4 fragmenten uit het nieuwste boek van Günter Wallraff

4 fragmenten uit zijn nieuwste boek
Undercover als…

1. Dakloze

    Met een tien jaar oude broek, een jack uit de kringloopwinkel en smerige schoenen uit zijn tijd als de Turkse ‘Ali’ leefde Wallraff als een dakloze. Op zijn paspoort kleefde de sticker ‘Zonder vaste woon- of verblijfplaats’. Want zonder sticker mocht hij niet in een noodopvang overnachten. Daar ontmoette hij mensen die al lang geen baan of geen huis meer hebben. Onder meer Manfred, een ex-ondernemer die ooit een softwarefirma had met tien medewerkers.
     
    Manfred: “Een toeleverancier van Audi-onderdelen had me 1,2 miljoen euro afhandig gemaakt. Zijn bedrijf werd aangeklaagd wegens subsidiefraude. De staat deed als eerste een greep in de kas. Ik kreeg niets meer voor al mijn geleverde werk. Ik werd zelfs veroordeeld voor het uitstellen van mijn faillissement omdat ik te lang geprobeerd had mijn bedrijf, mijn levenswerk, te redden. Ik heb vijf maanden gezeten. Na die hechtenis had ik niets meer, geen huis en helemaal geen geld. Ik heb in de hele Bondsrepubliek geprobeerd werk te vinden. Maar een ingenieur die veroordeeld is geweest, ligt moeilijk. Sinds een jaar ken ik de daklozeninstellingen. Ik heb vaak buiten geslapen. Als er in een daklozenopvang geen plaats vrij was, moest ik wel. Munchen was erg. Daar heb ik bij het Leger des Heils geslapen, met zestien mensen in één kamer, in de kelder. Je kreeg daar een kaartje waarop stond welk bed je was toegewezen. Op het mijne stond Kelder 1. Er zat geen enkel raam in, niks, alleen een lichtschacht van glazen stenen. Om je te wassen, moest je in je nakie zo’n vijfentwintig meter over een binnenplaats lopen. Je kon daar namelijk niet eens je kleren ophangen.”

    2. Operator in callcenter

      Günter Wallraff werkte als operator in het callcenter van de Tectum-groep (Nordrhein-Westfalen). Hij en zijn collega’s moesten een internetaansluiting verkopen, inclusief een zwakke modem, waarbij de abonnee voor twee jaar vast zat aan de firma Arcor.

      Wallraff: “Mijn scores gingen elke dag omhoog evenals het ‘creatieve’ gehalte van mijn argumenten. Ik loog erop los. Mijn verbeelding bevond zich op een hoogtepunt. Telekom (de concurrent, n.v.d.r.) zou zelfs overgenomen worden, hun basistarieven swingden de pan uit en onze aanbiedingen waren zo goed als gratis. Toen ik de mogelijkheid kreeg de contracten per fax te versturen, sloot ik nog meer abonnementen af. Telkens als er een ondertekend contract per fax teruggestuurd werd, schreeuwde ik door de ruimte ‘Fax!’ zodat iedereen zou weten dat ik weer een transactie had afgerond. Al na drie weken behoorde ik tot de drie beste verkopers.”
      “Toen kwam ik in een zwart gat terecht. Het onophoudelijk bellen, soms wel negentig telefoontjes per dag, eiste zijn tol. Het gebeurde na een vrij weekeinde. Maandagochtend begon ik direct weer te bellen en hoorde toen een stem in mijn hoofd. Die stem sprak sneller dan ik en zei bovendien precies wat ik de klanten wilde zeggen. Ik raakte in de war, kon me niet meer concentreren en sprak onzin door de telefoon. Mijn score ging direct omlaag.”

      3. Broodjesbakker bij Lidl

        Wallraff onderzocht ook  de arbeidsomstandigheden bij broodjesbakker Weinzheimer (Hunsrück). Dat bedrijf behoort sinds enkele jaren tot  Lidl.

        Wallraff: “Als ik ongeveer een uur aan de band heb gestaan, klinkt er plots geschreeuw. Een sirene begin te loeien. De voorvrouw begint te schreeuwen dat ik ook moet gaan: ‘Er vallen bakplaten van de band, tempo!’. In de belendende hal staat de oven waaruit de bakplaten van de band rollen. We moeten de hete bakplaten met de eraf vallende broodjes van de band nemen en in stellingen schuiven. Een collega gooit me een paar versleten handschoenen toe. Als ik de platen boven mijn hoofd til, sist het op de huid van mijn rechterarm en mijn kin. Er vormen zich dikke brandblaren. Dan springt ook de stalen ketting van de band eraf en breekt de hel pas echt los. De bakplaten schieten uit de hete oven op ons af en een aantal klettert op de grond. Twee collega’s steken de handen onder de lopende band om de ketting er weer op te leggen. Daarbij hebben sommigen al zware verwondingen opgelopen. Eindelijk loopt alles weer zoals het moet. Verwondingen zijn doodnormaal bij Weinzheimer. We lijken wel de gemeenschap van gebrandmerkte kinderen, met wonden op armen en bovenlijf.
        Pas na een week hoor ik dat er aan de zijkant ook een noodknoop zit waarmee de lopende band kan worden stilgezet. Hij mag alleen in uiterste nood gebruikt worden. Als hij ingedrukt wordt, liggen de broodjes namelijk te lang in de oven en worden ze te donker om nog verkocht te kunnen worden.”  

        4. Als zwarte

          Met een pruik met zwarte krullen en een speciale spray die zijn huid verdonkert, reist Wallraff (vergezeld van een filmploeg) een jaar lang door de Duitse deelstaten. Soms als rijke, maar meestal als arme zwarte. In zijn chique pak wordt hij zonder vernederingen te ondergaan, ontvangen door juweliers. Maar een plaats op een camping krijgt hij niet. En in de bar Mojito (Rosenheim, Beieren) is hij niet welkom.

          Wallraff: “Ik verzamel al mijn moed en probeer twee mannen te passeren die me al heen en weer springend de toegang willen verhinderen. Het zijn echte mannetjesputters die door de drank zin hebben in een verzetje. Ik vraag hen waarom ze zo agressief doen? ‘Daar zijn de bergen en daarna gaat het naar beneden’, verklaart de ene. ‘Over de Middellandse Zee, direct daarna komt Afrika. Daar hoor jij thuis.’ Hij stelt zich dreigend voor mij op. Eén verkeerd woord en ze storten zich op mij. In zo’n situatie hou ik met best van de domme. ‘Begrijp ik niet’, zegt ik en glimlach naar beiden. Heel stompzinnig krijg ik nog eens te horen: ‘Omdat Afrika voor de apen is en Europa voor de blanken.’

          Gepubliceerd in het Vacature Magazine van 20 februari 2010

          Lees ook het interview van Günter Wallraff