“Slechte arbeidsmarkt aan basis van Egyptische revolutie”

Kan Egypte zijn moderne plagen overwinnen, in de eerste plaats de torenhoge werkloosheid? Want die zette de revolutie van 25 januari 2011 in gang. Vacature ging op zoek naar de oorzaak van de hoge jeugdwerkloosheid en naar oplossingen die de komende regering zal moeten installeren.

1 mei 2011: tienduizenden zwaaien met rode vlaggen en spandoeken op het Midan al-Tahrir, het Bevrijdingsplein in Caïro. Arbeiders uit de grote fabrieken, militanten van linkse partijen en de leiders van de nieuwe vakbonden vieren voor het eerst in zestig jaar de Dag van de Arbeid op een vrije manier. Want de nieuwe minister van Arbeid, Ahmed El-Borai, kondigde vorige maand aan dat de Egyptische bedienden en arbeiders zich weer mochten verenigen. Knokploegen van de oude officiële vakbond ETUF verstoren de feestvreugde, maar Kamal Abbas laat het niet aan zijn hart komen. Hij is één van de bekende gezichten van de Federatie van Onafhankelijke Vakbonden (EFITU) die in de steigers staat. "We leven als in een droom”, glundert hij. “Niemand had ooit gedacht dat na dertig jaar dictatuur het leven in achttien dagen zo kon veranderen.”

Op 30 januari, dus midden in de revolutie, kondigden hij en zijn kameraden de oprichting aan van de Federatie van de Onafhankelijke Vakbonden.
"We namen toen een enorm risico. Want de revolutie was nog volop bezig en het plein hier was volop bezet. Als de revolutie mislukt was, hadden ze ons misschien geëxecuteerd."
Kamal Abbas verwacht dat de Federatie van Onafhankelijke Vakbonden in oktober officieel van start kan gaan. Hij gelooft dat de verkiezingen van september goed zullen uitdraaien: "Alles wat het nieuwe parlement zal aanbrengen, is positief, onafhankelijk van de partijen die er zetelen. Want de revolutie is gestart op basis van het verzet tegen de armoede en tegen de dictatuur. De lonen moeten hoger en er moeten meer jobs komen. Dat zijn de echte oorzaken van de revolutie. Op die vragen zal het nieuwe parlement een antwoord moeten formuleren."

"Inderdaad, de inefficiëntie van de arbeidsmarkt ligt aan de basis van de revolutie van 25 januari", bevestigt econoom John Salevurakis. Hij doceert al zeven jaar aan de prestigieuze American University Cairo. Wie stond er eind januari op het Tahrirplein? Niet de armste Egyptenaren. Het waren vooral twintigers en dertigers met een goede opleiding, zeg maar de opgeleide middenklasse. Zij beschikken over de capaciteiten om hun leven in handen te nemen. Alleen zorgt de slechte organisatie van de arbeidsmarkt dat ze vastlopen. Hun studie-inspanningen worden helemaal niet correct vergoed. De verdeling van welvaart en kansen is hier schrijnend onevenwichtig. Er moeten dringend maatregelen genomen worden zodat iedereen meer kansen krijgt. Daarom is corruptie mijn vijand nr. 1."

Waarom de economie nu ter plaatse trappelt

Elke dag gebeurt er wel wat op het Tahrirplein. Maar in de rest van Caïro regeert de rust: de toeristen zijn nog niet teruggekeerd. Niet alleen het toerisme lijdt onder de onzekerheid na de revolutie, maar ook de voedingssector, de textielsector en de schoonmaaksector. “De Egyptische privébedrijven en de buitenlandse investeerders wachten af hoe het politiek klimaat evolueert. Flink wat projecten staan 'on hold'", weet Ghada El Feky, partner bij het adviesbedrijf PricewaterhouseCoopers in Caïro. "Tijdens de revolutie zijn alle expats weggevlucht. Niet iedereen is terug. Vroeger moesten we geregeld buitenlandse bedrijven informeren over de investeringsmogelijkheden in Egypte. Sinds februari kregen we slechts één vraag, van een Amerikaanse Libanees. Hij gelooft dat dit het goede moment is om een Egyptisch bedrijf te kopen. Voor de rest is het bijzonder kalm. Daarom wachten wij zelf ook af om extra aan te werven tot het beeld wat duidelijker wordt. Na de verkiezingen van september weten we meer. Als de Moslimbroederschap zwaar wint, weet ik niet goed hoe de internationale gemeenschap zal reageren. Ik ontmoet heel veel hoopvolle, maar bijna evenveel pessimistisch gezinde landgenoten. De revolutie is nog maar drie maanden oud; je kan hier geen volledig nieuw en functionerend land verwachten. Maar we boeken snel vooruitgang."

