4 bedrijven die het duurzaam doen op de werkvloer

Niet alleen grote en bekende bedrijven doen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ook weg van de platgetreden paden en op kleinere schaal maken ondernemingen er werk van. Maak kennis met Vino Mundo, Terre, Ecopower en Patagonia, vier bedrijven met een duurzaam businessmodel.

1. Vino Mundo: wijnliefhebber met een missie 

Van het leven genieten en terzelfdertijd maatschappelijk verantwoord ondernemen. Simpel is het niet, maar toch startte sommelier Vincent De Coninck (33) acht jaar geleden een zaak vanuit precies dat idee. Het resultaat: Vino Mundo, een speciaalzaak voor bio- en fairtradewijn.

“Ik ben van opleiding marketeer”, vertelt De Coninck. “Tijdens mijn studies ben ik er een jaartje tussenuit geknepen. Ik trok rond in India met de rugzak. Daar heb ik het licht gezien. Nu ja, het licht. Ik heb er vastgesteld dat onze westerse luxepositie allesbehalve evident is. Tegelijk begreep ik dat je marketing kan zien als een gereedschapskist die je kan gebruiken om positieve zaken te realiseren. Dat heb ik goed onthouden.”

Na zijn reis door India werkte De Coninck als freelance marketingconsultant, maar hij volgde ook een opleiding als sommelier. “Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het goede leven”, glimlacht hij. “Ik heb mijn wijnkennis uitgebouwd en heb, onder meer, de ‘Belgian Wine Fair’ opgestart, een beurs voor Belgische kwaliteitswijnen.”

Uiteindelijk besloot Vincent De Coninck om alles in te zetten op zijn speciaalzaak Vino Mundo. “Ons doel is duidelijk: we willen winst maken, maar we willen ook iets doen waar we ons goed bij voelen. Groei is voor ons geen doel op zich, al blijven we het wel voor ogen houden.”

Vorig jaar nam de verkoop van Vino Mundo toe met 50 procent, en dit jaar zal dat ongeveer hetzelfde zijn. Wellicht wordt dit jaar afgeklokt op 450.000 euro omzet. Voor een kleine kmo met amper drie medewerkers is dat niet slecht.
“Nochtans speelt de perceptie over bio- en fairtradewijn veel mensen parten”, zegt De Coninck. “Het idee leeft nog altijd dat de kwaliteit ervan niet top is én dat je er veel voor moet betalen. Maar die perceptie is aan het veranderen. Al maken we ons geen illusies:  bio- en fairtradewijnen vormen nog steeds een nichemarkt. Toch willen we binnen twee jaar dé referentie zijn voor bio- en fairtradewijnen.”

In cijfers

  • 93% van de werknemers zegt bij de keuze tussen twee gelijkaardige jobs te zullen kiezen voor het bedrijf of de organisatie die maatschappelijk verantwoord onderneemt.
  • 90% van de bedienden die van plan zijn om van werkgever te veranderen, houden rekening met het MVO-gedrag van de nieuwe werkgever.

(bron: onderzoek ‘Leeft maatschappelijk verantwoord ondernemen in Belgische ondernemingen?’, Securex, december 2011)

  • 60% van de hoger opgeleide jongeren tussen 20 en 30 jaar geven aan alleen te willen werken voor een bedrijf dat zich ethisch gedraagt.

(bron: onderzoek in 21 landen van non-profitorganisatie One Young World, 2011)

2. Terre: jobs voor laaggeschoolden en ex-gedetineerden

Op luttele kilometers van de bekende wapenfabriek FN is in Herstal een geheel andere onderneming gehuisvest: Terre, een coöperatie die ongeschoolden tewerkstelt, projecten in de derde wereld steunt en haar 300-tal werknemers laat beslissen over de koers van het bedrijf. Het begin van een andere economie, hopen ze bij Terre luidop.

‘Entreprendre autrement au nord et au sud’, staat te lezen op een bord naast het hoofdkwartier van Terre. Terre zag zestig jaar geleden het levenslicht, toen een groepje vrienden een coöperatieve vennootschap opstartte om behoeftige mensen uit de streek van Luik te helpen. Toen de economie opnieuw aantrok, werden de activiteiten verlegd naar de derde wereld – en dan vooral Afrika en Latijns-Amerika.

