‘Een cipier moet een beetje kinderjuf zijn’

Niet minder dan 1.000 cipiers – of beter gezegd: penitentiaire bewakingsassistenten – zoekt Selor, het selectiebureau van de federale overheid, dit jaar. Vacature trok naar de gevangenis van Sint-Gillis met één prangende vraag: waarom is cipier een knelpuntberoep?

Met een droge klik valt een zware metalen deur achter me dicht. Ik bevind me in vleugel A van de gevangenis van Sint-Gillis, waar de gevangenen zitten die voor het eerst achter tralies beland zijn. Het is middag, veel cellen zijn verlaten. Vanuit zijn celdeur volgt een jonge, allochtone gevangene met een grijns mijn aankomst. Hij heeft begrepen dat ik een buitenstaander ben, en buitenstaanders worden meteen gewikt en gewogen, vertelt de 52-jarige cipier Serge. “Jij bent nu een bezoeker, maar vooral bij cipiers bekijken gevangenen meteen welk vlees ze in de kuip hebben. Toen ik begon, heb ik een tijdje bij de gevangenen in de celblokken gewerkt, maar ik heb vlug begrepen dat het niets voor mij is. Het is een kwestie van zelfkennis. Je moet uit het juiste hout gesneden zijn om met gevangenen om te gaan. Toen de gevangenen in het begin ‘fils de pute’ tegen me riepen – nog één van de meer vriendelijke scheldwoorden -, dan kroop dat in mijn kleren.”

Ignace knikt. Hij wordt er 60 en werkt 12 jaar in de gevangenis als penitentiair bewakingsassistent. Vroeger werkte hij in de celblokken, nu niet meer. “Cipier zijn moet een beetje in je bloed zitten. Het belangrijkste als cipier is dat je je correct gedraagt tegenover de gevangenen. Je moet duidelijke afspraken met ze maken. En je moet veel kunnen verdragen. Sommige gevangenen vallen je voortdurend lastig en zagen de oren van je kop. Je moet een beetje een kinderjuf zijn. Het regime is veel minder strikt dan vroeger. Gevangenen mogen veel meer. Daar zijn ze zich heel goed bewust van.”

Je moet je mannetje kunnen staan, benadrukt Serge. “Je tong is je belangrijkste wapen. Je moet soms snel zijn als je een repliek geeft, maar dat leer je zodra je hier begint. Het moét, als je het zonder kleerscheuren wil doorkomen. Maar het is ook lastig. Je loopt met een constant wantrouwen rond. Je weet dat sommige gevangenen met niets anders bezig zijn dan nadenken hoe ze je kunnen manipuleren.” Nathalie, een 43-jarige Limburgse die sinds twee jaar als cipier werkt, beaamt: “Ik ga vaak moe naar huis. Mentaal moe.”

Hardnekkig imagoprobleem

Geen wonder dat de nood aan cipiers groot is. Ook in de gevangenis van Sint-Gillis, waar 650 gevangenen zitten. Vanwege de overbevolking in de Belgische gevangenissen gaat er in april een nieuwe vleugel met honderd cellen open. Daarom zijn ze op zoek naar 32 nieuwe cipiers, tot een totaal van 372. De kandidaten worden geselecteerd door Selor, daarna volgen ze een stage van een jaar. Wie daarna een positieve evaluatie krijgt, kan aan de slag. De voorwaarden zijn eenvoudig: je moet een diploma middelbaar onderwijs hebben of slagen voor een ingangsproef, 20 jaar en Belg zijn en één van de twee landstalen spreken. “Arabisch of een andere vreemde taal spreken strekt daarnaast tot aanbeveling, maar daar selecteren we officieel niet op”, zegt Stefanie Billiet, woordvoerster bij Selor.

De nood aan cipiers is het grootst in Brussel – waar vooral Nederlandstalige kandidaten moeilijk te vinden zijn - , Antwerpen en de Kempen. Cipier is een knelpuntberoep, zegt Stefanie Billiet. “Wij hebben dat nooit als zodanig geafficheerd, omdat er altijd massaal veel kandidaten op afkomen. Maar daar houden we er weinig van over. Op 10.000 kandidaten is het bijvoorbeeld al moeilijk om achthonderd echt geschikte kandidaten te vinden. Sommige mensen melden zich aan omdat ze een vaste benoeming bij de overheid willen, maar dat zijn niet altijd de beste kandidaten. Wij voeren daarom campagne om het beroep in de kijker te plaatsen.”