Een snelle vooruitgang is nodig want de werkloosheid blijft als een zwaard van Damocles boven Egypte hangen. Afgestudeerden moeten gemiddeld tweeënhalf jaar naar een baan zoeken. Officieel bedraagt de werkloosheid onder de jongeren 16,7 procent, 32 procent bij de jongens en 12 procent bij de meisjes. Maar dit geldt enkel voor de werkzoekenden. Ongeveer 80 procent van de vrouwen tussen 22 en 29 is 'niet actief op de arbeidsmarkt'. Professor John Salevurakis: "Hier speelt een cultureel aspect. In Egypte zullen er altijd minder vrouwen aan de slag zijn: de sociale druk om kinderen te kopen en dan thuis te blijven is hier heel hoog. Maar als het land groeit, zullen meer vrouwen de arbeidsmarkt opstappen."

Volgens Ghada El Feky (PwC) krijgen meisjes in de meeste bedrijven wel gelijke kansen: "Maar bij ons haken er redelijk wat af in de auditactiviteiten: het hoogseizoen tussen oktober en februari is enorm druk met veel avondwerk. Bij het eerste kind nemen er velen onbetaald verlof voor een jaar en keren dan terug. Voorlopig zijn er weinig officiële maatregelen genomen om hun werk in evenwicht te houden, maar bij ons kunnen ze thuiswerken of een vorm van deeltijds werk afspreken. PwC is hier een uitzondering. Op dit vlak zal de volgende regering maatregelen moeten nemen.”
De Franse Midden-Oosten-specialiste Sophie Pommier schetst het probleem: "De voorbije tien jaar kwamen er 11 miljoen jongeren bij op de arbeidsmarkt. Om de huidige werkloosheid weg te werken moeten er de komende tien jaar jaarlijks 250.000 extra banen gecreëerd worden. Tegen 2020 zijn er 94 miljoen Egyptenaren en tegen 2025 ruim 101 miljoen. Om die allemaal een baan te geven moeten er elk jaar zelfs 450.000 bijkomende jobs gecreëerd worden.”

Waarom Egypte met een overschot aan ingenieurs kampt

Egypte was lang het intellectuele bastion van de Arabische wereld, maar die reputatie brokkelt af. Onder meer door de overbezetting van de klassen is de opleiding in de staatsscholen niet goed. “In de privéscholen daarentegen krijg je een prima opleiding”, zegt Tarek Farid Mansour, hoofd van het PwC-kantoor. “Maar ze zijn niet goedkoop: een lagere en middelbare privéschool vraagt tussen 1.300 tot 3.500 euro per jaar. Een jaar aan de universiteit kost tussen 3.500 tot 12.500 euro, met de American University als duurste en beste.”
“De meeste scholen beperken zich tot het indrammen van feiten en stellingen. Vele jongeren leren niet na te denken, samen te werken en problemen op te lossen. Daarom halen we de boekhouders en de taxadviseurs uit de Engelse secties van de publieke universiteiten, maar onze consulenten hebben een diploma van een
privé-universiteit.”
“Ook de beroepsopleidingen moeten op een hoger niveau getild worden: iedereen wil naar de universiteit, maar we hebben meer goede technici nodig. Er is zelfs een overschot aan dokters en ingenieurs.”
Professor John Salevurakis (American University Cairo) weet waarom: "Er zijn te veel ingenieurs omdat slimme jongeren door hun families worden aangezet ingenieur te worden. Een ingenieur staat hier op de absolute top van de sociale piramide. Er zijn ook meer dan genoeg hooggeschoolden, maar het economisch systeem gebruikt hen niet. Dat is hét grote probleem van Egypte, het land is niet in staat om die geschoolde jongeren genoeg echte banen te geven.”

