“We zullen, of we nu willen of niet, minder moeten gaan consumeren.”

Josephine Green: “Productie moet terug naar de lokale gemeenschappen.”

Volgens Guy Standing, professor economie aan de universiteit van het Britse Bath, bedreigt de schuldencrisis de welvaart en de jobs van gewone stervelingen zoals u en ik. “Werkende mensen met een diploma, pas afgestudeerde jongeren, gekwalificeerde fabrieksarbeiders, twintigers en vijftigers… Ze riskeren ofwel nooit aan de bak te komen, ofwel hun baan te verliezen en zo terecht te komen in ‘het precariaat’.”

Het precariaat is een door Standing uitgevonden term, samengesteld uit ‘precair’ en ‘proletariaat’, waarmee hij een nieuwe sociale klasse aanduidt die leden van de middenklasse omvat die uit de boot dreigen te vallen. “De financiële crisis heeft veel mensen doen inzien dat ze zich in een onzekere toestand bevinden. De oude industriële samenleving evolueert door de globalisatie en de technologische ontwikkelingen naar een flexibele diensteneconomie. Vroeger hadden mensen een baan voor het leven, maar de vergaande flexibilisering zorgt ervoor dat niemand nog zeker is van zijn job. De productie is verlegd naar Azië waardoor geschoolde jongeren en technisch onderlegde fabrieksarbeiders niet langer aan de bak komen.”

Radicaal nieuw economisch model

Het allereerste jobrapport van de Europese onderzoeksinstelling Eurofound van 5 oktober staaft Standings stelling dat de jobs van de middenklasse zwaar onder druk staan. Tussen 2008 en 2010 gingen er in de hele Europese Unie vijf miljoen banen verloren. Opvallendste evolutie: alleen zwaar betaalde topjobs in de dienstverlenende en hoogtechnologische sector gingen er op vooruit, gemiddeld betaalde jobs in de bouw en industrie sneuvelden.

De voorbije jaren heeft de overheid volgens Standing geprobeerd om de bittere pil van de bestaansonzekerheid te verzachten met kunstmatige geldverslindende maatregelen. Subsidies aan bedrijven moesten mensen langer aan het werk houden en consumenten kregen toegang tot goedkoop krediet zodat ze net als vanouds konden blijven consumeren. Zo werd het precariaat gesust met uitkeringen en lage intresten. Het gevolg was een uit zijn voegen barstende schuld die in 2008 met de financiële crisis als een boemerang in ons gezicht terugkwam. “De schuld zet ons oude welvaartsmodel nu versneld op de helling want overheden moeten de broeksriem drastisch aanhalen en schroeven de sociale bescherming terug op een moment dat arbeid onzekerder is dan ooit. In de VS zien we daar nu al de gevolgen van: miljoenen modale gezinnen waarvan de kostverdieners werkloos zijn, leven van liefdadigheid en voedselhulp.”

Josphine Green, voormalig directeur Trends & Strategy bij Philips, deelt Guy Standings analyse dat ons oude economische model bankroet is. Haar advies: vervang de piramide door een ‘pannenkoek’.

Bij Philips was Josphine Green verantwoordelijk voor onderzoek naar evoluties in samenlevingen en culturen. Vandaag vliegt ze van land naar land en geeft ze lezingen om mensen ervan te overtuigen dat we ons economisch model drastisch moeten omgooien. “Onze industriële economische samenleving draaide de voorbije 250 jaar rond massaproductie en –consumptie”, zegt ze. “De kosten moesten gedrukt worden, zodat steeds meer mensen zich een auto konden aanschaffen en de winsten bleven stijgen. We geloofden dat we dat mechanisme voor eeuwig aan de praat konden houden, want het leek alsof alles beheersbaar en voorspelbaar was. Onze wereld was een grote machine die zou blijven draaien zolang ze goed onderhouden werd. Daarvoor hadden we een piramidevormige, hiërarchische en autoritaire commandostructuur uitgedacht die alles standaardiseerde, controleerde en centraliseerde.”

Green pleit ervoor het failliete oude piramidemodel radicaal te vervangen door wat zij het ‘pannenkoekmodel’ noemt. “Vandaag bewandelen we niet langer een netjes uitgestippeld levenspad, maar hebben we keuze uit een overvloed aan levensstijlen en jobs. We zijn designers geworden van ons eigen leven. Tezelfdertijd heeft de technologie ons leven ingrijpend veranderd en moeten we onder druk van de klimaatverandering zelfs onze hele levensstijl aanpassen. We gaan een toekomst tegemoet die complexer is dan we ooit voor mogelijk hielden. In vliegende vaart evolueren we van een industrieel economisch naar een sociaal ecologisch tijdperk. De tijd dat alles rond massaconsumptie en –productie draaide, is definitief voorbij. De wereld is geen hiërarchisch gestructureerde piramide die lineair en voorspelbaar is, maar bestaat uit chaos en complexiteit en heeft de vorm aangenomen van een pannenkoek. De grote uitdaging is: laten we ons door de chaos verlammen of springen we er creatief mee om?”

