“Geert Noels was niet zo’n braaf manneke”

Aan de ingang van het Xaveriuscollege in Borgerhout wordt de bus met enkele klassen door ouders uitgewuifd. Ze gaan fietsen in Luxemburg. Achter het college laden scouts kampmateriaal in een aftandse vrachtwagen. Vlaanderens bekendste econoom Geert Noels kent die ambiance: “Het Xaveriuscollege was altijd veel meer dan een school. Zo vulden onze leraars de woensdagnamiddagen met sport, knutselen of toneel. Heel plezant. De klassen bekampten elkaar in volleybal, handbal, tennis en atletiek. We deden alles. Mijn vingers staan nog krom van de basket."

"We kenden elke deur van het college. Als we er zin in hadden, slopen we achteraan de school binnen en begonnen we te basketten op de speelplaats. Soms kwam er een pater Jezuïet meedoen. Men zag daar geen graten in. Vandaag zou dat niet meer kunnen."
In de schoolgangen maken de sterke zwart-wit muurschilderingen van Alfred Ost indruk. Deze kunstenaar tekende tijdens de Tweede Wereldoorlog de muren vol met godsdienstige thema's. "Dat paard daar heeft ogen die u de hele gang door blijven volgen”, wijst Geert.

Apenjaren

Het is een warm weerzien met twee leraars uit zijn jeugd: Luc Van de Parre, leraar van het vijfde studiejaar en Filip Thiré, die Latijn doceerde aan Geert in het vierde middelbaar. “Dat waren mijn apenjaren”, lacht Geert.

"Wij zijn heel fier op Geert", glundert Filip Thiré. "Mijn vrouw en de andere leraren  volgen hem wanneer hij op televisie verschijnt of in de kranten. Ik ben vooral fier omdat hij scherpe analyses serveert over economie en maatschappij."
Geert relativeert onmiddellijk: "Bij mijn job hoort een zekere visibiliteit. Er zijn genoeg medeleerlingen die minstens even goed bezig zijn, maar minder in de schijnwerpers komen. Die zichtbaarheid is ook niet het meest aangename van mijn werk. Ik heb het geluk gehad dat de zomer van 2008 een uniek venster bood om een boek over de crisis te schrijven. Er zitten veel waarden in dat boek die ik uit het college heb meegekregen.”

Luc Van de Parre stond het grootste deel van zijn leraarscarrière voor de leerlingen van het vijfde studiejaar. "In die periode had ik grote klassen. Geert had 34 medeleerlingen. Hij eindigde vooraan de klas."
"Ik was tweede", weet Geert nog. "Dat vijfde studiejaar was een kanteljaar. Toen moest ik echt beginnen studeren. Ook voor mijn karakter was dat jaar belangrijk. Vanaf dat moment wezen de leraars me heel direct op mijn minder goede punten. We moesten kritiek leren verdragen. Dat is me bijgebleven. Ik werd plots geconfronteerd met mezelf.”

Luc Van de Parre herinnert zich Geert als een gedreven kerel: “Hij was niet het braaf manneke, met de armen gekruist. Als hij kon, deed hij zijn babbel. Hij bleef wel binnen de grenzen.” Geert herinnert zich vooral de eerste lessen Frans: “Op het einde van het vijfde studiejaar hadden we al flink wat bagage Frans. Een degelijke kennis van het Frans is in mijn loopbaan heel belangrijk geweest. (Geert was als hoofdeconoom van het makelaarshuis Petercam kind aan huis bij de Belgische haute finance, nvdr).

Leren argumenteren én schrijven

"Een leerling leerde bij ons opkomen voor zijn mening, zolang hij die maar met gefundeerde argumenten kon hard maken. Dat is typisch voor de Jezuïeten”, argumenteert Luc Van der Parre. Geert benadrukt dat hij op Xaverius echt heeft leren spreken en schrijven: “We moesten bijna elke week een opstel schrijven en geregeld een voordracht houden. Wie een goed opstel schreef, mocht dat voorlezen. Na een tijdje ontdek je dan zelf een ritme in die teksten. Ik vond het belangrijk om de dingen correct te verwoorden. Doordat de leraars jou trachtten op te tillen, tilden ze iedereen mee op.”

