“Na mijn verlof was mijn bureau leeggehaald en werden mijn spullen op een karretje in het toilet geplaatst.”

Vicepresident corporate social responsibility, reputatie, sponsoring & events, zo stond er op het naamkaartje van Concetta Fagard. Ironischer kan niet. Want vanuit haar positie van leidinggevende slaagde Fagard erin terreur te zaaien onder haar werknemers én dat jarenlang vol te houden. Mede doordat ze van bovenaf de hand boven het hoofd gehouden werd. Een verhaal dat Jan (fschuilnaam), een 52-jarige licentiaat in de psychologie, wel heel bekend in de oren klinkt. Hij werkt op de bibliotheek van een Vlaamse universiteit, waar hij sinds 2003 zware pesterijen ondergaat. De pestkop van dienst is de decaan van de faculteit Psychologie & Pedagogische Wetenschappen, die hem steevast taken onder zijn niveau toeschoof.

Toen Jan in 2005 naar de personeelsdienst stapte met zijn probleem kreeg hij het deksel op de neus en werden de pesterijen opgedreven, met steun van hogerhand. “Bij één gelegenheid was mijn bureau na mijn verlof leeggehaald en werden mijn spullen op een karretje in het toilet geplaatst. Ik kreeg als hoofd van de bibliotheek andere taken toegewezen, heb nu een bureau waar ik geen enkel contact meer heb met de buitenwereld en krijg de meest zinloze taken toegewezen. Ik krijg een loon van meer dan 50.000 euro per jaar om hier van halfnegen tot vijf uur aanwezig te zijn. Ik heb amper nog taken. Ik vul mijn dagen onder meer met online cursussen volgen. Een mens moet iets doen. En ik ben niet de enige die door de decaan in kwestie gepest wordt. De man heeft verschillende secretaresses versleten. Allemaal opgestapt omdat ze gepest werden.”

Minder taboe

Een schrijnend verhaal dat nog maar eens lijkt te bevestigen hoe mank de wetgeving rond pesten op het werk in de praktijk is. Nochtans blijkt uit een door de minister van Werk Joëlle Milquet bestelde studie eerder dit jaar dat de wetgeving door de verschillende betrokkenen – preventie-adviseurs, vertrouwenspersonen, advocaten, rechters, arbeidsauditoren, werknemersorganisaties – vrij positief beoordeeld wordt.

Sofie Mertens van ISW Limits, de Leuvense spin-off die het onderzoek uitvoerde: “51 procent van de ondervraagden gaf aan dat ze de wetgeving positief vinden, variërend van eerder positief tot zéér positief. Het positieve is volgens de ondervraagden dat het publiek bewuster geworden is van het probleem. Er is wel één nuance: we merken dat advocaten en rechters een heel stuk minder positief zijn dan mensen die in de preventie werken. De reden daarvoor ligt voor de hand: voor de rechtbank moet je met bewijzen en getuigen op de proppen komen, en dat is bij pesten natuurlijk een groot probleem. Je moet iets objectiveren wat vaak niet te objectiveren is. Het is gewoon heel moeilijk om dat juridisch aan te pakken. Je merkt dat ook aan de cijfers: 77 procent van de klachten die bij het Arbeidsauditoraat worden ingediend, worden zonder gevolg geklasseerd. Voor amper 1,34 procent van de klachten wordt een oordeel gevormd door de correctionele rechtbank. Dat is niet te wijten aan de wetgeving op zich, maar door het probleem van het pesten op zich en de nood om te bewijzen. Maar geloof me: de filosofie van de Belgische wetgeving en de responsibisering van bedrijven erin gaat ver. Ik denk dat we daar in Europa het verst in staan.”

Niets te verliezen

Jan lacht even als hij gevraagd wordt hoe efficiënt hij de wetgeving inschat. “Het is beter dan niets, maar het stelt eigenlijk heel weinig voor. Mijn pester heeft verschillende andere slachtoffers gemaakt, zonder dat iemand daar officieel iets van weet. Ze werden weggepromoveerd of stapten zelf op. Ik heb zelf maar officieel klacht ingediend op het moment dat ik nog maar weinig te verliezen had. Via de preventie-adviseur van de Externe Dienst voor Preventie en Bescherming, het bedrijf Idewe, heb ik eerst op informele manier het probleem proberen aan te pakken. Dat leverde niets op. Ik heb daarna een formele klacht ingediend. In oktober vorig jaar kwam er een rapport waarin stond dat er grensoverschrijdend gedrag vastgesteld werd bij het diensthoofd, de decaan en de verantwoordelijke van de personeelsdienst. De laatste is intussen opgestapt. Sindsdien heb ik niets meer van de universiteit gehoord. Maar ik maak me vooral geen illusies over die externe preventie-adviseur: zij verdienen een flinke boterham aan de universiteit. Die stoten een goeie klant liever niet voor het hoofd.”

Sofie Mertens: “Dat laatste is inderdaad een pijnpunt, hebben we in ons rapport gemeld aan de minister. Het verhaal van Jan is heel pijnlijk, maar er zijn natuurlijk beperkingen aan de wet. Er zijn nu eenmaal situaties waarin het slachtoffer gefrustreerd achterblijft, omdat hij de genomen maatregelen onvoldoende vindt. Hij wil bijvoorbeeld dat de dader ontslagen wordt, maar dat is helaas niet de bedoeling van de wet.”

Ontslagbescherming relatief

Toch blijkt wel meer dat de opmerking van Jan hout snijdt: de wet is goedbedoeld, maar in de praktijk blijft het daar ook bij. Zo krijgen gepeste werknemers een ontslagbescherming zodra ze een formele klacht indienen, maar in de praktijk blijkt die bescherming relatief. Zo werd bij Belgacom het slachtoffer van Fagard verplicht op te stappen, en ook Jan wacht een noodgedwongen vertrek bij de universiteit. Wellicht zijn deze voorbeelden niet de regel, maar toch geven ze aan hoe ver theorie en praktijk kunnen verschillen. Jan: “Ik heb één negatieve evaluatie gekregen, die vrij recent herroepen werd door de Raad van State. Maar intussen heb ik alweer een nieuwe negatieve evaluatie. Ik leg er mij bij neer: ik zie geen toekomst meer voor mezelf bij de universiteit. Ik kijk uit naar ander werk, maar ik ben 52 jaar. Een ideale leeftijd kan je dat niet noemen.”

Bedrijven kunnen op een eenvoudige manier veel averij voorkomen, zegt Sofie Mertens. “Het belangrijkste is preventie. Onheil voorkomen is het beste voor alle partijen. En dat kan soms relatief makkelijk. We zien vaak dat pesten veroorzaakt wordt door slechte organisatie van het werk, slechte communicatie, weinig ondersteuning van de medewerkers: zaken die een grote impact hebben op de interpersoonlijke relaties en waar bedrijven greep op hebben. En als er zich toch een probleem voordoet, moeten bedrijven zo veel mogelijk hun verantwoordelijkheid opnemen, en ervoor zorgen dat de procedure zo goed mogelijk kan gevolgd worden. Niet alleen bedrijven dragen overigens verantwoordelijkhei: iedereen heeft de verantwoordelijkheid om respectvol met collega’s om te gaan.”

Terug naar het hoofdartikel 'Kan u zich beschermen tegen pestkoppen?'