Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

“Iedereen moet nu leiderschap tonen”

Hij omschreef zichzelf ooit spottend als ‘un spécialiste de la merde’. Crisismanager en topondernemer Karel Vinck lijkt dan ook uitstekend geplaatst om zijn licht te laten schijnen over de toekomst van dit land. In het even statige als wat muf aandoende kader van de ‘Cercle de Lorraine’ in Brussel brachten we hem samen aan tafel met Béatrice Delvaux. Gewezen hoofdredactrice van Le Soir, Franstalige opiniemaker ‘par excellence’ en nooit te beroerd om links of rechts een heilig huisje neer te halen.

“Talentvolle jongeren hebben in ons land niets meer te zoeken, zij kunnen maar beter naar het buitenland verkassen”, zo hield landgenoot én Adecco-topman Patrick De Maeseneire onlangs een publiek van Vlerick-studenten voor. Dat klinkt nogal dramatisch?

Karel Vinck: “Dergelijke uitspraken zijn dwaas en onverantwoord. In eerste instantie omdat de economische structuur van het land niet zo slecht is, in vergelijking met heel wat andere Europese landen. Daarnaast kan je je afvragen wat er van dit land dan wel moet worden, als getalenteerde jongeren massaal hun biezen zouden pakken. Ik denk dat we jonge mensen net moeten motiveren om zich meer in te spannen voor onze toekomst. We kunnen hier terugvallen op een aantal bedrijven en onderzoekscentra die op vlak van onderzoek & ontwikkeling echt wel wereldtop zijn. We hebben wel degelijk nog een rol te spelen.”

Béatrice Delvaux: “Ik stel in Vlaanderen al een tijdlang een trend vast om zowel carrièrematig als voor nieuwe investeringen over de grens te kijken, doorgaans buiten Europa zelf. Vanuit het gevoel dat we hier in Europa het beste wel gehad hebben. Ik ken zelfs een headhunter die zijn zoon naar China wilde sturen om daar Chinees te leren, vanuit de redenering dat dit de taal van de toekomst en van de nieuwe economische machtshebber zou zijn. Ergens kan ik die reflex wel begrijpen, zeker als je ziet hoe de toestand hier in België maandenlang geblokkeerd was. Anderzijds vind ik dat we zeker nu onze verantwoordelijkheid niet mogen ontlopen: we krijgen een historische kans om België een nieuw elan te geven, om Europa opnieuw op de kaart te zetten. Laat ons die kans dan ook grijpen, en niet te veel aan doemdenken doen. Alvast in Wallonië stel ik bij heel wat jonge ondernemers een vernieuwde dynamiek vast, zoals dat enkele jaren terug ook in Vlaanderen al het geval was.”

Karel Vinck: “Ik heb er niets op tegen dat we onze jongeren naar het buitenland moeten sturen, zodat ze met eigen ogen de nieuwe wereldorde kunnen aanschouwen, maar laat hen die ervaring achteraf wel hier te gelde maken. Kijk, ikzelf heb in mijn carrière vijf grote groepen geherstructureerd. Niet bepaald sexy bedrijven, maar toch zijn we er telkens in geslaagd die bedrijven zo in de markt te plaatsen dat ze in hun sector opnieuw in de wereldtop gingen spelen. Er zijn hier voor jongeren dus wel degelijk nog mooie kansen weggelegd.”

Waaraan ontbreekt het ons vandaag nu concreet?

Karel Vinck: “We hebben geen visie, geen langetermijnproject dat echt in een doorbraak kan worden vertaald en waaraan we ons kunnen optrekken. Dat mis ik overigens ook in de plannen die Di Rupo en co de voorbije dagen op tafel hebben gelegd. Een doorbraak is de kortste weg om zo snel mogelijk in het koppeloton te belanden. Of je nu topmanager bent van een privébedrijf of aan het hoofd staat van een staatsbedrijf, je moet voor jezelf altijd uitmaken waar je uiteindelijk wil uitkomen en welke risico’s je daarbij loopt.”