Directeur William Wauters: “Om onze activiteiten te financieren, organiseren we een tiental keer per jaar ophalingen van oud papier, kledij, groot huisvuil … Die verwerken we om door te verkopen. Vrijwilligerswerk was dat in het begin, maar vanaf de vroege jaren 80 werd Terre een echte onderneming. Door de oliecrisis en de daaropvolgende economische crisis verloren veel van onze vrijwilligers namelijk hun werk. Daarop besloten we om zelf mensen te werk te stellen. Het begon met vijf man, intussen hebben we iets meer dan 300 werknemers. Het gaat om mensen die niet aan de bak komen op de traditionele arbeidsmarkt: laaggeschoolden, gehandicapten, ex-gedetineerden …”

En Terre gaat nog verder: alle arbeiders participeren in het bedrijfsbeleid. Niet evident, want sommige arbeiders moeten daarin opgeleid worden. Maar het is van vitaal belang voor Terre, aldus Wauters. “Wij willen niet in de greep raken van aandeelhouders die louter denken in termen van winstcijfers. Dat is niet ons doel. We zijn een bedrijf met een sociale doelstelling, zowel hier als in het Zuiden. We steunen projecten in Burkina Faso, Mali, Peru, Brazilië, de Filippijnen … We hopen dat we met Terre de eerste steen leggen voor de economie van de toekomst.”

Ondanks de groei in tewerkstelling heeft Terre het niet makkelijk, moet Wauters toegeven. “We moeten concurreren met sectorgenoten die wel op de klassieke, winstgerichte manier werken. Vaak verhuizen ze hun activiteiten naar de lageloonlanden. Wij roeien duidelijk tegen de stroom in. Iedereen leert van jongs af dat de economie zo niet werkt. De manier waarop wij zakendoen, heeft volgens velen enkel succes bij bedrijven in de marge, zoals wij. Maar dat geloof ik niet. We slagen erin om te groeien. Het aantal werknemers bij Terre, bijvoorbeeld, groeide sinds de oprichting gemiddeld met tien per jaar.”

3. Ecopower: 40.000 groene aandeelhouders

Ecopower is geen grote naam in de energiesector. Het bedrijf, met hoofdkwartier in Antwerpen, levert groene stroom aan amper 1,2 procent van de Belgische huishoudens. Een peulschil, zo lijkt het, en toch is het met zo’n 40.000 aandeelhouders de grootste energiecoöperatie van Europa. Het bedrijf investeert louter in duurzame energie: windturbines, waterkrachtcentrales, warmtekrachtkoppeling en zonnepanelen.

“Dat laatste enkel voor scholen en lokale overheden”, verduidelijkt bestuurder Relinde Baeten. “Niet bij bedrijven, die kunnen daar beter zelf in investeren. We zijn daar voorzichtig in. Hetzelfde met onze groeiambities: we willen groeien, maar voorzichtig. Begrijp me niet verkeerd: zelfs met ons beperkt marktaandeel van 1,2 procent hebben we invloed op de prijszetting. Toch is het niet simpel: we maken geen reclame en we sponsoren ook niet.”

Ecopower focust duidelijk op duurzaamheid. Dat legt zijn aandeelhouders geen windeieren: de voorbije tien jaar keerde het bedrijf een dividend van 6 procent uit. Relinde Baeten: “Hoger mogen we niet gaan, omdat we een erkende coöperatie zijn. Dat is ook billijk, vind ik. We zien elektriciteitslevering als een dienstverlening waar we geen grote winst op mogen maken. We verkiezen mensen die willen investeren in hernieuwbare energie, en niet zozeer de klanten die de goedkoopste leverancier zoeken.”

Door de financiële crisis in 2008 kreeg Ecopower mensen over de vloer die grote sommen geld wilden beleggen, op zoek naar alternatieven voor klassieke beleggingen. Dat is niet de bedoeling, vindt Baeten. “Daarom hebben we het aantal aandelen per persoon sindsdien ook beperkt tot 50.”
Bij Ecopower werken 23 mensen. “We hebben nog maar pas drie nieuwe werknemers aangeworven en we starten binnenkort ook een houtpelletfabriek in Ham op. We zoeken daar nu een coördinator voor, om het project uit te bouwen. Daarna komen er wellicht nog vier à vijf mensen bij.”