Het beroep van cipier heeft geen goed imago, daar zijn al onze gesprekspartners het unaniem over eens. In de pers gaat het vaak over ontsnappingen, overbevolking, stakingen, kortom: over problemen. Serge: “Het enige wat mijn buurman hoort over mijn beroep zijn onheilsberichten.” Ignace: “Kijk naar de Kotmadam. Daar speelt een cipier in mee: dat is een debiel en een onnozelaar. Zo bekijken veel mensen onze job. Terwijl het echt niet te onderschatten is. Alleen al door de opleiding raken is moeilijk.” Stefanie Billiet: “De publieke opinie krijgt alleen maar negatieve berichtgeving te zien. Dat is één van de grote problemen. We willen er net voor zorgen dat het beeld rond het beroep verbetert.”

Toch wordt in de gevangenissen effectief veel gestaakt, bewijzen de cijfers. Elke dag waren er in de Belgische gevangenissen 50 cipiers (fulltime equivalent) afwezig door syndicale acties, zo raakte vorig jaar bekend. Er waren vorig jaar 18.000 stakingsdagen over het hele land. In Sint-Gillis was er in oktober nog een staking die drieënhalve week duurde. Stevens: “De mensen willen niet weten waarom we staken. De omstandigheden waarin we soms moeten werken, zijn enorm zwaar. Om eerlijk te zijn: ik kom minder en minder graag naar mijn werk. Het is een beetje op voor mij. Je krijgt dagelijks verwijten naar je kop. Je wordt daar na verloop van tijd harder in, maar het zijn wel nog altijd beledigingen die je naar je kop gesmeten krijgt. Maar ik wil nog altijd mijn werk goed doen. Daar haal ik voldoening uit.”

Familiebanden

Om het nijpende tekort aan cipiers op te vangen, stelde een ACOD-vakbondsman onlangs voor om de leeftijdsgrens van 20 jaar te verlagen tot 18. Een heel slecht idee, vinden de drie cipiers unaniem, die alledrie pas veel later in het beroep stapten. “Om een goeie cipier te zijn, heb je levenservaring en maturiteit nodig. Ik vind het geen job voor een 20-jarige, laat staan voor een 18-jarige”, zegt Ignace. “Om te weten hoe je moet reageren in sommige situaties, en om te weerstaan aan sommige verleidingen.” Sandra Verhavert, personeelsdirecteur in Sint-Gillis: “Je moet inderdaad wat maturiteit hebben, maar dat heeft niet per se met leeftijd te maken. Tegenwoordig krijgen penitentiaire bewakingsassistenten een opleiding van een jaar, waarin ze theoretisch en praktisch voorbereid worden. Ze leren hoe ze met agressie bij gevangenen moeten omgaan, welke deontologie ze moeten volgen, … . Dat verbetert de kwaliteit van hun werk.”

Soms worden contractuele cipiers toch zonder opleiding en zonder ervaring voor de leeuwen gegooid. Zoals vorig jaar, toen er dertig gevangenen van Verviers naar Sint-Gillis overkwamen en ze begeleid werden door groentjes zonder opleiding. Een schrijnende situatie, geeft Verhavert toe. “Normaal gezien weinig komt dat weinig voor. Mensen zonder opleiding laten beginnen, moet wel tot problemen leiden, dat is duidelijk. Er is natuurlijk een algemeen probleem van overbevolking in de Belgische gevangenissen, maar hier valt dat mee. We hebben per cel maximum twee gevangenen, in Vorst zijn er zijn cellen met drie of vier gedetineerden.”

Wat er leuk is aan de job van penitentiair bewakingsassistent? “Ik hou van de variatie”, zegt Ignace. “Ik werk nu niet meer in de celblokken, waar de dagindeling monotoner en strakker is, maar bij de verboden voorwerpen. Ook de verloning valt heel goed mee. “Ik verdien ongeveer 1.900 euro netto, zonder premies. In die 1.900 euro zit wel een premie omdat ik 55-plusser ben. Slecht vind ik dat niet.” Voor Nathalie was de statutaire benoeming één van de redenen om voor de job te kiezen. Dat, en het grote aantal verlofdagen. Zij verdient 1.470 euro netto, met daarbovenop zo’n 400 euro aan premies voor nacht- en weekendwerk. “Mijn schoonbroer is cipier in Hasselt en toen hij erover vertelde, dacht ik: dat is iets voor mij. En ik was niet de enige die dat dacht. Mijn man begint nu ook als cipier. Dat soort familiebanden zie je wel vaker onder cipiers. Het moet toch zijn dat het niet zo’n verschrikkelijke job is, niet?