Small is beautiful

Volgens Green hebben we dringend nood aan nieuwe verhalen die ons vooruit helpen. “Zo’n groot nieuw verhaal is dat we ons productie- en consumptiemodel drastisch moeten herdenken. In het tijdperk van de massaproductie hadden we grote fabrieken nodig die centralistisch georganiseerd waren zodat de economie kon blijven groeien. Grondstoffen worden schaars, dus dat soort van productie kunnen we missen als kiespijn. Productie en consumptie moeten gedecentraliseerd worden en terug gebracht naar de lokale gemeenschappen. Het dertig jaar oude adagium ‘Small is beautiful’ van de Britse econoom Ernst Schumacher is actueler dan ooit. In de jaren zeventig van de vorige eeuw werkte dat principe niet omdat lokale producenten geïsoleerd zaten, maar dankzij de moderne technologie die ons met de rest van de wereld verbindt, is Schumachers boodschap springlevend. We zullen ook, of we nu willen of niet, minder moeten gaan consumeren. Lokale productie en consumptie zullen ertoe bijdragen dat onze gemeenschappen opnieuw floreren. De files zijn gedoemd te verdwijnen, want we zullen thuis werken of in een bedrijfje vlakbij. Er zal zo tijd vrijkomen voor vrijwilligerswerk of voor het gezin.”

Volgens Green zal de economie van de 21e eeuw niet draaien rond productvernieuwing, maar rond sociale vernieuwing. “Sociale innovatie wil zeggen: een sociale oplossing verzinnen voor een sociale behoefte. Een van dé voorbeelden van sociale innovatie is microfinanciering. De Grameenfoundation is daarvan het typevoorbeeld. Weduwen van arme boeren uit Bangladesh hadden twintig dollar nodig om een koe te kopen om zo te kunnen overleven. De reguliere banken vonden hen onbeduidend en onbetrouwbaar en weigerden hen een lening toe te staan. Professor Muhammad Yunus kon dat onrecht niet langer aanzien en leende hen twintig dollar. 99,9 procent betaalde netjes alles terug.”

Tim Jackson, professor Duurzame Ontwikkeling aan de universiteit van het Zuid-Engelse Surrey, treedt Josephine Green bij in haar radicale keuze voor een kleinschalige sociaal-ecologische economie. “Ons huidige dolgedraaide economische model wordt aan de praat gehouden door de manier waarop er geïnvesteerd wordt”, zegt hij. “Als je het wil vervangen door een sociaal-ecologisch model, zal je er in de eerste plaats voor moeten zorgen dat investeerders niet voor de snelle winst gaan, maar hun kapitaal op lange termijn inzetten. Nu is heel ons financiële systeem gebaseerd op hebzucht. Investeringen moeten op korte termijn veel opbrengen, met een minimaal risico voor de investeerder, maar zoveel mogelijk weggemoffeld risico voor ‘derden’. De schuldencrisis zet ons met beide voeten op de grond. We weten nu zeker dat het financiële systeem instabiel is en niets bijdraagt aan het welzijn van de hele samenleving. Integendeel: als het systeem instort, zijn het de mensen uit de middenklasse die er nooit van geprofiteerd hebben die de rekening betalen. Ik heb de voorbije zes jaar verschillende regio’s in Groot-Brittannië bezocht, en overal hoorde ik bij lokale politici hetzelfde discours. Ze waren allemaal druk bezig met het aantrekken van investeringsgeld voor nieuwe, hoogtechnologische sectoren die de productiviteit zouden doen toenemen en daardoor jobs gingen creëren waardoor de regio welvarender zou worden. Maar na de financiële crash van 2008 werd het kapitaal weggezogen en gingen de regionale economieën kopje onder.”

Volgens Jackson is het de hoogste tijd dat er nieuwe investeringsconcepten ontwikkeld worden die op lange termijn niet alleen geld, maar ook sociale en ecologische voordelen en duurzame jobs voor iedereen opleveren. “Een goed voorbeeld zijn de Community Interests Companies (CIC) die de vorige Britse regering in 2005 boven de doopvont gehouden heeft. In juli van dit jaar waren er al 5400 CIC’s over heel Groot-Brittannië actief. CIC’s zijn sociale coöperatieve bedrijven die lokaal verankerd zijn, duurzaamheid hoog in het vaandel voeren en voor werkgelegenheid in eigen streek zorgen. Wie zijn spaargeld in aandelen stopt van een lokale CIC, weet dat hij op korte termijn geen waanzinnige rendementen moet verwachten. Maar hij is er wel zeker van dat zijn eigen gemeenschap er ecologisch en sociaal de vruchten van zal plukken.”

Terug naar het coververhaal 'Is ons economisch model failliet?'