2. Hebben we vandaag meer keuzevrijheid in ons werk? Zo ja, hoe komt dit?

Rob Wijnberg: “Jazeker. Aan het begin van de vorige eeuw werden de meeste keuzes als vanzelf gemaakt, of voor de mensen gemaakt. Van de zoon werd verwacht dat hij zijn vader in het bedrijf opvolgde en van de dochter dat zij een goede huisvrouw en trouwe echtgenote werd. Een studie was slechts voor een heel kleine minderheid weggelegd. De zuil, de godsdienst en de opvoeding bepaalden ook in hoge mate de politieke voorkeur, de sociale contacten en de partnerkeuze.

Voor de moderne werknemer is het vooral van belang dat hij zich kan ‘ontplooien’. Maar nu bijna alles tot een vrije keuze is geworden, wordt de mens en werknemer in het dagelijkse leven ook voortdurend op zichzelf teruggeworpen en kampt hij met ‘keuzestress’. De vanzelfsprekende beroepskeuze, zoals iemand vroeger boer of dokter werd omdat zijn vader dat was, is nagenoeg verdwenen. Dat is deels opgelegd (werkgevers eisen flexibiliteit), maar deels ook vrijwillig: veel jongeren willen niet langer dan een paar jaar werken voor dezelfde baas, waardoor de zoektocht naar een eigen identiteit gecompliceerder wordt.” 

Terug naar het coververhaal '3 filosofen over de relatie tussen werk en identiteit'