Volgens Geert investeerden de leraars het beste van zichzelf in hun lessen.
Geert: “Filip Thiré stak veel energie stak in zijn vak. Hij bereidde ze op de computer voor, wat toen redelijk uniek was. Leerlingen die het moeilijk hadden met delen van de leerstof, kregen bijkomende taken. Zijn motto was ‘als je iets doet, moet je het goed doen’. Hij had een heel goede greep op de groep. Met zes uur Latijn per week smeed je een band. Zo zijn we met de fiets naar zijn trouwmis in de kerk van Broechem gereden.”

Filip relativeert: “Ik stond als 23-jarige voor 35 leerlingen. Het liep niet altijd vanzelf. Maar het jaar van Geert was zalig: het lokaal zat bomvol en toch was het aangenaam lesgeven. Die groep had een dynamiek en een zelfcontrole die ik zelden heb ontmoet. Hoewel ik piepjong was, kreeg ik 'carte blanche'. Niemand op het college heeft me ooit verteld wat ik moest doen. Iedereen krijgt hier veel krediet. Dat is goed voor het zelfvertrouwen van een jonge leraar. Dat gevoel brengen we over op onze leerlingen. Ik wou jonge mensen leren hun grenzen te verleggen. Mijn motto is: je leeft maar een keer, probeer er het beste van te maken.”

Liefde voor Latijn en sport

In het vierde jaar gaf Filip aan Geert en zijn vrienden Latijn, de geschiedenis van Rome in 'Ab Urbe Condita' van Livius. "Ik denk dat leraars Latijn vaak bevoordeeld zijn. Hun leerlingen bezitten vaak meer emotionele intelligentie. Ze trekken elkaar mee." Vandaag ligt de klassieke opvoeding weer goed in de markt, merkt Filip op: “De hervorming van de humaniora van twee cycli naar drie graden was hier heilzaam. Nu moeten jonge mensen rond hun vijftiende opnieuw kiezen: zich specialiseren in wetenschappen en wiskunde of kiezen voor Latijn. Dat levert gemotiveerde groepen op. Ik heb nog een veertigtal leerlingen die voor Latijn kiezen. Dat is ongeveer evenveel als in de tijd van Geert.”

Na zijn middelbare studies studeerde Geert economie in Antwerpen. Hij vervolledigde die studie met een tweejarige MBA aan de K.U.Leuven: “Zowel de wiskunde als de algemene vorming uit het middelbaar zijn vandaag nog heel belangrijk voor mijn dagelijks werk. De vaardigheden die ik op het college leerde, zoals creativiteit, doorzettingsvermogen of leiderschap, zijn veel belangrijker dan alle economie die ik daarna leerde. Economie is een vrij teleurstellende studierichting, vergeleken met fysica, Latijn of chemie. Economie bezit niet dezelfde wetenschappelijke strengheid.”

Maar zelfs in die vluchtige economie trachtte Geert het juiste perspectief te behouden: “Het college leerde je bepaalde normen. Het is niet toevallig dat de oprichter van Agalev, pater Luc Versteylen, leraar was op het Xaveriuscollege. Waarden als duurzaamheid tracht ik ook in mijn job nog hoog te houden.”
Luc Van de Parre herinnert zich dat Luc Versteylen ooit een schooljaar veertien dagen heeft verlengd totdat iedereen geslaagd was: “Leerlingen gaven elkaar les. Heel de klas is gebleven tot iedereen elk vak onder de knie had.”
Geert knikt: “Iedereen begon op 1 september in de overtuiging dat op 30 juni iedereen mee overging naar het volgende jaar. Vanaf de lagere school werden we ingeprent dat pestgedrag niet hoorde."

