4 tips om een carrièrecrisis aan te pakken

Carrièrecrisis is meer regel dan uitzondering. Met deze tips pak je je carrièrecrisis aan.

1)Maak geen ‘negatieve’ keuzes. Denk niet in de zin van ‘ik wil daar weg’ of ‘met die baas zie ik het niet meer zitten’, maar probeer voor jezelf uit te maken in welke richting je zelf een mogelijke oplossing ziet.  Waar wil je naartoe, hoe zie je zelf het verdere verloop van je carrière, welke nieuwe keuzes wil je maken? Als je ergens weg wil, heeft het weinig zin om zomaar doelloos of lukraak elders te gaan solliciteren. Het risico is niet denkbeeldig dat je dan gewoon van de regen in de drop belandt.

2)Probeer even stil te staan en nuchter na te denken, maak een objectieve zelfanalyse. Wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik? Sommige mensen zijn perfect in staat om daar zelf een antwoord op te formuleren, anderen kunnen dat niet en hebben absoluut nood aan een klankbord. Soms moeten we mensen de antwoorden bijna aanreiken, maar vaak volstaat het ook om iemands vragen of twijfels gewoonweg in de groep te gooien tijdens een sessie loopbaanbegeleiding. Buitenstaanders stellen vaak de meest onbevangen vragen of reiken heel waardevolle suggesties aan. Wie in een carrièrecrisis zit, heeft vaak ook angst de dingen echt te benoemen.

3)Wees eerlijk met jezelf. Het gebeurt niet zelden dat mensen na een nuchtere en objectieve analyse tot de vaststelling komen dat ze eigenlijk nog relatief goed zitten en dat ze niet echt aan iets anders toe zijn. In dat geval  komt het er gewoonweg op aan een aantal relatief onbelangrijke randfactoren aan te pakken om je opnieuw goed in je vel te voelen. Grof gesteld denk ik dat zowat 1 op 2 mensen die bij ons in behandeling komen na een tijdje tot de conclusie komen dat ze niet noodzakelijk van baan hoeven te veranderen.

4)Het is niet altijd een goed idee om meteen open kaart te spelen met je baas. Dit hangt af van je financiële situatie en de mate waarin je zelf klaar bent met je analyse – maar ook van de werkomgeving en van de relatie die je met je baas hebt. Sommige bedrijven raden werknemers zelf aan om desnoods bij een loopbaanbegeleider te gaan aankloppen of helpen actief bij het zoeken naar een andere functie binnen het bedrijf. In andere gevallen kan je misschien beter de schijn nog even ophouden en zelf op zoek gaan naar begeleiding.

Loopbaanbegeleiding, hoe werkt het precies?

Loopbaanbegeleiding kan zowel op vraag van het bedrijf – dat dan uiteraard ook betaalt – als op vraag van een werknemer. In dat laatste geval kan je vandaag in Vlaanderen terecht bij 20 erkende loopbaancentra, die voor een flink stuk gesubsidieerd worden door de Vlaamse overheid. In principe komt elke werknemer met minstens één jaar anciënniteit eens om de zes jaar in aanmerking voor gesubsidieerde loopbaanbegeleiding. In praktijk is dat vaak helemaal gratis. Daarnaast moet je op het moment van de aanvraag ook nog aan het werk zijn. De wachttijd kan variëren van enkele dagen tot hooguit enkele weken, afhankelijk van je eigen beschikbaarheid. Wie het niet ziet zitten om in groep begeleid te worden, kan ook individueel een aantal sessies volgen. Minimaal zes uur, maar dat kan ook oplopen tot 9 uur of meer.

Carrièrecrisis: meer regel dan uitzondering

“Het aantal mensen dat met een carrièrecrisis worstelt, zit de laatste jaren duidelijk in de lift. Dat heeft enerzijds te maken met de druk op de werkvloer, die almaar groter wordt. Werkgevers aanvaarden niet langer dat iemand zomaar wat meedraait. Je moet er altijd volledig staan en dat maakt ook dat mensen hun baan of hun positie in een bedrijf soms sneller in vraag gaan stellen. Anderzijds zijn ook de werknemers zelf veeleisender geworden wat hun werk betreft. Een job is vandaag veel meer dan zomaar een tijdverdrijf waarmee je ook nog wat geld in het laatje brengt. Het verwachtingspatroon ligt eenvoudigweg soms te hoog.”

“Jammer genoeg merken we dat heel wat werknemers te lang wachten alvorens aan de noodrem te trekken. Ze sukkelen in een burn-out of voelen het ontslag naderen en komen dan pas bij ons aankloppen. Met andere woorden: het komt er vooral op aan om zelf de crisis voor te zijn en een aantal alarmsignalen tijdig te herkennen. Dat gaat dan van mensen die elke dag met tegenzin naar het werk trekken tot iemand die totaal geen toekomst meer ziet in zijn huidige baan of het gevoel heeft dat het werk één grote sleur geworden is. Al te veel mensen doen dat soort signalen nog af als iets van tijdelijke aard en blijven er jaren mee voortsukkelen. Niet zelden mondt zoiets finaal uit in echt fysieke of psychologische klachten. Vaak merken we ook dat iemand een duwtje in de rug of een openhartig gesprek met een buitenstaander nodig heeft om te beseffen waar het probleem écht zit. Zelfs als de relatie met je directe baas niet echt snor zit, betekent zoiets niet noodzakelijk dat die baas ook de bron van alle problemen is. Soms is die manke relatie niet meer dan een eerste symptoom van een onderliggend probleem.”