Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

“Soms is een mens blij dat de werkweek weer begint”

Elk week geeft columniste An Olaerts haar ongecensureerde kijk op de arbeidsmarkt en de wereld ver daarbuiten.

 

Meestal is een mens blij dat het eindelijk weekend is. Maar soms wil de blijdschap wel eens binnenstebuiten trekken. Dan is een mens ineens blij dat de week weer begint, dat hij goddank gewoon zijn werk kan doen. Heus waar, sommige weekendjes komen de nijverheid zeer ten goede. Dat kwam zo. Sinds Kerstmis was ik in het bezit van een Weekendbon. Tegelijk met heel veel andere mensen. Zo bleek toen ik met de bon in de hand een kamer wilde reserveren. Nergens was een bed vrij. Ik belde alle nummers die in het Weekendbonboekje stonden, maar geen enkele herbergier had plaats. Alsof  het een slappe versie van het kerstverhaal betrof. Het was een slecht begin van een weekend dat soelaas en ontspanning moest brengen na een dolgedraaide werkweek.

Uiteindelijk kwamen wij terecht in een hotel dat De Geheime Parel heette. Het etablissement lag discreet verborgen in een Kempens bos. In het Weekendbonboekje stond een foto van een scheef kasteeltje met wilde wingerd rond de raamkozijnen. Het zag er gezellig uit. En het ontbijt zou weelderig zijn, werd ons beloofd. Niet dat het veel uitmaakte. Zelfs voor een ochtendmaal van beschuit en Ziz-flapjes was ik door de knieën gegaan. Er moesten dringend en zonder veel omhaal veertig ellendige arbeidsuren worden weggespoeld. Ik was de kieskeurigheid  reeds lang voorbij.

Aldus vertrokken wij zaterdagochtend  naar De Geheime Parel in de Kempen. Het kasteeltje had een lange oprijlaan met hoge coniferen aan weerskanten. De elektrische poort schoof traag achter ons dicht. In de deuropening stond een man met kleine oogjes en een snor.  Zijn vrouw heette ons hartelijk welkom, bracht ons naar onze kamer en schonk twee glazen prosecco in. De schuimwijn leidde enigszins de aandacht af van een Griekse godin. Zij stond  in de hoek van de kamer te kronkelen. Nu ja, kronkelen. Officieel was zij van gips, maar desondanks slaagde zij erin om zweet en lillend vlees te suggereren. Ook de rest van de kamer was met rare smaak ingericht. Ik wilde er mij de kop niet over breken, zelfs niet toen er achter het gordijn tegenover het bed een hele grote spiegel bleek te staan. Ik was naar De Geheime Parel gekomen om de werkweek te vergeten en bij uitbreiding alles te vergeten. Ik ging op de bedsprei liggen met mijn ogen dicht en wachtte tot het donker werd.

's Avonds gingen we eten in Brasserie De Posthoorn. Om half elf waren we terug in het hotel en doken we onder de dunne lakens. De nacht viel slecht  in De Geheime Parel. Het bed was te hard en te klein. Toen de gastvrouw ons bij het ontbijt vroeg of we lekker hadden geslapen, antwoordden wij naar waarheid: Helaas. De plankharde twijfelaars van 1,35 meter schoten danig te kort. De vrouw des huizes knipperde daarop met de ogen en bekende. De Geheime Parel was een Weekendbonhotel in de strikte zin van het woord. Tijdens de week kwam hier namelijk niemand om te ontbijten. Van maandag tot en met vrijdag, zei de gastvrouw, was De Geheime Parel een rendez-voushotel. Meteen viel alles op zijn plaats: de godin, de spiegel en de rode leeslampjes. En zo komt het dus dat een mens soms blij is dat hij 's maandags gewoon zijn werk kan doen.