Vakantie / Vakantiegeld voor bedienden
1. Vakantiegeld tijdens de arbeidsovereenkomst
In tegenstelling tot bij de arbeiders worden vakantiedagen (het enkelvoudig vakantiegeld) voor bedienden op het moment van opname betaald. Het loon loopt dus gewoon door.
Voor bedienden die geheel of gedeeltelijk met variabel loon worden bezoldigd, moet de werkgever ook vakantiegeld betalen op het variabel gedeelte. Men neemt het variabel loon van de laatste 12 maanden (is betrokkene minder dan 12 maanden in dienst dan neemt men een fractie van de 12 maanden in overeenstemming met de periode van tewerkstelling) en gaat daar een daggemiddelde uit filteren dat men voor elke vakantiedag extra dient uit te betalen.
Het dubbel vakantiegeld bedraagt 92 % van de maandwedde. In principe moet het dubbel vakantiegeld uitbetaald worden op het moment dat de hoofdvakantie wordt opgenomen.
In de praktijk opteren veel bedrijven om practische redenen voor één uitbetalingstijdstip bijvoorbeeld samen met de loonberekening van de maand mei.
Belangrijk! Indien het salaris na de vakantiegeldberekening zou verhogen en men zijn hoofdvakantie nog niet heeft opgenomen, dan heeft men in principe recht op een supplement vakantiegeld ten belope van het verschil van het oude en nieuwe salaris.
Ook hier geldt het principe dat bedienden die geheel of gedeeltelijk met variabel loon worden bezoldigd recht hebben op dubbel vakantiegeld op het gemiddeld variabel loon van de twaalf vorige maanden.
2. Afrekening van vakantiegeld
Bij een uitdiensttreding
De werkgever moet het vakantiegeld afrekenen op het ogenblik een bediende uit dienst gaat, onder de wapens geroepen wordt of zijn beroepsactiviteit tijdelijk stopzet in het kader van beroepsloopbaanonderbreking.
Het vervroegd vakantiegeld bedraagt 15,34 % van het loon van het lopende kalenderjaar. Het saldo vakantiegeld bedraagt 15,34 % van het loon van het vorige kalenderjaar, maar moet slechts worden berekend voorzover de bediende zijn vakantierechten nog niet heeft genoten.
Bij een vermindering van prestaties
De werkgever moet het vakantiegeld afrekenen wanneer een nieuwe arbeidsovereenkomst (of een addendum) met de bediende wordt gesloten die het gemiddelde aantal uren per week verlaagt. De volledige afrekening van het vakantiegeld moet gebeuren met de uitbetaling van het loon van de maand december van het jaar waarin deze vermindering plaatsvindt. Deze regeling geldt vanaf 1 januari 2007.
Bij volgende verminderingen van presties dient het vakantiegeld te worden afgerekend:
- een overstap van voltijds naar deeltijds
- overstap naar deeltijds naar een deeltijds regime met minder uren per week
- een overstap naar deeltijds ouderschapsverlof
- overstap naar deeltijds tijdskrediet
- overstap naar deeltijdse themaverloven ( palliatieve zorgen, medische bijstand ed)
In december moet de werkgever betalen: het vervroegd enkel en dubbel vakantiegeld dat 15,34% bedraagt van het loon van het lopende kalenderjaar en het saldo enkel en dubbel vakantiegeld dat 15,34% bedraagt van het loon van het vorige kalenderjaar, indien dit nog niet werd uitbetaald.
Vaste eindejaarspremies mogen echter niet opgenomen worden in de loonbasis bij deze afrekening.










