5 vragen aan de farmasector over antidepressiva

Christine Vanormelingen, woordvoerster van de farmasector

1.

Hoe belangrijk zijn antidepressiva voor de Belgische farmaindustrie?

Christine Vanormelingen, directeur communicatie van pharma.be, de overkoepelende organisatie voor de farmasector: “Het is een groeimarkt. In 2007 telde de totale markt (terugbetaalbaar of niet, origineel en generisch, nvdr) een volume van 252 miljoen ddd’s of dagelijkse dosissen, in 2011 ruim 300 miljoen. Al is de groei in 2010-2011 (2,6 procent) kleiner dan in 2007-2008 (6,3 procent).”

2.

Worden er niet simpelweg te veel antidepressiva voorgeschreven? De huisartsen geven het zelf toe …

Christine Vanormelingen: “Het is inderdaad wetenschappelijk bevestigd dat er bij een lichte depressie vaak wordt overbehandeld, anderzijds wordt er bij een zware depressie vaak onderbehandeld. Soms krijgen mensen een pilletje om zich sterk te houden, bijvoorbeeld bij een begrafenis. Maar antidepressiva werken meestal pas vier tot acht weken na inname. Daar schieten ze hun doel voorbij.

3.

De werknemers die ik interviewde, klaagden allemaal over nevenwerkingen. Bij enkelen sloegen ze aan, bij anderen helemaal niet.

Christine Vanormelingen: “Alle antidepressiva die in België op de markt zijn, zijn zwaar gecontroleerd en goedgekeurd door het Europese én het Belgische Geneesmiddelenagentschap op hun veiligheid, kwaliteit en efficiëntie. Zeggen dat ze niet werken, is te gemakkelijk. Voor het overgrote deel dat terugbetaald wordt door het RIZIV, komen er nog extra tests bij. Er worden niet zomaar medicijnen op de markt gebracht, en dan zien we wel of ze werken.

We mogen niet vergeten dat dat mensen met chronische aandoeningen opnieuw normaal kunnen functioneren, mits de juiste inname van medicijnen.”

4.

Farmabedrijven willen toch vooral zo veel en zo snel mogelijk antidepressiva verkopen?

Christine Vanormelingen: “Dat vind ik te kort door de bocht. Van de tien molecules die er ontwikkeld worden, komen er zeven niet op de markt. Farmaceutische bedrijven investeren gemiddeld tien tot twaalf jaar in onderzoek en ontwikkeling van een nieuw medicijn. Dan kan je niet zeggen dat ze voor de ‘quick win’ gaan. Ze willen natuurlijk zo lang mogelijk dat medicijn verkopen, maar op de juiste manier. Een bedrijf dat op korte termijn zo veel mogelijk wil verkopen, schiet zichzelf in de voet. Onderzoek staat niet stil natuurlijk. Artsen zullen in de toekomst steeds meer tijd moeten investeren in de kennisverwerving van nieuwe geneesmiddelen.”

5.

Op 18 januari 2011 zei Eric Buntinx, oprichter van het bedrijf PharmaNeuroBoost, dat nu in de laatste fase zit naar een nieuw antidepressivum, in de Tijd: “Ik hoor mensen vaak zeggen dat er te veel antidepressiva worden geslikt. In realiteit is een op de 15 mensen depressief, en nog niet de helft van hen wordt behandeld.” Is dat ook niet te kort door de bocht?

Christine Vanormelingen: “Op koepelniveau zijn we niet bevoegd om op die uitspraak te reageren. Wij streven enkel naar een goed gebruik van een geneesmiddel: niet te veel, niet te weinig.

<< Terug naar het coververhaal