel geïnvesteerd. Ten tweede wordt de vraag naar een specialisatiegraad hoger omdat de complexiteit van de installaties in chemische bedrijven hoger wordt. Vroeger konden we heel breed gaan bij aanwervingen, nu zijn er veel meer mensen met een specifieke hogere opleiding nodig.”
“Ik zie die tendens niet snel veranderen”, vervolgt Goossens. “Het is een trend die al jaren bezig is. Weinig mensen weten dat de Antwerpse haven wereldwijd een van de grootste chemische clusters van bedrijven is. Ik denk dat wij na Houston in Texas de grootste concentratie aan chemie hebben. In geen enkel land werken relatief gesproken meer mensen in de chemie dan in België: wij zijn een uitgesproken chemieland! Het is echter typisch Vlaams dat mensen niet graag buiten hun regio gaan werken. De Limburgse en West-Vlaamse chemici vinden Antwerpen te ver.”
“Het gebrek aan chemici is voor ons een van de echte pijnpunten, en verhindert ons om door te groeien. De situatie is zo prangend dat wij mensen die niet het juiste diploma hebben, zelf omscholen. Daarvoor hebben we een programma met Europese steun. We trekken zelfs al naar de lagere scholen met een campagne ‘Mooi en koel met chemie’: wat kan een mens nog meer doen? Wij vinden dat gebrek aan interesse in ieder geval jammer, want de chemische sector heeft heel wat interessante jobs, die hoog scoren wat betaling en werkzekerheid betreft.”

2. Diploma: master wiskunde: 0% werkloos, 1 jaar na studies

Professor Walter Van Assche is departementshoofd wiskunde aan de K.U. Leuven. “Nul procent werkloze wiskundigen na een jaar? Dat verwondert me niets. Eigenlijk is het altijd zo geweest. Op de eerste plaats zijn er niet ontzettend veel studenten wiskunde. Eén van onze grote ‘afzetmarkten’ is het onderwijs. Een derde gaat naar het onderwijs, een derde blijft aan de universiteit werken voor onderzoek en nog een derde gaat naar bedrijven. Uteindelijk komt ook het merendeel van de universitaire medewerkers in het bedrijfsleven terecht, vooral in de industrie, bij banken en verzekeringsmaatschappijen. Daar heeft men altijd mensen met kennis van statistiek nodig.”
“Grote troef van wiskundigen is dat ze abstract kunnen denken en redeneren. Iemand die wiskunde heeft gestudeerd, zal sneller out of the box denken, buiten de lijntjes kleuren. Die flexibiliteit is nodig in een wereld die alsmaar sneller verandert. Ingenieurs en it’ers redeneren eerder binnen de principes die ze geleerd hebben tijdens hun opleiding. Wiskundigen kunnen in het bedrijfsleven weinig gebruik maken van de wiskunde die ze moesten blokken, maar het is precies dat denkpatroon dat bijzonder geapprecieerd wordt bij banken. Die gebruiken soms wiskundige modellen die zelfs een econoom amper kan doorgronden. Wiskundigen komen daarom vaak in hogere functies terecht.”
“De instroom van studenten zakt nog altijd licht en is eigenlijk te weinig voor de vraag op de arbeidsmarkt. Blijkbaar is de overgang van het secundair onderwijs naar de universiteit nog altijd moelijk. Het slaagpercentage is momenteel 50 tot 60 procent. Qua verdeling jongens en meisjes zitten we wel goed: dat is ongeveer fifty-fifty, terwijl je bij de informatici nog altijd maar 30 procent meisjes hebt. Wie interesse heeft in wiskunde, kunnen we in ieder geval geruststellen: zelfs in crisistijden vind je nog een job met dit diploma.”

