“Dankzij mijn carrière behield ik het evenwicht”

“Je hecht best niet te veel belang aan de kansen die je mist.”

Karel Plasman, ceo van Acerta, is niet door het lot gediend. En dat mag een understatement heten. Hij en zijn vrouw Colette brachten twee zwaar mentaal gehandicapte kinderen ter wereld. “Ik heb kansen laten passeren, maar mijn vrouw heeft haar carrière opgeofferd voor de kinderen.”

Het leek een droomscenario. Karel Plasman was 25 jaar, werkte bij Bank of America en was anderhalf jaar getrouwd met zijn vrouw Colette toen hij vader werd van een eerste dochter, Caroline. “Een droom, tot na zowat anderhalf jaar bleek dat ze achterop bleef in haar fysieke ontwikkeling. We hadden al eerder gemerkt dat ze in haar reacties achterbleef. Bij de bevalling had ze zuurstoftekort gehad en een scan liet een hersenbeschadiging zien, wellicht ten gevolge daarvan.” Met zijn tweede dochter, Annick, leek er bij de geboorte op het eerste gezicht helemaal niets aan de hand, anderhalf jaar later. Opluchting. Tot bleek dat ook zij een mentale achterstand had en amper communiceerde met de buitenwereld. Autisme, zo luidde het verdict naderhand. “We zagen in die tijd heel toevallig een film over autisme. Colette zei meteen: ‘Dit is het verhaal van Annick’. ‘Je bent paranoïde’, reageerde de kinderarts. Want de fysieke kenmerken waren ok, in tegenstelling tot bij Caroline. Maar ze had weinig oogcontact, reageerde anders op geluiden en ook haar tastzin was aangetast. Bij autisme is de weg naar de zintuigen verstoord. En toen ze zowat twee jaar was, werd de diagnose ook bevestigd: autisme.”

Het gezin Plasman stond perplex. “Weet je hoe groot de kans is dat je twee mentaal zwaar gehandicapte kinderen op de wereld zet? Even groot als de lotto winnen”, zegt Karel Plasman. “Maar daar kan je niet blijven bij stilstaan, anders loop je met je hoofd tegen de muur. Hoe minder je het aanvaardt, hoe zwaarder het wordt. En daar is niemand bij gebaat, in de eerste plaats niet de kinderen waarvoor je zo goed mogelijk moet proberen te zorgen. Mijn vrouw heeft er een boek over geschreven: ‘Een nest als (g)een ander’. Je maakt het wel samen mee, maar uiteindelijk beleef je het ook op je eigen manier.” Plasman en zijn vrouw beslisten om de taken te verdelen. “Mijn vrouw heeft in het begin heel even gewerkt. Ze had onder meer een vertaalbureau opgestart, maar door de kinderen moest ze haar carrière opofferen. We moesten dat doen, we hadden geen keuze.”

Hersenen stimuleren

Zijn vrouw Colette schoof niet alleen haar carrière aan de kant, ze wou er alles aan doen om haar kinderen zo veel mogelijk vooruitgang te laten maken. “We zijn naar de VS gegaan, hebben allerlei therapieën achterna gehold. De Doman-Delacatatherapie, onder meer, waarbij de hersenactiviteit van de kinderen gestimuleerd werd via kruiptherapie. Onder het motto ‘baat het niet, schaadt het niet’. We wilden al het mogelijke doen, ook dingen die niet of nog niet wetenschappelijk zijn. En wat is wetenschap, sowieso? Maar goed, het waren hallucinante reizen. Heel slopend ook. Eerst vlogen we naar New York en dan reden we met de auto naar Philadelphia. Met Caroline, die soms heel lastig was. We kregen een heel programma mee om thuis uit te voeren. We hadden 48 vrijwilligers om al die oefeningen uit te voeren: het was een kleine kmo bij ons thuis. We merkten wel enige progressie, vooral fysiek, maar veel was het niet. Zodra er geen vooruitgang meer in zat, zijn we er ook mee gestopt.”

Twee zwaar mentaal gehandicapte kinderen zorgden voor beperkingen op professioneel vlak. Zo kreeg Karel Plasman verschillende kansen op een carrière in het buitenland, maar die moest hij laten schieten. “Ik heb in België redelijk snel een zeker niveau gehaald. Ik was 35 jaar toen ik de baas van Rabobank België was. Ik kreeg toen onder meer de kans om de Rabobank in de States te gaan leiden, maar dat kon niet door de kinderen. Dat was mooi geweest op mijn leeftijd, maar goed. Ik kon ooit naar Spanje toen de kinderen vijf, zes jaar oud waren, en ben toen ook ter plaatse gaan kijken, maar de opvang was er niet was ze moest zijn. Ik had dus wellicht een nog betere carrière kunnen maken, maar is dat het einddoel van iemand? En het buitenland hoeft ook niet per se. In België zijn ook leuke jobs. Ik heb er sowieso op gestaan dat we een sociaal leven zouden blijven leiden. Als je dat niet doet, maak je je hetzelf helemaal onmogelijk. Zeker in de tijd dat we naar de VS trokken, was het heel zwaar, maar ik ben altijd in netwerken blijven zitten en heb daardoor ook carrière kunnen maken. Je ziet vaak dat mensen die zwaar getroffen zijn door het lot zich opsluiten, maar dat is verkeerd. Je moet contact houden met je omgeving, en met de realiteit.”

