2. Hoe betrouwbaar is de opinie van al die economische ‘experts’?

Jef Vuchelen: “Zelfs een stelling die door de grootste of ogenschijnlijk meest objectieve econoom naar voor wordt gebracht, kan meteen gecounterd worden door een andere econoom. Economie is geen exacte wetenschap, en dus sowieso ook subjectief en manipuleerbaar. Journalisten voeren economen op bij wijze van gezagsargument, maar vergeten gemakshalve dat haast al die mensen ook een verborgen agenda hebben. Met die wetenschap in het achterhoofd heeft men in de VS dan ook beslist dat mensen die toelichting of duiding kwamen geven bij aandelenkoersen verplicht waren vooraf te vertellen of zijzelf of hun werkgever bepaalde aandelen bezaten. Waarom zouden we al die economen die vandaag hun licht laten schijnen over de beursperikelen niet eenzelfde verplichting kunnen opleggen? Wie is hun werkgever, en vanuit welke agenda geven zij duiding? Is het niet normaal dat zij rekening houden met de belangen van hun werkgever? En moeten we daar desnoods geen andere expert bijplaatsen, die eventueel tegengas kan geven? Als de hoofdeconoom van een grootbank zijn mening komt spuien over de euro, dan speelt het feit dat die bank zwaar belegd heeft in sommige Zuid-Europese landen onbewust toch een rol. De media zelf zouden soms een stuk kritischer moeten staan tegenover de meningen van bepaalde opiniemakers, en af en toe ook anderen opvoeren. Ik ken bijvoorbeeld een aantal collega’s waarvan ik absoluut zeker weet dat ze contacten hebben met politieke partijen. Daar is niets op tegen, maar het grote publiek moet dat wel weten als zij worden opgevoerd als onafhankelijke experts.”

Ivan Van de Cloot: “We zitten vandaag in een existentiële bankencrisis. Ik heb zelf enkele jaren als bankeconoom gewerkt, en werd toen ook al regelmatig opgevoerd. Toch heb ik me toen nooit willen uitspreken over het banksysteem. Vanuit die ervaring vind ik dat de media minstens iets omzichtiger zouden moeten omspringen met het geven van fora aan specialisten die zelf in banken tewerkgesteld zijn. Niet omdat er iets mis is met die mensen, wel omdat ze al dan niet bewust een agenda hebben. Of moeten we ons geen vragen stellen als een dergelijke econoom in een column in De Standaard pleit voor het opkopen van Griekse obligaties, terwijl zijn werkgever voor miljarden van die obligaties in de portefeuille heeft? Waarbij diezelfde econoom wellicht ook tekort geschoten is toen hij de bank moest waarschuwen voor de aankoop van die obligaties. Alles welbeschouwd komt zoiets dan neer op een pleidooi om de belastingbetaler te laten opdraaien voor hun fratsen. Merkwaardig dat journalisten dat zelf niet inzien. Ik pleit dus voor meer diversiteit op dat vlak. Vandaag gaan de media vaak voor de gemakkelijkste oplossing, of voor de mensen die het vlotst bereikbaar zijn.”

Etienne de Callataÿ: “Ik beschik over veel vrijheid binnen de bank. Af en toe vang ik op dat een klant niet tevreden was over wat ik in de pers zei, maar daar volgt nooit een sanctie op. Wel kan ik me inbeelden dat sommige economen beïnvloed worden door hun eigen positie. Een econoom die werkt in een bank die heel actief is in Griekenland, is misschien geneigd om minder straffe stellingen over een schuldkwijtschelding te formuleren. Niemand is objectief. En natuurlijk zijn er gevoelige thema's, die ik niet snel uit eigen beweging zal behandelen. Maar als een journalist er naar vraagt, geef ik een genuanceerd antwoord. Zo heeft de bank meegewerkt aan privatiseringen van Belgische overheidsbedrijven: daarom zal ik onze regering niet te zwaar aanpakken.”

Peter Vanden Houte: “Hier ben ik heel formeel: de bank oefent geen druk uit om bepaalde analyses te maken of om in een bepaalde richting te praten. Onze directie beseft best dat een econoom niet alleen voor de bank maar ook voor de klanten werkt. Mochten we telkens de kaart van de bank trekken, dan worden we daar op afgerekend via het cliënteel.

Natuurlijk zeggen we niets wat de werkgever rechtstreeks kan beschadigen. Maar de directie geeft ons een grote vrijheid. De functie van econoom wordt niet verward met die van marketeer. Ik word dan ook een beetje pissig als voor de zoveelste keer de beschuldiging valt dat wij zouden moeten vertellen dat Griekenland gered moet worden omdat onze kelders vol liggen met Grieks schuldpapier. Bij de laatste telling had ING iets meer dan één miljard Grieks overheidspapier. Voor een internationale bank is dat niet veel.”

Terug naar het hoofdartikel "Economische expertise: alomtegenwoordig, populair en (soms) omstreden"