3. Diploma: master Godsdienstwetenschappen: 4,2% werkloos, 1 jaar na studies

Het is een richting waarvan je het niet meteen verwacht, maar ook pas afgestudeerde godsdienstwetenschappers doen het goed op de arbeidsmarkt volgens de cijfers van de VDAB. Professor Chris Vonck, rector aan de Vergelijkende Faculteit voor Godsdienstwetenschappen, bevestigt.“Wij bestaan nu dertig jaar en niet één van onze studenten is werkloos. Die tendens is al een tijdje bezig. Hoewel er alsmaar minder roepingen zijn, zit godsdienstwetenschappen in de lift. In steden en dorpen zie je steeds meer centra voor integratie opduiken, waar men mensen nodig heeft die kennis hebben van de meest uiteenlopende godsdiensten. Wij krijgen studenten gestuurd in opdracht van de overheid, bijvoorbeeld voor veiligheidsdiensten of het ministerie van justitie. Ook met de politie van Antwerpen en Brussel werken we nauw samen. Bij ambassades en consulaten zijn studenten vergelijkende godsdienstwetenschappen in trek. En ook bij klassieke organisaties als de Ursulinen of Broeders van Liefde, waar men met een diploma aan onze faculteit een betere functie kan krijgen. Natuurlijk beloven wij geen job, maar ik kan alleen vaststellen dat onze afgestudeerde studenten zelfs in crisistijden niet werkloos blijven.”

4. Diploma: master tandheelkunde: 0% werkloos, 1 jaar na studies

Dat cijfers niet altijd zijn wat ze lijken, komen we nogmaals te weten bij Stefaan Hansom, woordvoerder van het Verbond der Vlaamse tandartsen. “Nul procent werklozen na een jaar bij de pas afgestudeerde tandartsen? Dat zou ik toch met een korreltje zout nemen. Zo simpel is het niet. Het beroep van tandarts is niet te vergelijken met een loopbaan in een firma, waar je vertrokken bent met een auto en een gsm. Vroeger was het normaal dat tandartsen onmiddellijk een eigen praktijk begonnen, nu doen pas afgestudeerden vaak stage in de praktijk van iemand anders. Een eigen zaak opstarten is een zware investering: je moet al snel op 100.000 euro rekenen. Geld van de bank krijgen is niet vanzelfsprekend in deze tijden. En een tandarts heeft nu eenmaal een grotere investering nodig dan een kinesist of dierenarts: de apparatuur wordt alsmaar ingewikkelder. Waar vroeger iedereen een eigen zaak kon beginnen, wordt er nu ook meer gevraagd van een zelfstandige op het vlak van regelgeving. Je moet managerscapaciteiten hebben, iets wat je niet leert tijdens de opleiding tandheelkunde. Jonge tandartsen kijken dus eerst de kat uit de boom.”
“Heel wat tandartsen gaan ook eerst in Engeland, Italië of Nederland werken, waar de werkomstandigheden en verdiensten beter zijn. Het is een trend die we proberen tegen te houden, maar Vlaamse tandartsen zijn nu eenmaal gegeerd in het buitenland.”
“De toekomst ziet er wel rooskleurig uit. We zitten momenteel met een omgekeerde leeftijdspiramide: eind jaren zeventig begon het aantal tandartsen exponentieel te stijgen. Heel wat van die mensen zitten nu aan een loopbaan van meer dan dertig jaar en gaan binnen een jaar of vijf met pensioen. Wie nu als tandarts begint, weet dat er plaats zal zijn op de markt.”

5. Diploma: professionele bachelor electromechanica: 2,9% werkloos, 1 jaar na studies

Wilson De Pril is directeur-generaal van Agoria Vlaanderen, de sectorfederatie voor de technologische industrie in Vlaanderen. Hij ziet met lede ogen toe hoe jobs in de electromechanica nog altijd knelpuntberoepen zijn. “Van de 194 fameuze knelpuntberoepen, behoren er tachtig tot onze sector. Alles wat met techniek en technologie te maken heeft, biedt dus garantie op werk. Op alle niveau’s. De richting electromechanica is een combinatie van electro en de mechanica, twee disciplines die steeds meer samen gaan. Mechatronica is het samengaan van machinebouw met elementen van electronica. In Vlaanderen zijn we altijd goed geweest in het combineren van twee technologieën.”
“Het aanbod studenten vermindert, de vraag stijgt: studenten die voor electromechanica kiezen, vinden dus nog altijd probleemloos werk. Niet alleen de ingenieurs, maar ook bijvoorbeeld mensen die doorstromen vanuit het TSO, zonder een bijkomend diploma. Ook als zelfstandige vinden electromechanici al snel werk.”
“Daarom verwondert het ons eigenlijk dat studenten niet méér voor deze technische richting kiezen, terwijl ze massaal opteren voor richtingen die minder gegeerd zijn op de arbeidsmarkt. Jongeren vinden het geweldig om pc’s, iPods en andere technische snufjes te gebruiken, maar zelf mee die nieuwe technologieën ontwikkelen, spreekt hen blijkbaar niet aan. Vooral bij meisjes is er een koudwatervrees: we zitten met amper 15 procent vrouwen in electromechanica, terwijl er bij bio-ingenieurs maar liefst 50 procent meisjes zitten. Blijkbaar leeft de perceptie nog altijd dat je in een technisch beroep tussen zware machines staat in je vuile overall. Samen met de overheid proberen we nu die perceptie te doorbreken. Dat is ook hun taak. Als studenten massaal blijven kiezen voor richtingen waar geen vraag naar is, kost dat het land tijd, geld en frustratie.”

