4 vragen aan 3 experts over slim saneren: “Ontslaan terwijl je winst maakt, kan goed bestuur zijn”

1) Mensen ontslaan, terwijl je winst maakt: een daad van goed bestuur of onfatsoenlijk?

Paul Huybrechts, Vlaamse Federatie van Beleggers:

“Het klinkt hard, maar het kan een daad van goed bestuur zijn. Wanneer, zoals het geval is bij AB InBev, het bierverbruik in een bepaalde regio of land daalt, kan je er marketing tegenaan gooien of de prijzen verhogen om het lagere volume te compenseren. Maar op een zeker ogenblik moet je in de kosten snijden. En mag je zeker niet wachten tot de cijfers in het rood gaan. Dat is precies wat in de automobielsector en vooral bij General Motors is misgegaan. De manier waarop AB InBev dat in België heeft aangepakt, is wel voor kritiek vatbaar. Een bedrijf moet dit soort beslissingen nemen, maar moet ook rekening houden met de sociale, fiscale en culturele omgevingsfactoren. Vergeet niet dat de werknemers van AB InBev niet zo lang geleden hun bedrijfsleiding op een grote stommiteit hebben betrapt en het bedrijf voor een fout hebben behoed. Ik heb het over de sluiting van Hoegaerden, die later ongedaan is gemaakt. Het management had zowel de productie als het marktpotentieel compleet verkeerd ingeschat. Dat management heeft in België dus wel een gezagsprobleem. Daarenboven is Leuven en België de bakermat van AB InBev. En liggen afdankingen daar toch veel moeilijker dan in Diekirch of Breda. Een goed management weet dat. Maar ik neem aan dat de beslissing zelf onvermijdelijk is.”

Luc Voets, hoofd studiedienst van de socialistische vakbond ABVV:

“Principieel kan het niet. In sommige gevallen zou het kunnen als de werkgelegenheid op lange termijn gered kan worden. De dictatuur van de kortetermijnwinst stemt niet overeen met de principes van duurzaam ondernemen. Die trend zien we de laatste tien, vijftien jaar, en heus niet alleen bij beursgenoteerde ondernemingen. Al zijn dat de meest zichtbare.”

“Een bedrijf als AB InBev dat het wereldwijd goed doet mede dankzij de Belgische werknemers, moet die daarvoor belonen. De ceo van AB InBev is een financier, geen industrieel. Die denkt alleen maar aan zijn kortetermijnwinst, zoveel is duidelijk. Winstgevende ondernemingen halen al het onderste uit de kan wat overheidshulp betreft. Alleen al de notionele interestaftrek kost de staat 4 miljard euro, de fiscale loonsubsidie (het stuk bedrijfsvoorheffing op een loon dat de ondernemer niet moet doorstorten) kost meer dan 2 miljard euro, dan heb je nog de verminderde werkgeversbijdrage aan de sociale zekerheid van 4,8 miljard euro. Die notionele interestaftrek aanvaardt men zonder enige link met werkgelegenheidscreatie.”

Marc De Vos, directeur van de denktank Itinera Institute:

“Het zou zeer erg zijn moesten bedrijven wachten tot ze verlies draaien alvorens ze zichzelf in vraag stellen. Als jij het niet doet, doen andere bedrijven het. En loop je het risico dat je bedrijf op de klippen loopt. Waar wordt de winst gemaakt, die vraag moet je je stellen? Wat als die winst in een wereldwijd actief bedrijf niet in België wordt gemaakt? Hetzelfde verhaal in de autosector. In Azië bouwt men de ene fabriek na de andere, hier doet men ze dicht. De wereld is veel groter dan onze navel. Een bedrijf dat zijn werknemers zo goedkoop mogelijk wil houden, en enkel winst voor het management en de aandeelhouders najaagt, kan niet blijven bestaan. Zo simpel is dat. Een uitpersingsbeleid is desastreus en botst vroeg of laat tegen een muur. Dat zien we nu ook. Toch wil ik tegelijk aanstippen dat er massaal geïnvesteerd is in tijdelijke maatregelen om mensen aan boord te houden. Bedrijven hebben daar massaal op ingetekend, zijn tot het uiterste gegaan om ontslagen te vermijden. Kmo’s van eigen bodem vertegenwoordigen nog altijd het gros van de werkgelegenheid. Daar speelt het kortetermijndenken van grote beursgenoteerde bedrijven helemaal niet.”

