3. Wegen economen daadwerkelijk op het economisch beleid?

Jef Vuchelen: “Je mag dat niet overschatten, maar ik zou die mogelijkheid ook niet zomaar van tafel vegen. Persoonlijk weet ik bijvoorbeeld hoe het concept van de notionele intrest tot stand is gekomen. Een beperkt aantal mensen van buiten de regering - economen, fiscalisten, juristen noem maar op - heeft vooraf uitvoerig gebrainstormd over die maatregel. In dat geval heeft dat concept achteraf ook een politieke vertaling gekregen. Ik geloof niet dat politici voor grote beslissingen echt de mosterd gaan halen bij economen of andere technocraten, maar voor wat kleinere, losstaande dossiers gebeurt dat soms wel. Mijn aanvoelen is dat er wel degelijk een aantal economen rondlopen die af en toe wat studiewerk verrichten voor bepaalde politici of minstens als klankbord fungeren. Zij worden daar doorgaans niet eens voor betaald, maar hun verborgen agenda is dan dat ze op termijn onder een andere vorm beloond worden. De PS maakt er bijvoorbeeld geen geheim van dat ze nogal vaak beroep doet op professoren van de ULB. Nu, ik vertel je geen groot geheim wanneer ik zeg dat er nogal wat ULB-professoren in de prijzen vallen als er mooie benoemingen worden uitgedeeld. Overigens, ook op de Vlaamse universiteiten lopen vandaag een paar mensen rond die louter en alleen door de media groot zijn gemaakt. Ik zal geen namen noemen, maar Marc de Vos of Rik Torfs zijn daar fraaie voorbeelden van (grijnst). Ik heb niets tegen een denktank genre Itinera, maar die mensen worden haast betaald om in de media te komen.”

Ivan Van de Cloot: “Als denktank is het onze missie om te wegen op het debat, en om dat debat zo professioneel mogelijk te houden. Tegengestelde meningen zijn daarbij niet enkel welkom, maar levensnoodzakelijk. Het is onze taak als economen om argumenten pro en contra aan te dragen, niet om echt politieke stellingen in te nemen. Neem nu de euro-obligaties: Duitsland heeft al honderd keer aangegeven daar niets voor te voelen. Dan vind ik het mijn taak om aan te geven welke alternatieven er zijn, en politici er op te wijzen dat niet alle alternatieven rechtstreeks naar de chaos leiden, zoals het nu wel lijkt. Ook al is het vandaag in ons land niet politiek correct om niet voluit Eurofiel te zijn.”

Etienne de Callataÿ: “Joëlle Milquet (CdH) is een vriendin van onze familie. Maar we zijn het heel vaak niet eens over economische problemen. Twee jaar geleden schreef ik een boek over de financiële crisis. Slechts één persoon heeft me gevraagd om me daarover onder vier ogen te spreken, prins Filip. Sterker nog: hoewel ik een tijdlang zijn adjunct-kabinetschef ben geweest, belt Jean-Luc Dehaene me nooit om economisch advies. En ja, dat verbaast me. Politici hebben wel tijd om naar pensenkermissen te gaan, maar ze maken geen tijd om een half uur met een economisch expert te discussiëren. Ik geloof dat toppolitici reageren zoals topbankiers tijdens de crisis: plots bleek dat ze niets begrepen hadden van de ingewikkelde financiële producten die ze zelf hadden toegelaten. Af en toe voel ik hetzelfde bij toppolitici: ze zijn niet bescheiden genoeg om toe te geven dat ze niet kunnen volgen.”

Peter Vanden Houte: “Ik ontmoet vele bedrijfsleiders. Uit die contacten pik ik op wat er gebeurt in de reële economie. Af en toe ontmoet ik een politicus op een receptie, want Brussel is niet zo groot. Dan praten we wat. Maar ik heb geen directe lijn met iemand. Ik weet wel dat er aandacht is voor onze analyses. Onze studie over het uiteenvallen van de eurozone is opgevraagd door het kabinet van Barroso. In zo’n studie formuleren we adviezen. Telkens we iets zeggen, bijvoorbeeld over een BTW-verhoging in de horeca,  schoppen we wel tegen iemands schenen. Die schrijft dan een kwade brief naar de bank.”

Terug naar het hoofdartikel "Economische expertise: alomtegenwoordig, populair en (soms) omstreden"