6. Diploma: professionele bachelor medische beeldvorming: 0% werkloos, 1 jaar na studies

De professionele bachelor medische beeldvorming bestaat nog maar sinds 1998, maar is één van de richtingen waar afgestudeerden onmiddellijk aan het werk kunnen. Elk jaar studeert aan de Hogeschool-Universiteit Brussel, de enige Vlaamse instelling die deze opleiding aanbiedt, een dertigtal studenten af. Die krijgen meestal persoonlijke vacatures aangeboden nog voor ze hun diploma op zak hebben. Natasja Vertongen is 29 en zat bij de eerste lichting afgestudeerden. Zij werkt nu op de afdeling radiologie aan het UZ Leuven campus Gasthuisberg, waar ze onder andere CT-scans en MRI-scans maakt van patiënten. “Ik wou graag in de medische sector werken, maar niet als verpleegkundige. Mijn interesse ging eerder uit naar technologie. De technologische evolutie in deze sector is groot: heel wat zaken die vroeger operatief gebeurden, kunnen nu met medische beeldvorming. Daarvoor is er alsmaar meer behoefte aan mensen met onze opleiding. Wij moeten ons ook regelmatig bijscholen om met de nieuwe apparatuur te kunnen werken. Dat gebeurt intern binnen het ziekenhuis, maar ook door in onze vrije tijd naar congressen te gaan. Nucleaire geneeskunde en medische technologie blijft een boeiende sector. Waar in het begin vooral mannen voor de studie kozen, zie ik nu vooral vrouwen op de werkvloer. In ieder geval heb ik in die acht jaar nog geen dag zonder werk gezeten.”

7. Diploma: academische bachelor taal-en letterkunde: 25% werkloos, 1 jaar na studies

Hoewel de cijfers van de VDAB aantonen dat het geen diploma is waarbij je snel werk vindt, blijft het aantal studenten taal- en letterkunde naar hartelust stijgen. Jurgen Pieters is voorzitter van de opleidingscommissie taal- en letterkunde aan UGent. Voor hem mag de instroom wat minder, al betwijfelt hij dat een vierde van de studenten na een jaar nog zonder werk zit. “De VDAB-cijfers komen niet overeen met de cijfers die wij hebben. Misschien is het omdat de VDAB-percentages enkel spreken over de driejarige bachelor-graad, terwijl de meeste studenten minimum ook voor een master (van één jaar) gaan. Daarna kiest het merendeel zelfs voor een vijfde jaar, waarbij ze een meer specifieke professionele richting volgen. Een onderwijsopleiding, meertalige bedrijfscomunicatie, journalistiek of onderzoek. Mijn ervaring is dat studenten na dat vijfde jaar vrij snel werk vinden. In de toekomst willen we onze opleiding trouwens beter op de arbeidsmarkt afstellen door, net zoals in het buitenland, een tweejarige master in te voeren.”
“Sinds de hervorming naar het systeem van bachelor en master, kiezen nog méér studenten voor de richting taal- en letterkunde. Wat vroeger Romaanse, Germaanse en Klassieke Talen waren, vormt nu samen taal- en letterkunde, waarbij je twee talen kiest. Sindsdien hebben we 30 procent meer studenten dan toen het aparte richtingen waren. Je kan nu bijvoorbeeld Engels en Spaans combineren. Wij dachten eerst dat we meer studenten kregen doordat mensen die vroeger voor vertaler kozen nu bij ons terecht komen, maar ook bij de tolken en vertalers stijgt het aantal nog. Wij zitten in ieder geval niet te wachten op nog meer instroom: het mag wat minder.”