Ook sport speelde een centrale rol op het college. Geert: "Dank zij Luc begon ik te voetballen bij Oxaco (Oudleerlingenverbond Xaveriuscollege)."
"Een groot talent was hij niet", grinnikt Luc. "Maar als rechtsachter ging hij tot het uiterste. Heel typisch.” Die sportieve gedrevenheid typeert Geert ook nu nog. De week na dit interview rijdt Geert de ‘Maratona dles Dolomiti’, een dagkoers van 138 km over 8 cols in de Italiaanse Dolomieten. “Dit is een klassieker voor de wielertoeristen. Er zijn 9.000 deelnemers, waaronder flink wat Italianen en Nederlanders. Vorig jaar eindigde ik bij de 300 eersten. Dit jaar mik ik op de top-2000, want ik heb minder getraind. Tijdens zo’n koers word je geconfronteerd met jezelf. De inschrijving voor deze cyclosportieve dwingt me tot een discipline waarbij ik me een heel jaar goed voel. Elke dag kruip ik wat vroeger uit de veren om te lopen of te fietsen.”

Rekruteren van leraars

“We zijn onze leraren veel schuldig”, meent Geert Noels. “Prediken 'om het beste in u boven te halen', is gemakkelijjk: je hebt mensen nodig die daarbij helpen, die dat willen doen. Voor mij zijn dat grote figuren. Ik ben vandaag wel pessimistischer over het onderwijs dan vroeger. Toen was het onderwijs een positieve keuze. Ik heb het gevoel dat leraars vandaag minder bereid zijn die extra mijl te lopen. De leerlingen in mijn vijfde studiejaar schreven beter dan de universiteitsstudenten waarvan ik nu soms 'papers' moet lezen. Daar staan fouten in die ik in het lager onderwijs niet meer maakte."

Luc valt hem bij: “De opleiding van leraars voor de lagere school is veranderd: een correcte spelling telt niet meer. Iedereen geraakt door die studies."
Filip geeft echter meteen tegengas: “Ik wil Geert geruststellen: al die ‘grote figuren’ van vroeger zijn in onze school vervangen door ongelooflijk waardevolle jongeren. Regelmatig stappen er ook ervaren leraars van andere scholen naar ons over. Ze merken dat wij als lesgevers gelukkig zijn op onze school. Onze school investeert momenteel meer dan ooit in de prospectie en de selectie van toekomstige leraars. Onze directeur besteedt er veel tijd aan. Kandidaten zijn er voldoende, maar de juiste profielen vinden is heel moeilijk.”
“Ik zie niet zoveel verschil tussen de generatie van Geert en de jongeren van nu. Wel is het college intussen gemengd. Vroeger had je soms klassen waar de jongens geen verantwoordelijkheid voor elkaar opnamen. Dat gebeurt nooit meer. Meisjes zorgen ervoor dat een klas goed draait.” 
 
Maatschappelijke en sociale betrokkenheid is een andere rode draad bij dit trio. Geert: “Dat liep als een rode draad door alle activiteiten. Zo verkochten we stickers voor een project in India. Het was niet de bedoeling dat mijn ouders een dikke cheque bovenhaalden. Ik moest rondgaan en de buren en kennissen overtuigen om het project te steunen. Of ik leurde een avond aan de ingang van de GB en vertelde er honderden keren mijn verhaal. Mijn koopmansziel is daar misschien geboren? Ik vond het heel aangenaam om mensen te overtuigen."
Dat ‘sociale’ leeft ook binnen de muren van het college. Zo neemt de school de verantwoordelijkheid op zich om iedereen mee te krijgen op sneeuwklas of Italië-reis. Filip: “Dat wordt elk jaar moeilijker. Meer en meer ouders slagen er niet in financieel de eindjes aan elkaar te knopen. De kloof tussen rijk en arm wordt hoe langer hoe groter.”

Geert Noels rond af in schoonheid: “De leraars waren zelden tevreden. Helemaal goed was het nooit. Maar ze trachtten ons wel op een hoger niveau te tillen. Ik werd uitgedaagd. Wij vonden dat allemaal gewoon, maar als je het achteraf bekijkt, was het uitzonderlijk.”

Tekst: Erik Verreet - Foto: Griet Dekoninck

Verschenen in Vacature Magazine van 10 juli 2010