Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

“Ik werd gepest en viermaal gearresteerd”

In Helwan, een industriële voorstad van Caïro, weten ze allen waar Kamal Abbas woont. Na de Revolutie van 25 januari werd hij een van de woordvoerders van de Egyptische arbeidersbeweging. We worden naar een woonblok in het centrum verwezen. Eén hoog bellen we aan bij het Center for Trade Union and Workers’ Services (CTUWS). Een medewerkster met zwarte sluier zet ons in een eenvoudige ruimte aan een grote vergadertafel. Er hangt een grote affiche met portretten van mensen die gedood werden op het Tahrirplein.

Kamal Abbas is een kleine, dynamische man. In 1977 begon hij te werken in de Helwan Steel Company waar hij snel een sociaal betrokken werknemer werd. In 1998 organiseerde hij zijn eerste staking waar 16.000 arbeiders aan deelnamen. Er volgde een zware repressie: een dode arbeider en vijftien gekwetsten. Kamal Abbas zelf vloog drie maanden achter de tralies. Dankzij binnenlandse en internationale solidariteit kwam hij vrij maar hij werd ontslagen. Als vrijgestelde bleef hij actief in de CTUWS, de vakbondskoepel die hij mee had opgericht en dat ondanks een officieel stakingsverbod. Want Nasser had de bestaande syndicaten vervangen door een officiële eenheidsvakbond. Omdat de organisatie niet erkend was, mocht CTUWS geen lidgeld vragen. “Tussen 1990 en 1996 overleefden we op basis van giften. Vanaf 1996 dook de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Novib op. Het werd onze voornaamste steunverlener.”

Kamal Abbas heeft er voor gevochten. “We werden dagelijks geschaduwd en gepest door de politie. Ik werd nog driemaal gearresteerd en ondervraagd. Collega’s in Mahallah zaten weken tot maanden in de gevangenis. Onze medestanders kregen moeilijkheden op het werk, dikwijls gevolgd door ontslag. Egypte was dan ook een politiestaat.”

3 tot 4 miljoen nieuwe leden

Tussen 2006 en 2008 braken vele sociale conflicten uit in industriële steden zoals Helwan, Mahallah, Ramadan, Sadat City. “2007 waren er twee succesvolle stakingen: één in de grootste textielfabriek van Mahallah for Weaving and Textile (25.000 werknemers) en een bij Helwan Ciment (1.200 werknemers). De toenmalige minister van Tewerkstelling en de leider van de officiële vakbond beschuldigden ons ervan met buitenlandse steun sociale onrust te stoken. De vier kantoren van CTUWS werden gesloten. De internationale reactie liet niet op zich wachten: Egypte vloog op de zwarte lijst van de Internationale Arbeidsorganisatie.”
Een belangrijk lid van de NDP, de eenheidspartij van Moebarak, sleepte Kamal Abbas voor de rechtbank wegens enkele ‘beledigende’ artikels in het blad ‘WerkersWoord’. Eerst werd hij veroordeeld, maar in beroep wisten zijn advocaten de rechter te overtuigen dat het een zuiver politiek spel was: hij werd vrijgesproken. In juli 2008 startte de CTUWS zijn activiteiten weer op.

Na de revolutie van 25 januari kwam hij in een nieuwe wereld terecht. Er hebben zich al twaalf nieuwe vakbonden aangemeld. In oktober gaat de nieuwe Federatie van Onafhankelijke Vakbonden officieel van start. “We hopen op 3 tot 4 miljoen nieuwe leden.” De oude eenheidsvakbond vreest hij niet meer, maar wel de Moslimbroederschap die ook vakbonden opricht: “De situatie is nog niet stabiel. Wij staan aan de seculiere kant, maar die is niet sterk georganiseerd. De moslimkant, daarentegen, is sterker dankzij het Broederschap. De Moslimbroeders worden grotendeels geleid door zakenlui; dat is geen goed vertrekpunt. Verder hebben de moslims historisch geen rol gespeeld in de sociale conflicten.”
De sociale strijd in Egypte gaat duidelijk in een nieuwe fase.