“Managers maken van hun hobby bijna tweede beroep”

Leo Vande Velde is 62, oogt even scherp als afgetraind en liep net geen dertig jaar geleden zijn eerste marathon. Niet iemand die je er kan van verdenken zomaar mee te surfen – laat staan lopen of fietsen - op de nieuwste hypes.

Leo Vande Velde heeft een drukke baan bij het Hof van Cassatie, brengt ambtenaren de nodige juridische terminologie bij, zetelt in de arbitragecommissie van het BOIC en vindt tussendoor ook nog de tijd om hier en daar een triatlon te lopen.

“Toen ik zelf startte met lopen – ergens diep in de jaren zeventig – kwam ik enkel atleten tegen. In die periode was er zelfs van de hele jogginghype nog geen sprake. Ik heb mijn afstanden heel gradueel opgebouwd, en het heeft dus bijna tien jaar geduurd alvorens ik mijn eerste marathon liep. Vandaag is het net omgekeerd: iemand begint te lopen en wil een jaar later al meteen klaar zijn voor de marathon. Het lijkt wel alsof je geen echte loper bent als je niet eerst een marathon achter de kiezen hebt, wat natuurlijk onzin is.

Toen ik mijn eerste marathon liep, was dat meteen ook het Belgisch kampioenschap, en ik schat dat er in totaal hooguit honderd deelnemers waren. Een hemelsbreed verschil dus met het massa-evenement dat zowat elke marathon waar ook ter wereld nu geworden is. Deels valt die evolutie natuurlijk te verklaren door de stevig toegenomen aandacht voor sport en bewegen in het algemeen. Een trend die zich bij hoger opgeleiden ook sterker doorzet dan bij lager opgeleiden. Toch verklaart dit natuurlijk niet waarom zoveel managers of mensen met een drukke baan zich plots op marathons, triatlons of op het beklimmen van de Mont Ventoux gaan storten. Vanuit gezondheidsoverwegingen volstaat het ruimschoots om driemaal per week een halfuurtje te lopen. Ik heb de indruk dat heel wat van die sportende managers zich ook in hun vrije tijd graag willen afzetten tegen de grote massa, en dat doen ze dan door de lat net iets hoger te leggen. Al moet je dat ook relativeren: het gros van de deelnemers aan de marathon van New York bijvoorbeeld legt minstens de helft van het parcours gewoon stappend af. Die fascinatie voor de marathon is dus ergens belachelijk, zeker voor jonge mensen die nog snel genoeg zijn om op kortere afstanden te focussen, maar het is vooral een kwestie van status. Managers zijn bij uitstek mensen die gedreven zijn, die graag willen uitblinken en van hun hobby bijna een tweede beroep maken. Zelf ben ik ook al een tiental jaren voorzitter van een triatlonclub: terwijl het merendeel van de leden daar tien jaar terug eerder laagopgeleid was, hebben haast alle jonge nieuwe leden nu een universitair diploma op zak.”

Blessures

Van marathon naar triatlon, ook dat lijkt voor almaar meer mensen maar een kleine stap. “Toen ik vijftien jaar geleden mijn allereerste Iron Man liep, kon ik een maand vooraf nog probleemloos inschrijven. Vandaag moet je een jaar vooraf inschrijven, en als je er binnen de 24 uren na de openstelling van de inschrijvingen niet bij bent, kan je het wel schudden. Wat me daarbij ook sterk opvalt, is hoe competitief al die marathonlopers of triatleten vandaag wel ingesteld zijn, terwijl ze vaak geen echt sportieve voorgeschiedenis hebben. In theorie moet je langzaam opbouwen, en dan flink wat weken zeker tachtig kilometer per week lopen. Dat gebeurt nog amper, en dus vallen heel wat van die nieuwe ‘atleten’ vroegtijdig uit met blessures. Vooral bij lopen, voor fietsers ligt dat risico iets lager, maar neem toch maar van mij aan dat sportartsen vandaag gouden tijden beleven.” 

Wie zich terdege wil voorbereiden op een volledige triatlon, zit toch al vlug  aan vijftien uren training per week. Allesbehalve evident dus om een dergelijk zwaar trainingsritme ook nog met een drukke baan en een gezinsleven te combineren. “Logischerwijze zou je verwachten dat heel wat van die managers zich dan op halve of kwarttriatlons gaan toeleggen, maar dat gebeurt haast nooit. De reden ligt voor de hand: daar kan je niet mee uitpakken, je wordt maar voor vol aanzien als je ook een Iron Man hebt gelopen. Vroeger was het een Porsche, of een jonge blonde deerne, vandaag is het een triatlon of een marathon (lacht). Maar goed, het gaat natuurlijk nog iets verder dan dat: als je vijfmaal samen de Ventoux oprijdt of een half jaar traint voor een marathon, dan worden er ook banden gesmeed. In die zin is deze extreme vorm van sporten ook een nieuwe vorm van netwerken.”