4. Patagonia: fleeces uit gerecycleerde petflessen

Wie Patagonia zegt, zegt er haast in één adem duurzaamheid bij. De Amerikaanse producent van exclusieve buiten-, sport- en surfkledij en bergbeklimmersmateriaal, doet al jaren op een doorgedreven manier aan milieu- en werknemervriendelijk ondernemen. En ja, ook dit bedrijf doet het goed in crisistijd.

Formaliteiten zijn niet besteed aan Yves Chouinard. De oprichter van Patagonia heeft geen computer op zijn bureau, beschouwt een jeans en een T-shirt als standaard werkkledij en is soms maanden aan een stuk op pad, weg van zijn bedrijf. Gaan vissen, of bergbeklimmen. Een uitgelezen moment om de producten van het bedrijf dat hij in de jaren 70 oprichtte, te testen, vindt hij.

Chouinard is intussen 73, maar zijn filosofie past hij al jaren toe. ‘Let my people go surfing’, luidt de titel van zijn autobiografie uit 2005 niet voor niets. Een verwijzing naar het feit dat zijn personeel in Ventura, Californië, het bureau mag verlaten om te surfen, als ze daar zin in hebben. Op voorwaarde dat deadlines gerespecteerd worden en dat het werk gedaan is, welteverstaan.

Meer nog dan om die losse stijl staan Chouinard en zijn bedrijf bekend om de maatschappelijk verantwoorde stijl van ondernemen. Sinds 1985 geeft Patagonia een procent van zijn verkoopsinkomsten aan milieuorganisaties en het bedrijf stond mee aan de wieg van ‘1% For the Planet’, een vereniging van zo’n 1.400 bedrijven die elk jaar een procent van hun verkoopsinkomsten schenken aan milieuorganisaties.

Patagonia maakt voor de productie van zijn kledij enkel gebruik van organisch katoen, vervaardigt fleeces die volledig uit gerecycleerde petflessen bestaan, heeft ecologisch verantwoorde opslagplaatsen en een webpagina waarop het bedrijf voor een groot deel van zijn producten nauwgezet afficheert wat er de sociale en ecologische voetafdruk van is, samen met een wereldkaart met productieplaatsen van Patagoniaspullen.

Chouinard publiceerde onlangs ook nog ‘The Responsible Company’, een boek waarin hij samen met Patagoniamarketeer Vincent Stanley schetst wat bedrijven kunnen doen om duurzamer, socialer en milieuvriendelijker te werken. Patagonia sloeg ook de handen in elkaar met supermarktketen Walmart: de twee richtten de ‘Sustainable Apparel Coalition’ op, waarmee ze grote kledingbedrijven als Levi Strauss, Nike, Gap en Adidas aansporen om duidelijke standaarden te gebruiken voor het milieuvriendelijk produceren van kledij.

Wat Patagonia doet, is niet alleen nobel, het is ook goeie imagobuilding. Al ontkent Isabelle Susini, milieuverantwoordelijke bij Patagonia in Europa, ten stelligste dat marketing en imago een rol spelen voor het bedrijf. “We doen uiteraard aan marketing, maar die wordt gedreven vanuit onze milieuafdeling. Niet omgekeerd. We zijn evenmin bezig met het feit of een groeiend publiek bezig is met duurzaamheid, of met de vraag in hoeverre mensen onze producten kopen omwille van onze ecologische inspanningen. Dat is niet de reden waarom we dit allemaal doen.”

Wat er ook van zij, het gaat het bedrijf voor de wind. En in volle crisis is dat niet evident. De inkomsten uit de verkoop bedroegen vorig jaar 414 miljoen dollar, en voor dit jaar wordt een toename van 30 procent verwacht. Wereldwijd stelt Patagonia zo’n 1.300 mensen tewerk. Toch zijn er critici die zeggen dat maatschappelijk verantwoord ondernemen niet mogelijk is bij écht grote bedrijven. Isabelle Susini: “Het klopt dat het moeilijker is om transparant te blijven naarmate je ‘supply chain’ ingewikkelder wordt. Dan is het iets minder evident om het overzicht te bewaren. Maar MVO is vooral een kwestie van waarden en van wat je verwacht van je business. Het is gewoon een andere manier van zakendoen. We maken winst, maar we kijken ook verder dan dat. We willen dat ons bedrijf er nog is binnen honderd jaar. En het is perfect haalbaar om die twee doelstellingen te combineren. We doen er alles aan om andere bedrijven daarvan te overtuigen.”