Waarom de jobmachine vastliep

De voorbije tien jaar liep de jobcreatiemachine vast. Moebarak drukte vanaf 2004 een liberaliseringpolitiek door: hij verlaagde de belastingen, zette een rem op de overheidsjobs en verkocht overheidsbedrijven aan privépersonen. De economische groei steeg en het IMF en de Wereldbank applaudiseerden voor die goede leerling. Maar de bevolking bleef met lege handen achter. Momenteel ligt de koopkracht van de gemiddelde Egyptenaar niet hoger dan in Angola of Congo. 20 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens en bijna de helft is laaggeletterd.
Daarnaast gingen de privatiseringen gepaard met een ondoorzichtige overdracht van staatsbedrijven naar vrienden en familie. Er volgden collectieve ontslagen en de werkloosheid nam toe.
Professor John Salevurakis: "Moebarak stond voor 'crony kapitalisme' waarbij een beperkte groep rond de president met de welvaart ging lopen. Het systeem hield de Egyptenaren netjes op hun plaats. Er was praktisch geen ruimte voor sociale mobiliteit. Met een jaarlijkse prijsstijging van 15 tot 20 procent waren arbeiders en bedienden er elk jaar slechter af. Ze waren niet in staat om een echte salarisverbetering te eisen, want het regime onderdrukte elke klacht met geweld. Ironisch genoeg deed de economische vooruitgang de gewone Egyptenaar pijn. Op die manier hebben het regime en zijn profiteurs de gans met de gouden eieren gedood."
Volgens hem heeft de financiële crisis de revolutie zelfs even uitgesteld: "Mijn huisbewaker was blij met de financiële crisis omdat die de prijsstijging van voedsel en huur afremde. Een gewone werkman verdient ook niet veel. Ik kan een voltijdse chauffeur huren voor minder dan 100 euro per maand. En dan is die man redelijk goed betaald. Mijn huisbewaker krijgt zowat 1.000 Egyptische pond per maand (115 euro). Mits wat fooien en wat klusjes hier en daar scharrelt die per maand 140 euro per maand bij elkaar. Daar kan hij zijn vrouw en twee kinderen mee onderhouden en een appartement betalen."

Waarom corruptie elk ondernemerschap vernietigt

De jonge Egyptenaren zoeken al lang hun geluk in het buitenland. In de jaren zestig begon de 'brain drain' van dokters, ingenieurs en wetenschappers richting de VS en Europa. "Jonge Egyptenaren die naar het buitenland trekken, zullen hoogstwaarschijnlijk nog steeds niet terugkeren", gelooft professor Salevurakis. "Dit land kan ze niet efficiënt inzetten. Met die jongeren verdwijnt ook een flink stuk van de ondernemingsdynamiek.”
Medio jaren zeventig volgden de laaggeschoolden. Zij trokken massaal naar de Golfstaten en Libië. Egypte is nog steeds sterk afhankelijk van het geld dat die vier miljoen migranten naar huis sturen. Het zou om een derde van het bruto binnenlands product gaan. Met de gevechten in Libië keren de migranten terug. Ze gaan in eigen land weer op zoek naar werk dat er vaak niet is. Anderen beproeven hun geluk in de informele economie. Men schat dat 40 procent van alle activiteiten in het zwart gebeurt. Filialen van Manpower of Adecco in Cairo heb ik niet bespeurd. Met een hoge werkloosheid en lage salarissen zijn er altijd mensen die even willen inspringen.

Straatventers bieden posters aan met een voetbalploeg met de hoofden van een reeks ‘billionaires’, de superrijke vrienden van Moebarak. Ze worden vandaag belachelijk gemaakt, want ze vertegenwoordigen de absolute top van het corruptiesysteem dat welig tierde. Om te krijgen waar je recht op had, moest je steekpenningen betalen, hoor ik overal.
"De Egyptenaar kan iets laten opbloeien, maar vernietigt het tegelijkertijd”, verzucht professor John Salevurakis. “Enkele jaren geleden wou de regering een efficiëntere afvalophaling. Een Europese onderneming stapte in het project maar de douane blokkeerde de vrachtwagens in de haven omdat ze smeergeld eisten. De firma haakte af en iedereen verloor: het project van de regering mislukte en de douanes kregen geen smeergeld. Het hoge niveau van corruptie in Egypte heeft iets zelfvernietigends. De corruptie ondergraaft elk ondernemerschap en innovatie. Alles is te koop.”

