Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

"3 minuten eeuwige roem, op de televisie"

Elk week geeft columniste An Olaerts haar ongecensureerde kijk op de arbeidsmarkt en de wereld ver daarbuiten. Deze keer heeft ze het over de prille lente, Goedele Wachters en het nieuws van 7.

Voor de goede orde, het was niet mijn idee om midden in de werkweek een terras te gaan doen. Als het aan mij had gelegen, waren we gewoon binnen gaan zitten met de koffie. Helaas had ik afspraak met een optimistisch type, je weet wel, de soort die zich met graagte laat foppen door het voorjaar. Eén puf stuifmeel, één streep zon en er moet worden uitgerukt om van de lente te genieten. Zodoende zat ik op een loze donderdag om 15 uur op een terras. Terwijl de rest van het land ijverig aan de arbeid was.

Niet dat het gezellig was, daar was het te koud voor. De wind woei tussen de tafeltjes door en mijn snottebellen zetten het op een lopen. Het rooskleurige gezelschap wilde echter niet plooien. Hij kneep zijn oogjes dicht gelijk een hagedis op een hete steen. Ik moest niet zeuren. Ik moest niet flauw doen. Wij bleven buiten. Wij zaten op een terras om te bewijzen dat het lente was. Intussen werd de koffie koud, konden de koekjes maar matig troosten. En alsof dat allemaal niet volstond, dook Goedele Wachters op aan onze tafel.

Goedele Wachters draaide een reportage over de eerste terrasjes van 2010. Of zij ons misschien enkele vragen mocht stellen, voor het oog van de camera en in de pels van de micro. Wij mompelden halfbescheiden, lachten schaapachtig en waren blij verbaasd dat het alleraardigste nieuwsanker precies ons uit de kouwelijke mensenzee had geplukt. Kortom, wij gingen stomweg voor de drie minuten roem. Op. De. Televisie! Vanzelfsprekend mocht Goedele Wachters ons een paar vragen stellen.

De cameraman vroeg of ik op een andere stoel wilde gaan zitten en Goedele Wachters besloot om een interview af te nemen van mijn gezelschap. Niet van mij. Haar beslissing was compleet professioneel. Ik zat er bepaald niet bij als een frisse paasbloem. Bovendien had ik niks zinnigs over de lente te zeggen. Ik had het koud en ik wilde naar binnen. Kortom, ik werd met recht en reden tot prop gedegradeerd terwijl mijn gezelschap de lente bezong. Hij liever dan ik. Ik was al lang blij dat ik per ongeluk mijn haar had gekamd plus mijn wenkbrauwen had geëpileerd.  

Achteraf bleken het onnozele besognes. Veel beter had ik me zorgen gemaakt over de impact van mijn televisieoptreden en het tijdstip ervan. Het was tenslotte donderdagmiddag, drie uur. De ingebeelde lentezon stond hoog aan de hemel. Wee de gelukzak die zich op zo'n tijdstip koffie kan veroorloven op een terras. Normale mensen zijn dan nog lang niet klaar met hun werk. Of ze moesten met simpel werk zitten. Met deze perceptie had de prop in beeld stom genoeg geen rekening gehouden.

Het journaal van zeven uur was nog geen kwartier bezig of er floepten vier sms'en binnen, van mijn moeder, twee collega's en de baas. Ze hadden mij wel gezien! Donderdagnamiddag op een terras in de zon! Ik kon het mij precies nogal permitteren. Zij zouden intussen de economie wel draaiende houden met de deur dicht en de ramen toe. Zoals gezegd, we hadden gewoon binnen moeten gaan zitten met die koffie. Met de lente is het altijd hetzelfde. Ze fopt een mens terwijl hij erbij zit.

Lees ook de andere columns van An Olaerts