2) Moeten bedrijven niet een potje aanleggen voor barre tijden, om de crisis uit te zweten?

Paul Huybrechts:

“Bedrijven doen dat. Ik heb niet meteen statistieken over het pay-outpercentage van de gemaakte netto-winsten, maar ik denk dat de helft van de winsten in de bedrijven blijft. Als er dan toch verliezen worden gemaakt, kunnen die reserves in principe worden aangesproken. Maar het is wel lichtzinnig en kortzichtig om daarop te rekenen. Dan zitten we in het General Motors-scenario. Het is de plicht van ieder bedrijfsbestuur om de continuïteit van het bedrijf veilig te stellen en er dus voor te zorgen dat de reserves nooit moeten worden aangesproken om verliezen te dekken. Good citizenship bestaat er in aan alle betrokkenen, werknemers, klanten, beleggers, overheden uit te leggen hoe men zich van deze taak heeft gekweten. Good citizenship is niet verliezen maken en mensen aan het werk houden die jammer genoeg geen waarde meer toevoegen.”

3)  Moeten we niet meer richting groeps- en resultaatgerelateerde bonussen?

Paul Huybrechts:

“Bonussen moeten worden gekoppeld aan langetermijndoelstellingen. Het zal allicht altijd een combinatie zijn van groepscriteria en individuele criteria. In de mate dat de bonussen samenhangen met de aandelenkoers hoeven ze het bedrijf zelf niets te kosten, want de bonussen worden dan gefinancierd met de koersstijgingen. Ik denk dat onafhankelijke bestuurders goed moeten worden betaald, maar zonder aandelenopties. De opties van Jean-Luc Dehaene(bij AB InBev) zijn in mijn ogen dus niet verstandig. Onafhankelijke bestuurders mogen wel aandeelhouder zijn. Maar de hefboom die in opties zit, kan ertoe leiden dat het aandeelhoudersbelang ten koste gaat van andere overwegingen. Ik beweer wel niet dat dit nu gebeurd is.”

Luc Voets:

“Al in de periode 2005-2007, nog in tijden van stevige groeicijfers, trokken we aan de alarmbel en hebben we gepleit voor de invoer van een graaitaks (extra belasting op toplonen). We werden weggelachen. Terwijl de toplonen van de Belgische ceo’s tussen 1988 en 2005 met 160% zijn gegroeid. Door de vergoeding van topmanagers te koppelen aan de aandelenkoers is er een pervers mechanisme in werking getreden.”

Marc De Vos:

“Bonussen verdienen door te saneren, is contraproductief. En wordt afgestraft. Maak u evenwel geen illusies, een wettelijk kader voor bonussen is geen wonderoplossing. Want zelfs de banken die geen exorbitante bonussen uitreikten zijn vrolijk meegegaan in de hype. Niet vergeten dat een AB InBev in de Champions League van de bedrijven speelt. Ze moeten wel toplonen uitbetalen, anders halen ze de toppers niet binnen.”

4) Moet de overheid winsten van grote bedrijven kunnen afromen, om die in een werkgelegenheidsfonds te stoppen? 

Paul Huybrechts:

“Nee, in godsnaam. De overheid heeft, zeker in België, geen recht van spreken. De Senaat en de Provincieraad zijn al jaren overbodig, en niemand die saneert. Een overheid moet ondernemen bevorderen, maar moet zelf niet ondernemen. Ik ben wel voor de uitbouw van een ‘Green Bank’ met privé-spaargelden, waarop een vorm van overheidswaarborg kan worden gegeven. Ik denk dat 10 à 20% van de fondsen die nu op spaarboekjes staan op die manier naar duurzame én rendabele investeringen, en dus tewerkstelling, kan worden geleid. Dat is 20 à 40 miljard euro. De VFB heeft in september vorig jaar voorgesteld de Nationale Bank van België te splitsen in een echte openbare centrale bank en een private ’Green Bank’.”

Tekst Nico Schoofs

Gepubliceerd in het Vacature Magazine van 6 februari 2010