“De arbeidsmarkt is een tochthol met kriepende achterpoortjes”

Elk week geeft columniste An Olaerts haar ongecensureerde kijk op de arbeidsmarkt en de wereld ver daarbuiten.

 


Het scheelde niet veel of ik had aanwinst geschreven. Terwijl het aanwas moet zijn. De winst was namelijk bijzonder twijfelachtig. Bij uitzicht. Ik zag meteen wie de nieuwe aanwas was. Ze stond bij de kassa met een stuk inpakpapier te ritselen. Hoewel een boek helemaal niet moeilijk is om in te pakken, maakte zij er toch een verrimpeld geschenk van. En langzaam dat ze was. Eerst kon ze de rol met lint niet vinden, daarna liet ze de rol op de grond vallen. De nieuwe bukte en boven de toonbank verscheen een koppel vleesbillen bijeengehouden met elastiek van onderbroek. Ik vond dat de nieuwe slecht was voor de uitstraling van de winkel, maar wie ben ik. 


De nieuwe ging door, met zielige krullen in het lint en een vel vol winkelstickertjes. Op één duim plakten er drie, op de andere twee. Ze kon er niks van. En het werd alleen maar erger. Ik stond verdekt opgesteld bij de reiskaarten en hield de aanwas onopvallend in het oog. Tot zij overging tot de totale lompigheid. Toen hield ik het niet meer. Eén van de aanwezige klanten vroeg waar hij De Kapellekensbaan kon vinden waarop de aanwas prompt mijn richting uitkeek en de vragensteller naar de afdeling vakantiegidsen verwees. Daarop heb ik mijn muts terug opgezet en ben ik verongelijkt naar buiten gewandeld. Dat iemand die aanwas had verkozen boven mij was een aanfluiting van alle hr in dit land! Ik wilde ook graag in een boekwinkel werken. Alleen scheen ik niet in aanmerking te komen.


Iedereen had er mij mee uitgelachen. Ze zeiden dat ik onder romantische voorstellingen leed. Dat het sowieso niks voor mij was. Dat ik me beter zou bekwamen in contentement in plaats van wild in het rond te dromen. Het kon me allemaal niet schelen. Laat staan dat het troost bood. Of zij wel wisten wat het is om alle dagen nieuwe volgordes te bedenken voor meer dan 35.000 abc's. Zij kenden mij niet. Ik ben namelijk wel sociaal, stressbestendig, flexibel én bereid tot zaterdagwerk. Aldus had ik mijzelf danig herkend in het profiel van de deeltijds kassabediende. Daarvan had ik de boekwinkel schriftelijk kond gedaan. Fris van toon en zonder dt-fouten. En dat niemand mij probeert wijs te maken dat mijn sollicitatiebrief moest onderdoen voor die van de aanwas. Ik ben een professioneel. Helemaal anders dan het mens met de pluisjestrui en de extra-brede-schoenen-ook-geschikt-voor-steunzolen bij de kassa.


Helaas hielp het allemaal niet. Ik weet niet of een kwestie is van onkunde dan wel kwaaie wil, en misschien is kwaaie wil wel hetzelfde als onkunde. In ieder geval, mijn talent werd door de bazen van de boekwinkel niet erkend. Sterker nog, zonder iets te zeggen, vulden ze de vacature in met aanwas. Spreek mij dus niet meer over kansen op de arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt is een tochthol met kriepende achterpoortjes en donkere stegen waarin vreemdsoortig geboefte staat te konkelfoezen. Geen mens die anders verstaat waarom ik 's zaterdags geen boeken zou mogen inpakken in een boekwinkel. Enfin, in die boekwinkel zien ze mij niet meer. Hoogstens sta ik door het etalageglas naar de nieuwe aanwas te kijken. Want winst is het verlies van velen.