5. Hebben de economen flink van hun pluimen verloren, na alles wat er de voorbije jaren gebeurd is?

Jef Vuchelen: “Als ‘klasse’ hebben we flink aan geloofwaardigheid moeten inboeten. Hoe je het ook draait of keert, de financiële crisis is toch mee in elkaar gezet en begeleid door economen. Ik denk bijvoorbeeld aan een aantal producten die zogenaamd risicoloos waren en die zo ook werden opgevoerd en verkocht door de banken, waar toch nogal wat economen rondlopen. Een niet onbelangrijk aspect in deze is ook de concurrentie tussen economische opiniemakers. Wie concurrentie zegt, zegt ook opbod: de enige manier om aandacht te krijgen, is vaak heel scherpe of ongenuanceerde stellingen in te nemen. Kijk vandaag naar die economen die om het hardst schreeuwen ‘Gooi Griekenland uit de EU’! Is dit nu een taal voor economen, die bij uitstek heel beredeneerd en voorzichtig te werk zouden moeten gaan? Die toenemende concurrentieslag tussen opiniemakers wordt dus stilaan echt een probleem, het debat wordt er niet sterker op.”

Ivan Van de Cloot: “Sommige economen, of noem het economische scholen, zijn sowieso op de bek gegaan. Vooral die scholen die koppig volhielden dat de markten zichzelf altijd wel reguleren. De theorie van de efficiënte markt, zeg maar. Die, niet toevallig, vaak ook samenviel met de belangen van grote banken en belangengroepen. Dus ja, we moeten er ons van bewust zijn dat er ook wel wat economen rondlopen die haast ideologisch verblind zijn voor de realiteit. Laat ons ook niet vergeten dat de financiële economie ook maar een onderdeel is van de economie, en zelfs bezwaarlijk een echte wetenschap kan worden genoemd. Nogal wat van de theorieën die daarin gangbaar zijn, werden in 2008 pas voor het eerst empirisch getoetst. De crisis heeft er wel voor gezorgd dat een strekking binnen de economie die zich wat sceptischer toonde over de almacht van ons economisch apparaat flink aan belang heeft gewonnen. Ik geloof absoluut in meer regulering en meer buffers, ook al leidt dat tot minder winst.”

Etienne de Callataÿ: “Mijn visie evolueert elke dag, maar ik heb vandaag veel minder vertrouwen in de verklaringen van de officiële spelers. Toen ik in 2008 dacht dat de prijs van het Amerikaanse vastgoed ging dalen, vreesde ik geen ineenstorting, maar die is er wel gekomen. Ik had toen te veel vertrouwen in de toezichthouders en de topbankiers.
Ook economen vechten met een tekort aan informatie, en vaak is die informatie te eenzijdig. De top van de grootbanken, de Europese Commissie, het IMF, het Belgische ministerie van Financiën, ... zij kennen de reële toestand veel beter dan ik en mijn collega's. Wij geloven dat we over voldoende inlichtingen en analysecapaciteit beschikken om een analyse te maken. Maar die is nooit niet perfect.”

Peter Vanden Houte: “Economie is geen exacte wetenschap, maar het resultaat van het gedrag van miljoenen mensen. Veel hangt af van de stemming op de markten. Toen de ECB en de andere centrale banken aankondigden dat ze massaal dollars in het systeem zouden pompen, ontstond er een euforie op de beurzen. Hetzelfde nieuws had een week eerder gegarandeerd voor meer pessimisme gezorgd. Want zo’n mededeling kan je op twee manieren interpreteren: als een correcte bestrijding van de brand of als een noodzakelijke ingreep omdat het banksysteem op instorten staat. Daarom is het belangrijk dat een econoom de sfeer op de markt correct inschat.”

Terug naar het hoofdartikel "Economische expertise: alomtegenwoordig, populair en (soms) omstreden"