8. Diploma: master audiovisuele en beeldende kunst: 25% werkloos 1 jaar na studies

Jan Verheyen, regisseur en voormalige VTM-baas, is een eeuwige optimist, maar geeft volmondig toe dat de crisis flink huis houdt in film- en tv-land. “Maar 25 procent afgestudeerden uit de audiovisuele sector die nog geen werk hebben na een jaar? Ik zou zelfs denken dat het er een pak meer zijn. We hebben altijd al met het vreemde gegeven gezeten dat er in ons land niet minder dan vijf filmscholen zijn. Dat is volledig uit proportie met het kleine land dat wij zijn. Elk jaar studeren er een veertigtal mensen als regisseur af: het spreekt voor zich dat die niet allemaal vijf jaar later hun eigen film draaien. Velen zijn geroepen, weinig uitverkoren. De meesten onder hen komen terecht in reclame, tv- en productiehuizen. Maar dat zijn nu precies de sectoren waar de crisis in alle hevigheid toeslaat.”
“Met de Vlaamse film gaat het goed, maar we vernamen zonet dat de budgetten niet meer zullen verhogen. In 2011 zullen we dat pas echt voelen. De VRT maakte zopas duidelijk dat het met minder zal moeten, waardoor productiehuizen een pak minder werk krijgen. Bij de commerciële zenders als Vmma en SBS is de crisis al een tijdje aan de gang. Ik kan me voorstellen dat het niet makkelijk is om nu als net afgestudeerde regisseur op de markt te komen. Toch ben ik ervan overtuigd dat talent altijd komt bovendrijven.”
“Ik wil niemand ontmoedigen om naar de filmschool te gaan: als je het in je hebt, komt het er ook uit. Maar het is ook zo dat heel wat succesvolle regisseurs niet eens een audiovisuele opleiding hebben. Marc Punt is sociaal assistent, Robbe De Hert matroos op de lange omvaart. Willem Wallyn is advocaat en ik heb helemaal geen diploma. Zelf heb ik trouwens nog nooit naar een diploma gevraagd wanneer ik mensen zoek om een film te draaien.”

9. Diploma: professionele bachelor modetechnologie: 23% werkloos 1 jaar na studies

Alexandra De Raeve is voorzitter van de opleidingscommissie modetechnologie. De opleiding modetechnologie bestaat al sinds de jaren tachtig, maar werd vijf jaar geleden hervormd naar een bachelor Zij reageert fronsend op de cijfers van de VDAB. “Vreemd: ik heb nog nooit zoveel telefoontjes gekregen van bedrijven die dringend op zoek zijn naar mensen met het profiel modetechnologie. Meestal zijn het Belgische confectiebedrijven op zoek naar kaderpersoneel. Een werkloosheidspercentage van 23 procent is natuurlijk relatief als je weet dat er vorig jaar maar 28 studenten afstudeerden. Daarvan hebben er nu twee even geen werk. In absolute cijfers stelt het percentage dus niet veel voor. Hogeschool Gent is de enige plaats waar je de opleiding kan volgen, we spreken dus over een beperkte groep mensen.”

“Van crisis heeft men in de confectie niet al te veel hinder. De grootse herstructureringen hadden ze daar al in de jaren zeventig en tachtig, met de grote delokalisaties. Nu is er nog weinig productie in Vlaanderen, zelfs niet in West-Europa, maar de ontwerpen en voorbereidingen van de textielproductie gebeuren wel hier. Patronenmaakster is nog altijd een knelpuntberoep. Onze studenten worden vaak hoofd van de patronenmaaksters, ict is een belangrijk onderdeel van de opleiding.”

Tekst: Ann Lemaître

Lees ook: 20 diploma's met succesgarantie

Verschenen in Vacature Magazine van 6 juni 2010.