Als we het probleem op tafel leggen bij PricewaterhouseCoopers, valt er een pijnlijke stilte: "Bepaalde ministeries kunnen wij ook vandaag nog niet benaderen. De corruptie is misschien wel dé reden van de revolutie. Om de corruptie te bestrijden moeten er gezonde regels worden uitgewerkt rond ‘corporate governance’, een gezonde structuur voor de raden van bestuur en overal en altijd voldoende ingebouwde controles”, zegt Turek Farid Mansour.

Waarom het minimumloon er moet komen

Dé grote vraag die telkens weer opduikt is of Egypte nu echt zijn grote stap voorwaarts zal zetten? "De Egyptische maatschappij heeft nog geen enkele ervaring met de werking van een democratie", beseft vakbondsman Kamal Abbas maar al te goed uit zijn dagelijkse contacten. "Zelfs arbeiders die vroeger al voor hun rechten opkwamen, geloven nog dat vakbondswerk niet meer is dan wat de officiële vakbond onder het Moebarak-regime deed. Volgens dat oude denkstramien zijn syndicalisten egocentrisch en machtsgeil. Daarom willen velen niets te maken hebben met vakbonden.”
“Zonder vakbonden is er geen rechtvaardigheid op de arbeidsmarkt, dat heeft u in West-Europa bewezen. Daarom leiden we nu met de steun van International Trade Union Confederation (ITUC) propagandisten op die de arbeiders moeten overtuigen om het zelf aan te pakken. Dat lukt want het aantal onafhankelijke bonden en leden groeit sterk.”
Eén van de huidige strijdpunten is het minimumloon, die de regering Moebarak niet wou invoeren, ondanks uitspraken van de hoogste rechtbank. Abbas: "Het minimumloon komt er zeker. Met de hulp van de Internationale Arbeidsorganisatie onderhandelen het ministerie van Arbeid en de vakbonden over twee projecten: het bepalen van een minimumloon en een overlegsysteem voor de salarissen.”

"Er komt inderdaad een minimumloon, gevolgd door een algemene hervorming van de loononderhandelingen. En wij helpen die uit te tekenen", vertelt Dorothea Schmidt, econome bij de Internationale Arbeidsorganisatie in Cairo. "Wij adviseren bij de organisatie van het ministerie van Arbeid en Migratie en de administratie zelf, van het leerlingenwezen, van de werkloosheidsdiensten, enzovoort. We onderzoeken ook hoe we de kinderarbeid moeten aanpakken. Daarnaast klopten de sociale partners aan om structuren op te bouwen voor het sociaal overleg."

Waarom we misschien moeten wachten op een tweede revolutie

Ook de EU en het IMF hebben steun beloofd. De Amerikaanse president Obama onderzoekt ideeën rond vrijhandelszones en startkapitaal voor jonge ondernemers. De Golfstaten willen een Middle East Infrastructure Bank oprichten. "Er sluimert hier een ongelooflijk grote ondernemingslust”, weet professor Salevurakis. “Maar de omgeving is vastgeroest. Om een inspanning te leveren moet je geloven dat een inspanning leidt tot een rechtvaardige beloning. Als dat geloof groeit, krijg je een echte boom in het bedrijfsleven. De eerste Egyptische revolutie zal of de belangrijkste geopolitieke gebeurtenis zijn in de regio of de grootste onvervulde belofte van de 21e eeuw. En niets daartussen. De Egyptenaren krijgen vandaag een enorme kans. Maar het kan heel negatief uitdraaien", besluit John Salevurakis. "Indien hun verwachtingen binnen twee jaar niet zijn ingelost, volgt er een tweede revolutie. Dat geloof ik vast."

Egypte in cijfers

Bevolking: 86,2 miljoen
Bnp: 253 miljard dollar
Bnp per capita: 2.940 dollar
Groei bnp: 5,5%
Inflatie: 10%
(bron: Economist Intelligence Unit, maart 2011)

Minder ongeletterden, meer geschoolden

(Egyptische werknemers volgens hun opleiding, 2006)

Opleidingsniveau in % van werkende bevolking
Ongeletterd     9,1%
Lezen en schrijven 5,0%
Lager onderwijs  9,9%
Middelbaar onderwijs  6,5%
Hoger beroepsonderwijs 34,9%
Universiteiten en hogescholen 34,6%

(bron: Egypt Human Development Report 2010, United Nations Development Programme)

Tekst: Erik Verreet - Caïro, Egypte
Foto: Jonas Lampens

Verschenen in Vacature Magazine op 14 mei 2011