Evenwicht bewaren

Karel Plasman deed meer dan dat. Hij trok een aantal jaren later naar Londen, om tweede man te worden bij Visa Europa. “Colette was er niet blij mee, omdat ik veel weg was, maar ik wou nog een carrière hebben. Mijn vrouw was voltijds met de zorg van de kinderen bezig was, en het was voor mij niet onbelangrijk dat ik een financiële situatie kon creëren waarin mijn kinderen niets zouden te kort komen. Tegen mijn vijfenveertigste is me dat ook gelukt. Maar ook dan wou ik niet blijven stilzitten. Nadat ik als bankier gestopt ben, heb ik mijn eigen bedrijf opgestart, Corgo, dat managers, bestuurders en aandeelhouders van bedrijven hielp en adviseerde bij hun corporate governance. Ik heb altijd een eigen bedrijf willen starten. Corgo werd opgekocht door Acerta, en zo ben ik hier terecht gekomen. Ik denk dat het een goeie beslissing was om mijn loopbaan te blijven uitbouwen. Doordat ik bleef werken, kon ik wat afstand nemen. Soms is dat nodig om een goed evenwicht te bewaren. Of ik erover sprak met collega’s? Ik schermde het niet af, maar ik vertelde er ook niet honderduit over. De mensen in het directiecomité van Acerta weten het, onder meer door het boek dat Colette geschreven heeft. Maar soms voel je dat mensen het moeilijk hebben om het daar over te hebben. Zowel mensen die in onze situatie zitten als mensen tegen wie je het zegt. Want die denken ook ‘oei, hoe moeten we daar mee omgaan?’”

Toen hij in Londen werkte, was hij weg van maandagmorgen tot vrijdagavond. “Het was een hondsvermoeiende, maar ook heel interessante tijd. Visa is een bedrijf dat over de hele wereld zit. Als nummer 2 voor Europa woonde ik alle globale vergaderingen bij. Soms ging mijn vrouw ook mee, wanneer we bij klanten gingen. Dat waren onze vakanties. Sinds onze huwelijksreis zijn we nooit langer dan drie weken op vakantie geweest, daarna zijn we door de kinderen nooit langer dan een week op vakantie geweest. Maar na een tijdje werd Caroline heel lastig en kon Colette het niet meer in haar eentje voor mekaar krijgen. Ik kon in die tijd bij Visa naar de States gaan. Maar je hecht best niet te veel belang aan de kansen die je mist. Als je daar spijt van begint te krijgen, ben je voorbij het punt waar je beter niet gekomen was. Colette nam sowieso al een groot deel van het werk voor haar rekening. De kinderen moeten er ook nog iets aan hebben. Ik ben toen terug in Nederland gaan werken voor Rabobank. Dat was te doen met de auto. ‘s Avonds was ik meestal thuis.”

Ongeremde emotie

Zo’n veertien jaar geleden startte Karel Plasman samen met zijn vrouw vzw Anautica, met als doel een tehuis in Schilde uit de grond te stampen waar twaalf mentaal gehandicapte jongvolwassenen terecht zouden kunnen. Het tehuis werd drie jaar geleden in gebruik genomen. “We hebben het huis laten bouwen, het operationele luik is in handen van een instelling. We wilden eerst zelf een erkenning krijgen als instelling, maar dat is niet gelukt. Ik wou nochtans iets veranderen. Mijn ervaring is dat de zorgsector zeker vroeger te aanbodgestuurd was. De toekomst ziet er meer vraaggestuurd uit, creatiever ook. Helaas kan Caroline, die mijn vrouw tot aan haar 24ste thuis heeft verzorgd, niet opgevangen worden in ons tehuis. Ze kan lastig zijn. Er staat geen rem op haar emotie. En wat vroeger een hele moeilijke gedragssituatie was, is nu een pathologie geworden, vrezen we. Dat betekent dat haar gedrag er voor altijd is, niet enkel bij momenten. Annick is goed, gegeven de omstandigheden. Ze is mentaal twee jaar oud en spreekt niet. Ze verstaat meer dan je op het eerste gezicht zou merken, je merkt ook dat ze geniet van wandelingen.”

De situatie heeft niet alleen het leven van Karel Plasman, maar ook zijn kijk op het leven getekend. “Kijk, het is simpel: na ons stopt het, er zullen nooit kleinkinderen zijn. Dan kijk je vanzelf al anders naar het leven. Ik relativeer meer, zonder dat ik een m’en foutist ben. Integendeel, ik kan er minder goed mee overweg dat mensen hun kansen laten liggen of zich niet willen inzetten. Als ik zie dat er zoveel mensen zijn die de kansen niet benutten die ze krijgen, dan word ik daar niet vrolijk van. Je moet iets doen met je competenties. Je moet daarom nog niet de ceo van een wereldbedrijf worden. Als we dat allemaal doen, geeft dat een enorme meerwaarde voor de samenleving.”

Terug naar het hoofdartikel "Als het noodlot toeslaat"