Innovatie in de praktijk, zoiets?

Karel Vinck: “Ach, innovatie is intussen een modewoord geworden. Natuurlijk is procesinnovatie belangrijk, en uiteraard moet je je producten en diensten constant trachten te verbeteren, maar misschien moeten we vooral wat langer stilstaan bij het belang van een aantal omgevingsfactoren. Het fiscale klimaat, onderwijs, opvoeding, noem maar op. Kijk maar naar wat er de voorbije jaren in de meeste Scandinavische landen gebeurd is. Ze hebben daar zwaar ingezet op innovatie, ongetwijfeld, maar tegelijk hebben ze hun hele socialezekerheidsmodel aangepast. Naar economische groei toe is dat een heel belangrijke trigger.”

Met andere woorden: vooral onze politici zijn op dat vlak in gebreke gebleven?

Béatrice Delvaux: “Ik vrees dat politici zowel op Belgisch als op Europees niveau met een gelijkaardig probleem af te rekenen hebben: ze slagen er niet in een langetermijnvisie te ontwikkelen omdat ze te veel uiteenlopende visies met elkaar moeten proberen verzoenen. Grote risico’s nemen is er dan meestal niet meer bij, omdat de druk vanuit verschillende hoeken te groot is. Neem nu de situatie in eigen land: Vlamingen versus Franstaligen, regionaal versus federaal, links tegen rechts. Ik durf het amper hardop te zeggen, maar ik vrees dat we op een punt beland zijn waarop we ons heel ernstige vragen moeten stellen over de toekomst van dit land.”

We slagen er vandaag in België niet langer in om mensen en bedrijven voldoende perspectief te bieden?

Karel Vinck: “Absoluut, en dat is een levensgroot probleem. We moeten saneren – en volgens mij meer dan wat er vandaag op tafel ligt - daarover is geen twijfel mogelijk, maar tegelijk moet je ook durven te investeren. Wie met de rug tegen de muur staat, moet voor zichzelf durven uitmaken hoe ver hij kan gaan zonder onverantwoorde risico’s te nemen. Je moet je mensen ook opnieuw motiveren, hen een nieuw perspectief bieden. En ik vrees dat het een beetje eigen is aan ons politiek systeem dat we pas tot grondige hervormingen kunnen en durven overgaan als we echt met de rug tegen de muur staan.”

Is het niet net iets te vrijblijvend om enkel de politici als grote zondebok naar voor te schuiven? De Arcelors of Electrabels van deze wereld hebben zich de voorbije maanden ook niet bepaald van hun fraaiste kant getoond, nee?

Béatrice Delvaux: “We moeten ook niet te naïef zijn. Bedrijven zijn geen milde weldoeners van nature uit. Net daarom is er voor politici ook zo een belangrijke rol weggelegd. Bedrijven denken in eerste instantie aan zichzelf, en als het systeem of de wetgeving in bepaalde landen hen dan toelaat om meer winst te maken, dan zullen ze dat zonder blikken of blozen doen. Het is aan de overheid om daartegen op te treden.”

Karel Vinck: “Volledig mee eens! De bankencrisis heeft kristalhelder aangetoond wat er kan gebeuren als die controle wegvalt, of te laks is. De banken hadden jarenlang enkel oog voor het resultaat. De gevolgen daarvan voor de maatschappij lieten hen totaal koud. Een bijkomend probleem op dat vlak is natuurlijk dat we in België zowat alle strategische sectoren in de uitverkoop hebben gezet. De staalsector zijn we kwijt, de energiesector hebben we niet meer onder controle, de banken idem dito. Hoe kunnen we nu nog een echt economisch beleid voeren? In Frankrijk en in Nederland hadden ze dat wel tijdig begrepen, maar nu zitten wij hier met de gebakken peren.”

Lees deel 2 van het interview

Tekst: Filip Michiels en Dominique Soenens