3. Zijn mensen die hun job louter zien als een 'verplichting om rond te komen' gelukkiger/ongelukkiger?

Dirk De Schutter: “Hoe kan iemand die alleen werkt om geld te verdienen, gelukkig zijn in zijn job? In onze ogen is dat geld wel essentieel, want onze maatschappij bepaalt dat een succesvol persoon rondrijdt in een mooie auto, veel geld uitgeeft en in een kast van een huis woont. Dat zijn dé bewijzen van een geslaagde carrière. 
Maar is het niet merkwaardig dat zovele studies aangeven dat je boven een bepaalde welstand niet meer gelukkiger wordt met meer geld? Toch blijft geld voor velen een obsessie: ze willen elk jaar een salarisverhoging of een grotere auto. De grote meerderheid van mijn studenten economie ziet ‘rijk worden’ als hun doel voor later. Ze zeggen niet ‘gelukkig worden’ of een goede vrouw of toffe job treffen, neen, rijk worden! Hannah Arendt daarentegen gelooft dat een ander, groter geluk verscholen ligt in een geslaagde relatie of een bondgenootschap met enkele echte vrienden.”

Umberto Galimberti: “Een werknemer kan zich gelukkig voelen wanneer hij werk gevonden heeft, omdat hij de indruk heeft dat hij zijn leven kan opbouwen met het loon dat hij verdient. Hij is sowieso al blij dat hij werk heeft, zeker omdat de werkloosheid toeneemt. En die zal wellicht nog toenemen, want het economisch systeem probeert mensen zo veel mogelijk te vervangen door machines. Voor de grote massa houdt het werk niets positiefs in. De vrouw in de supermarkt werkt enkel voor het schamele geld dat ze ervoor krijgt. Het is ook nog eens arbeid die vervreemdt. De winst van de supermarkt brengt haar niets op. Het is niet het doel van haar leven.”

Rob Wijnberg: “We zijn de afgelopen twee eeuwen de helft minder gaan werken en in de regel veel meer gaan verdienen, maar voor velen is werken nog altijd geen favoriete bezigheid. Werk neemt een zeer dubbelzinnige positie in in de samenleving. Enerzijds bepaalt het onze maatschappelijke positie. Wie carrière maakt, goed betaald wordt, waardering krijgt van collega’s en het gevoel heeft nuttig te zijn voor de anderen, vereenzelvigt zich natuurlijk meer met zijn werk dan iemand die zijn broodwinning slechts ziet als een verplichting om rond te komen. Werk draagt ook bij aan de sociale cohesie: in sociale kwesties zoals de integratie van immigranten wordt het belang van werk fel benadrukt.
Anderzijds vatten veel mensen werk op als een noodzakelijk kwaad, een verplichte dagelijkse routine om brood op de plank te krijgen. We hebben liever vrij dan dat we naar ons werk gaan. Die term ‘vrij’ verraadt de negatieve betekenis van werk: we beschouwen het als de antithese van vrijheid. Ook in populaire tv-programma’s als het Britse ‘The Office’ wordt het leven op kantoor afgeschilderd als saai, inspiratieloos en repetitief.”

Terug naar het coververhaal '3 filosofen over de relatie tussen werk en identiteit'